Aneurysma

Wat is een aneurysma?
Een aneurysma is een plaatselijke verwijding of uitstulping van een bloedvat, meestal van een slagader. Op een bepaalde plek is de vaatwand minder stevig geworden, waardoor deze onder invloed van de bloeddruk geleidelijk naar buiten kan uitzetten. Het wordt soms vergeleken met een zwakke plek in een ballon die bij het opblazen steeds verder uitpuilt.
Slagaders voeren het bloed vanuit het hart naar de verschillende weefsels en organen van het lichaam. Hun wanden zijn daarom stevig en elastisch opgebouwd, zodat ze voortdurend de druk van de bloedstroom kunnen opvangen. Wanneer de structuur van zo’n vaatwand plaatselijk verzwakt of verandert, kan daar geleidelijk een verwijding ontstaan.
Een aneurysma veroorzaakt vaak lange tijd geen klachten. Veel aneurysma’s worden dan ook toevallig ontdekt tijdens een echografie, CT-scan, MRI of ander onderzoek dat om een heel andere reden wordt uitgevoerd. De mogelijke gevolgen hangen onder andere af van de plaats, de grootte en de ontwikkeling van het aneurysma.
Naarmate een aneurysma groter wordt, kan het omliggende weefsels of structuren onder druk zetten. Een belangrijke complicatie is het scheuren van de vaatwand, waarbij een ernstige inwendige bloeding kan ontstaan. Bij bepaalde aneurysma’s kunnen daarnaast bloedstolsels ontstaan die de bloeddoorstroming kunnen verstoren. Daarom worden aneurysma’s binnen de reguliere geneeskunde, afhankelijk van hun locatie en omvang, nauwlettend opgevolgd.
Waar kunnen aneurysma’s ontstaan?
Een aneurysma kan in principe in verschillende slagaders van het lichaam voorkomen. Het bekendste is het aorta-aneurysma. De aorta is de grootste slagader van het lichaam en voert het bloed rechtstreeks vanuit het hart naar de rest van het lichaam.
Aorta-aneurysma
Abdominaal aorta-aneurysma (AAA): een verwijding van het gedeelte van de aorta dat door de buik loopt. Dit is een van de meest voorkomende vormen.
Abdominaal aorta-aneurysma
Thoracaal aorta-aneurysma: een aneurysma van het gedeelte van de aorta dat door de borstkas loopt.
Cerebraal aneurysma: een verwijding van een slagader in of rond de hersenen. Een veelvoorkomende vorm is het zogenaamde sacculaire of bessenaneurysma, waarbij aan de vaatwand een klein zakvormig uitstulpsel ontstaat.
Celebraal aneurysma.
Een ruptuur veroorzaakt een hemorragische beroerte, zie artikel over beroerte op deze website.
Carotisaneurysma: een aneurysma van een halsslagader, die betrokken is bij de bloedvoorziening van onder andere de hersenen, het hoofd en de hals.
Popliteaal aneurysma: een verwijding van de arteria poplitea, de slagader die achter de knie loopt.
Mesenteriaal aneurysma: een aneurysma van een van de slagaders die de darmen van bloed voorzien.
Aneurysma van de miltarterie: een verwijding van de slagader die de milt van bloed voorziet.
Aneurysma’s worden dus in de eerste plaats benoemd naar het bloedvat waarin ze ontstaan. Hoewel het onderliggende verschijnsel telkens een plaatselijke verwijding van de vaatwand is, kunnen de risico’s en gevolgen sterk verschillen naargelang de plaats waar het aneurysma zich bevindt.
Om het ontstaan van een aneurysma verder te begrijpen, is het belangrijk eerst te kijken naar de opbouw van de slagaderwand zelf. Een slagader bestaat namelijk uit verschillende weefsellagen, elk met hun eigen structuur en functie. Juist dat onderscheid wordt belangrijk wanneer we vervolgens kijken naar de manier waarop de Germaanse Geneeskunde veranderingen van de vaatwand probeert te verklaren.
De opbouw van een slagader
Om te begrijpen wat er bij een aneurysma gebeurt, is het belangrijk kort naar de wand van een slagader te kijken. Deze bestaat uit drie lagen die samen zorgen voor stevigheid en elasticiteit.
- Tunica intima: de binnenste laag
Dit is de gladde binnenbekleding van het bloedvat die rechtstreeks in contact staat met het bloed. Ze zorgt ervoor dat het bloed gemakkelijk door het bloedvat kan stromen. - Tunica media: de middelste laag
Deze laag bestaat voornamelijk uit glad spierweefsel en elastische vezels. Ze zorgt ervoor dat de slagader de druk van het bloed kan opvangen, kan uitzetten en weer terugveren. De media levert daarmee een belangrijk deel van de mechanische stevigheid van de vaatwand. - Tunica adventitia: de buitenste laag
Deze laag bestaat voornamelijk uit stevig bindweefsel en geeft het bloedvat extra ondersteuning en verankering in het omliggende weefsel.
De drie lagen vormen samen een sterke maar elastische vaatwand. De binnenste laag van de hersenslagaderen, dalende aorta, buitenste halsslagaderen, buitenste gedeelten van de ondersleutelbeenslagaderen en buikaorta zijn van nieuw mesodermale oorsprong (aangestuurd vanuit het hersenmerg) terwijl de bekleding van de kransslagaderen, kransaderen, opstijgende aorta, binnenste halsslagaderen en binnenste gedeelten van de ondersleutelbeenslagaderen afkomstig zijn van het ectoderm (aangestuurd vanuit de hersenschors).
Net zoals de darmspieren de “voedselbrok” langs het darmkanaal door middel van een peristaltische beweging voortbewegen zorgen de gladde spieren van de slagaderen en aderen voor de doorstroming van de “bloedbrok”.
Het biologisch conflict met betrekking tot de slagaders
Het biologische conflict dat verband houdt met de slagaderen is een lichte eigenwaarde-inbreuk. Het conflict wordt daarbij ervaren in relatie tot het lichaamsgebied dat door de betreffende slagader wordt verzorgd. De specifieke eigenwaarde-inbreuken komen grotendeels overeen met die van de botten en gewrichten. Zie hiervoor ook het artikel over artrose en botkanker.
Zo kan iemand die na een ongeval, ziekte of operatie moeite heeft met lopen een eigenwaarde-inbreuk ervaren rond zijn lichamelijke prestatievermogen. Binnen het GNM-model kan dit betrekking hebben op de slagaderen van de benen en voeten, zoals de dijbeen- en scheenbeenslagaderen.
Bij de buikaorta wordt het conflictthema verbonden met een eigenwaarde-inbreuk rond het buikgebied. Buikklachten, een darmaandoening, een ingreep of een ernstige diagnose kunnen bijvoorbeeld het gevoel oproepen dat “er iets niet goed zit in mijn buik”. Op dezelfde manier wordt bij andere slagaderen gekeken naar het lichaamsgebied waarmee zij verbonden zijn, zoals de thoracale aorta, nierslagaderen en bekkenslagaderen.
De buitenste gedeelten van de ondersleutelbeenslagaderen, die richting schouders en armen lopen, worden binnen de GNM meer verbonden met eigenwaarde binnen de relationele sfeer, bijvoorbeeld het gevoel als partner of ouder tekortgeschoten te zijn.
Bij de buitenste halsslagaderen, sinus caroticus en hersenslagaderen wordt gesproken over een intellectuele eigenwaarde-inbreuk: het gevoel verstandelijk tekort te schieten, iets niet te begrijpen of mentaal niet te kunnen presteren. Bij de hersenslagaderen wordt daarnaast de angst beschreven dat de hersenen onvoldoende zuurstof zouden krijgen.
Zoals bij andere biologische conflicten kan zo’n bezorgdheid binnen het GNM-model ook plaatsvervangend worden ervaren, bijvoorbeeld door een ouder die zich ernstig zorgen maakt over zijn of haar kind.
De conflictactieve fase
Tijdens de conflictactieve fase ontstaat plaatselijk weefselverlies (necrose) in de intima, de binnenste laag van de slagaderwand. De omvang hiervan hangt samen met de intensiteit en de duur van het eigenwaarde-inbreukconflict. Hoe langer en intenser de conflictactiviteit aanhoudt, hoe groter het plaatselijke weefselverlies kan worden.
Terwijl de binnenste bekleding van de slagader necrotiseert worden de gladde spieren van de slagader dikker om een scheuring van de bloedvatwand te voorkomen door extra stevigheid te bieden aan het verzwakte gebied. Wanneer een intens conflict echter langdurig blijft bestaan, kan de vaatwand plaatselijk steeds meer aan structurele stevigheid verliezen. Onder invloed van de voortdurende bloeddruk kan de verzwakte plaats vervolgens naar buiten uitzetten, waardoor een aneurysma ontstaat.
Een bekende locatie is de buikaorta, met name het gedeelte onder de nierslagaderen. Dit wordt een infrarenaal aorta-aneurysma genoemd. Ook in andere slagaderen kunnen aneurysma’s ontstaan, waaronder de slagaderen in en rond de hersenen.
Kleine aneurysma’s veroorzaken vaak geen klachten en kunnen lange tijd onopgemerkt blijven. Naarmate een aneurysma groter wordt, kan het risico op scheuren toenemen. Bij een krachtige beweging, door iets zwaars op te tillen of hard te drukken tijdens de stoelgang kan een aneurysma scheuren. Een ruptuur kan een ernstige inwendige bloeding veroorzaken en is een medisch noodgeval. Bij een gescheurd aneurysma in de hersenen kan er een acute hersenbloeding ontstaan. Een hersenbloeding is echter niet gerelateerd aan een beroerte, zoals wordt beweerd door de conventionele geneeskunde.
De genezingsfase
Tijdens het eerste deel van deze fase, de PCL-A, wordt het weefselverlies in de aangedane slagader hersteld door weefselvermeerdering. Zoals bij andere herstelprocessen gaat dit gepaard met plaatselijke zwelling en vochtophoping. Bacteriën, indien aanwezig, ondersteunen het herstelproces en kan er tijdelijk een ontstekingsreactie van de slagaderwand (arteritis) optreden.
Bij het herstel kunnen volgens deze visie onder andere cholesterol en calcium worden afgezet in het eerder aangedane gebied. Wanneer iemand steeds opnieuw in hetzelfde conflict terechtkomt, volgen conflictactiviteit en herstel elkaar herhaaldelijk op. Hierdoor kunnen op dezelfde plaats steeds meer afzettingen ontstaan en kan de vaatwand geleidelijk verdikken en verharden. Zie het artikel over arteriosclerose op deze website.
Een ophoping van plaques waarbij het lumen van een slagader vernauwt, wordt atherosclerose genoemd. Wanneer de slagaderwand door structurele veranderingen stijver wordt en aan elasticiteit verliest, spreekt men van arteriosclerose.
Binnen de GNM worden deze veranderingen dus niet uitsluitend gezien als een ziekteproces, maar geïnterpreteerd als het resultaat van herhaalde cycli van weefselverlies en daaropvolgend herstel.
Twee verschillende processen
Binnen de GNM is het belangrijk onderscheid te maken tussen twee processen in de vaatwand. Bij langdurige conflictactiviteit ontstaat volgens dit model steeds meer plaatselijk weefselverlies. Hierdoor verzwakt de vaatwand en onder invloed van de bloeddruk geleidelijk uitzetten, waardoor een aneurysma kan ontstaan.
Na conflictoplossing begint het herstel van de vaatwand. Het verloren weefsel wordt hersteld en verstevigd. Wanneer echter steeds opnieuw conflictrecidieven optreden, worden conflictactiviteit en herstel telkens onderbroken en opnieuw gestart. Daardoor kan enerzijds de vaatwand verder verzwakken en anderzijds door herhaalde herstelprocessen steeds meer verdikking en verharding ontstaan.
Een aneurysma en atherosclerose zijn dus twee verschillende vaatwand processen die binnen de GNM vanuit verschillende fasen worden verklaard: aneurysma door hangende conflictactiviteit en plaquevorming/verharding door voortdurende conflictrecidieven.
Alle organen die afkomstig zijn van het nieuw mesoderm (“luxe groep”), inclusief de bloedvaten, tonen het biologische doel aan het einde van de helingsfase. Nadat het genezingsproces is voltooid, is het orgaan of weefsel sterker dan voorheen, waardoor het beter voorbereid is op een conflict van dezelfde soort.
Het natuurlijke herstel ondersteunen
Het belangrijkste aandachtspunt ligt niet bij het bestrijden van het symptoom, maar bij het herkennen en oplossen van de onderliggende eigenwaarde-inbreuk. Daarbij gaat het niet alleen om begrijpen wat er gebeurd is, maar vooral om het opnieuw ervaren van veiligheid, vertrouwen en eigenwaarde in het betreffende levensgebied. Medische interventie is wel vereist bij een ruptuur van de vaatwand.
Daarnaast kunnen eenvoudige natuurlijke omstandigheden het organisme ondersteunen: voldoende rust en slaap, regelmatig ontspannen, gezonde voeding en rustige lichaamsbeweging binnen de eigen mogelijkheden. Bij een vastgesteld aneurysma is voorzichtigheid met zware lichamelijke inspanning belangrijk. Zwaar tillen, krachtig persen en andere activiteiten die plotseling grote drukpieken veroorzaken, kunnen de vaatwand extra belasten. Medische opvolging blijft daarom belangrijk, ook wanneer men daarnaast aandacht besteedt aan de emotionele en psychologische context.
Met dank aan: Caroline Markolin, PH.D. https: //LearningGNM.com
Arjen Lievers https://www.germaansegeneeskunde.nl/index_ziekten_gnm/
Dr. Geerd Ryke Hamer
Gerelateerde Publicaties



