Beroerte

Beroerte vanuit de visie van de Germaanse Geneeskunde

Een beroerte wordt binnen de Germaanse Geneeskunde op een heel andere manier benaderd dan binnen de reguliere geneeskunde. Omdat beide verklaringsmodellen sterk van elkaar verschillen, kies ik ervoor om in dit artikel niet eerst uitgebreid in te gaan op de reguliere visie. Ik wil vooral de biologische gedachtegang beschrijven zoals die binnen de Germaanse Geneeskunde wordt gehanteerd.

Een beroerte wordt in verband gebracht met de aansturing van het bewegingsapparaat en een motorisch conflict van vastzitten of niet weg kunnen. Daarbij spelen twee gebieden een belangrijke rol: de motorische cortex van de hersenschors, die tot het ectoderm wordt gerekend, en het hersenmerg (witte stof), dat gekoppeld wordt aan het nieuwe mesoderm. Nieuw mesoderm zorgt voor de trofische voeding van de dwarsgestreepte spieren. De motorische cortex ondersteunt de aansturing van de dwarsgestreepte spieren. Dr Hamer ontdekte hamerse haarden in de motorische cortex van de hersenschors

Binnen de Germaanse Geneeskunde wordt vervolgens onderscheid gemaakt tussen twee vormen: de witte beroerte, die wordt gekoppeld aan de conflictactieve sympathicotone toestand, en de rode beroerte, die wordt geplaatst in de vagotonische toestand na conflictoplossing.

Volgens de conventionele geneeskunde zijn de belangrijkste oorzaken van een beroerte:

Hoge bloeddruk. Deze theorie is puur hypothetisch omdat er mensen zijn die aan een beroerte lijden hoewel de bloeddruk normaal is en omgekeerd, er zijn mensen die een verhoogde bloeddruk hebben en nooit een beroerte zullen krijgen (zie hoge bloeddruk/hypertensie gerelateerd aan het nierparenchym en de hartspier op deze website).

Een geblokkeerde hersenslagader (ischemische beroerte). Deze theorie is gebaseerd op de aanname dat een trombus, een embolus (bloedprop) of cholesterolplaques afkomstig uit het hart of uit een ader de doorstroom van een bloedvat in de hersenen belemmert, wat leidt tot een verlies van hersenfunctie. Hoewel vast staat dat in het geval van een occlusie van een hersenslagader de omringende hulpvaten of collaterals werken als een natuurlijke bypass, om de bloed- en zuurstoftoevoer naar de hersenen alsnog in stand te behouden, blijft de blokkade-theorie bestaan. Vaak zoeken artsen tevergeefs naar bloedingen en uiteindelijk wordt één of ander bloedvat verantwoordelijk gehouden, omdat niets gevonden kan worden.

De witte beroerte, of beroerte met motorische verlamming

De witte beroerte vindt plaats op het moment van het Dirk Hamer Syndroom (DHS), ofwel de inslag van het motorische conflict. Deze plotselinge conflictinslag in de motorische cortex gaat gepaard met een acute spierzwakte of verlamming van één of meerdere ledematen, meestal aan één zijde van het lichaam.

De zenuwaansturing van het motorische bewegingsapparaat volgt het buitenste-huid-sensibiliteitsschema. Kenmerkend voor dit schema is het functieverlies tijdens de conflictactieve fase. Bij een motorisch conflict betekent dit dat de motorische aansturing vermindert, waardoor spierzwakte of, afhankelijk van de intensiteit en duur van het conflict, een gedeeltelijke of volledige verlamming kan ontstaan.

Welke zijde betrokken is, wordt binnen de GNM gekoppeld aan de biologische handigheid van de persoon en aan de vraag of het conflict moeder/kind- of partnergerelateerd is.

Omdat de mens zich op dat moment in de conflictactieve, sympathicotone fase bevindt, kunnen ook de typische ‘koude’ symptomen optreden, zoals koude handen of voeten, moeilijk de slaap kunnen vatten, soms dwangmatig denken en een verminderde eetlust.

Wanneer spierzwakte of verlammingsverschijnselen aanhouden, kunnen deze symptomen binnen de reguliere geneeskunde aanleiding geven tot verder neurologisch onderzoek, onder andere naar aandoeningen zoals MS of ALS.

Bij een intens motorisch conflict kan er snel een uitgesproken spierzwakte of verlamming ontstaan. Hierbij kunnen ook de aangezichtsspieren en de tong betrokken zijn, waardoor spreken en slikken bemoeilijkt worden. Binnen de reguliere geneeskunde kunnen plotseling optredende verschijnselen zoals deze aanleiding zijn om aan een beroerte te denken.

Moeilijkheden met het vormen en uitspreken van woorden worden Broca-afasie genoemd. Hierbij is het motorische spraakcentrum, het gebied van Broca, betrokken, het hersenrelais die de spieren van het strottenhoofd en de stembanden aansturen. Dit relais bevindt zich in de linkerhersenhelft (temporale kwab) en speelt een belangrijke rol bij de motorische organisatie van de spraak. Vandaar dat bij mensen met afasie van Broca de verlamming zich altijd aan de rechterkant van het lichaam bevindt.

Gevoelloosheid of een verminderd gevoel in het gezicht, de arm en/of het been wordt niet als een zuiver motorisch verschijnsel beschouwd, maar gekoppeld aan een bijkomend scheidingsconflict met een sensorische aansturing uit de sensorische cortex van de hersenschors.

Afasie van Wernicke beïnvloedt het vermogen om taal betekenisvol te gebruiken en te begrijpen. Iemand kan nog vloeiend spreken, maar verkeerde woorden gebruiken, zelf woorden vormen of zinnen uitspreken die weinig of geen betekenis hebben. Bij een ernstige vorm kan ook het begrijpen van gesproken taal, lezen en schrijven verstoord zijn. Bij afasie van Broca verloopt het spreken moeizaam en kost het veel inspanning om woorden en zinnen te vormen, terwijl wat uiteindelijk gezegd wordt vaak wel betekenisvol is.

Het gebied van Wernicke, verantwoordelijk voor de verwerking van woorden, bevindt zich in de post-sensorische cortex, in de onmiddellijke nabijheid van de linker temporale kwab. Het corresponderende conflict is een scheidingsconflict (het gebied van Broca bevindt zich in de linker motorische cortex, in het hersenrelais van de strottenhoofd/stembandspieren en is gekoppeld aan een schrikangst-conflict of een territoriumangst-conflict). De moeilijkheden bij het formuleren van woorden zijn het gevolg van “sprakeloos van angst” te zijn.

De worsteling bij het vinden van de juiste woorden die we zien bij afasie van Wernicke is een uiting van korte termijn geheugenverlies die typisch is voor scheidingsconflicten. In dit geval wordt de schok betreffende de scheiding (DHS) ervaren als verbijsterd te zijn, tot een punt dat men niet in staat is om de gedachten onder woorden te kunnen brengen.

Rekening houdend met iemands biologische handigheid wordt voor rechtshandigen het scheidingsconflict geassocieerd met een partner; voor linkshandigen is het conflict moeder/kind gerelateerd. De mate waarin de spraak beïnvloed is wordt bepaald door de intensiteit van het conflict. Een beroerte die geassocieerd wordt met afasie van Wernicke is, in GNM-termen, een sympathicotone beroerte (“witte beroerte”).

Wernicke-afasie is meer dan moeite met het vinden van woorden of kortetermijngeheugenverlies. Het is een taalstoornis waarbij vooral taalbegrip en betekenisvolle taalproductie verstoord kunnen zijn.

Bij een witte beroerte houdt de spierzwakte of verlamming gedurende de gehele conflictactieve fase aan (koude handen, weinig eetlust) en reikt tot in PCL-A. De Epileptoïde Crisis, de periode waarin het hersenoedeem uit de motorische cortex wordt gedreven, veroorzaakt ongecontroleerde schokken en samentrekkingen van de aangedane spieren of een epileptische aanval. Dat verklaart waarom het soms moeilijk is om beroertes en epileptische aanvallen van elkaar te onderscheiden.

Deze YouTube-video toont Grammy-verslaggever Serene Branson met een begin van afasie van Wernicke tijdens een live uitzending. https://www.youtube.com/watch?v=kKg_Cf9-MsQ

Biologisch conflict

Binnen de GNM staat bij de motorische verlamming een motorisch conflict centraal: vastzitten, zich niet durven, kunnen of mogen bewegen, of de angst gebonden of tegengehouden te worden. Een dergelijke conflictbeleving kan bijvoorbeeld ontstaan bij een auto-ongeval, waarbij iemand letterlijk niet kan wegkomen of bewegen.

De precieze conflictinhoud wordt gekoppeld aan de betrokken spiergroep:

  • Gelaatsspieren: zich voor schut gezet, publiekelijk vernederd, belachelijk gemaakt of ontmaskerd voelen en daar op dat moment niet op kunnen reageren.
  • Schouder- en rugspieren: niet in staat zijn iemand of iets te ontwijken, af te weren of van zich af te houden.
  • Arm-, been- en buigspieren (flexoren) en adductoren: iemand of iets niet kunnen vasthouden, naar zich toe kunnen trekken of kunnen omhelzen. Adductoren bewegen een lichaamsdeel naar het lichaam toe.
  • Strekspieren (extensoren) en abductoren: iemand of iets niet kunnen wegduwen, wegslaan of afweren. Abductoren bewegen een lichaamsdeel juist van het lichaam af.
  • Beide benen: vooral het gevoel niet te kunnen weglopen of vooruit of achteruit te kunnen. Niet snel genoeg kunnen rennen, maar ook niet vrijuit kunnen dansen, springen of balanceren omdat men door bepaalde omstandigheden het gevoel heeft vast te zitten.

De gemeenschappelijke biologische inhoud is telkens dezelfde: de beweging die men op dat beslissende moment wil maken, kan of mag niet worden uitgevoerd.

De nepdoodreflex, totale verlamming

De nepdoodreflex, ook wel tonische immobiliteit of thanatose genoemd, laat mooi zien hoe diep het principe van niet meer kunnen bewegen in de natuur verankerd is. Wanneer een prooidier wordt achtervolgd, gegrepen en geen mogelijkheid meer heeft om te ontsnappen, kan het volledig verstijven en bewegingloos worden. Het dier lijkt als het ware dood. Deze reactie wordt in de biologie eveneens beschreven als een laatste verdedigingsstrategie wanneer vluchten of vechten niet meer mogelijk is.

De biologische zin hiervan is begrijpelijk: beweging is voor veel roofdieren een belangrijke prikkel om hun aanval voort te zetten. Wanneer de prooi plotseling volledig bewegingloos wordt, kan daardoor de verdere aanval worden geremd. Zodra het acute gevaar verdwenen is, kan het dier uit deze toestand komen en zijn normale beweging hervatten.

Binnen de GNM wordt hierin een parallel gezien met het motorische conflict van vastzitten en niet kunnen ontsnappen. Vluchten is niet meer mogelijk, vechten helpt niet meer en het organisme schakelt over op immobiliteit, de freezetoestand. De verlamming wordt vanuit deze gedachtegang gezien als een oeroud biologisch reactiepatroon op een situatie waarin bewegen of ontsnappen op dat moment onmogelijk lijkt. Video over de nepdoodreflex

De freeze-toestand en de nepdoodreflex behoren tot dezelfde familie van aangeboren verdedigingsreacties, maar zijn niet precies hetzelfde. Freeze houdt vooral het tijdelijk bevriezen en onderdrukken van beweging in, terwijl tonische immobiliteit een verdergaande toestand van onvrijwillige bewegingsloosheid kan zijn wanneer vechten of vluchten niet meer mogelijk lijkt.

De rode beroerte

Een zogenaamde rode beroerte ontstaat tijdens de vagotonische genezingsfase. Hierbij wordt de verlamming toegeschreven aan het hersen­oedeem dat druk uitoefent op de motorische cortex. Dit kan optreden bij oedeem in nabijgelegen hersenrelais van de bronchiën, het strottenhoofd of de hartspier.

De beroerte wordt geïnitieerd bij het begin van de epileptoïde of epileptische crisis. De neurologische verschijnselen kunnen enkele minuten tot meerdere uren aanhouden, afhankelijk van hoe lang het duurt om het oedeem uit te drijven. Kortdurende neurologische uitval (ischemische aanval) wordt binnen de GNM hierbij anders geïnterpreteerd dan in de reguliere neurologie, waar een TIA onder andere als mogelijke tijdelijke verstoring van de bloedvoorziening van de hersenen wordt onderzocht.

Na de Epileptoïde Crisis neemt de verlamming in PCL-B af en keert de motoriek langzaam terug naar normaal. Als het hersenoedeem echter niet volledig kan worden uitgedreven blijft de verlamming (gedeeltelijk) bestaan, ​​omdat de synapsen tussen de neuronen niet meer goed aansluiten. Meestal gebeurt dit vanwege waterretentie als gevolg van een actief verlatingsconflict of bestaansconflict (het SYNDROOM), waar een bovenmatige hoeveelheid vocht wordt opgeslagen in het hersengebied, dat op dat moment in genezing is en dus al oedeem heeft.

Permanente verlamming kan ook het gevolg zijn van herhaalde littekenvormingsprocessen, als gevolg van voortdurende conflictrecidieven. Slechtziendheid na een beroerte treedt op wanneer een hersenoedeem de oogzenuw, die door de grote hersenen loopt, beschadigt.

Kenmerkend voor deze vagotonische toestand zijn eerder warme handen en voeten, terugkerende eetlust, vermoeidheid en soms koorts.

Interessant is ook de anatomische nabijheid van verschillende relais ter hoogte van de temporale gebieden en de motorische cortex. Binnen het GNM-model wordt ervan uitgegaan dat gelijktijdige Hamerse haarden en het bijbehorende oedeem elkaar daardoor kunnen beïnvloeden en de druk op omliggende hersengebieden vergroten.

Belangrijk: plotselinge verlamming, een scheve mond, spraak- of taalproblemen, gezichtsverlies of andere symptomen die op een beroerte kunnen wijzen, vereisen onmiddellijke medische interventie.

Hemorragische beroerte en bessenaneurysma

Een hemorragische beroerte ontstaat niet door een afsluiting van een hersenbloedvat, maar door het scheuren van een bloedvat, waardoor een hersenbloeding in of rond de hersenen ontstaat.

Een mogelijke oorzaak is het scheuren van een sacculair aneurysma (bessenaneurysma): zie artikel over aneurysma op deze website. Een plaatselijke uitstulping en verzwakking van de wand van een hersenslagader. Wanneer zo’n aneurysma scheurt, ontstaat meestal een subarachnoïdale bloeding, waarbij bloed terechtkomt in de ruimte tussen het spinnenwebvlies (arachnoidea) en het zachte hersenvlies (pia mater).

Soms dringt het bloed bij een aneurysmaruptuur ook rechtstreeks het hersenweefsel binnen. Dan ontstaat tevens een intracerebrale bloeding. Zowel een subarachnoïdale als een intracerebrale bloeding behoort tot de hemorragische beroertes.

De directe oorzaak van de bloeding is dus vasculair en structureel: de vaatwand ruptureert. Psychische stress kan via onder andere een tijdelijke stijging van de bloeddruk mogelijk een beïnvloedende of uitlokkende factor zijn, maar vormt op zichzelf geen aangetoond specifiek biologisch conflictmechanisme voor de bloeding.

Kort samengevat: bessenaneurysma → verzwakte/uitgestulpte vaatwand → ruptuur → subarachnoïdale en/of intracerebrale bloeding → hemorragische beroerte.


Bloedvaten behoren tot het nieuw mesodermale kiemblad. Tijdens de conflictactieve fase ontstaat plaatselijk weefselverlies (necrose) in de intima, de binnenste laag van de slagaderwand. De omvang hiervan hangt samen met de intensiteit en de duur van het eigenwaarde-inbreukconflict. Hoe langer en intenser de conflictactiviteit aanhoudt, hoe groter het plaatselijke weefselverlies kan worden.

Biologisch conflict:


Bij iemand die onder langdurige druk van familie of partner staat en uiteindelijk met hen breekt, zou de eigenwaarde-inbreuk bijvoorbeeld niet zozeer de breuk zelf zijn, maar de innerlijke beleving: Ik heb gefaald binnen mijn eigen familie. Ik ben blijkbaar niet in staat mijn plaats in de familie te behouden of mijn gezin bij elkaar te houden. Nu moet ik buiten mijn eigen clan steun zoeken, omdat ik het binnen mijn eigen familie niet heb kunnen oplossen.

Een beleving waarin iemand zichzelf intellectueel of mentaal tekortgedaan voelt: Ik krijg dit niet opgelost. Wat ik ook bedenk of probeer, ik vind geen uitweg. Ik voel me machteloos omdat ik niet weet hoe ik met deze voortdurende druk moet omgaan.

Of bij iemand die achteraf hard over zichzelf oordeelt: Hoe heb ik dit zo ver kunnen laten komen? Waarom heb ik dit niet eerder gezien? Ik voel me dom en onbekwaam omdat ik geen oplossing heb gevonden.

Een hemorragische beroerte vereist medische interventie.

Met dank aan: Caroline Markolin, PH.D. https: //LearningGNM.com

Arjen Lievers https://www.germaansegeneeskunde.nl/index_ziekten_gnm/

Dr. Geerd Ryke Hamer

Gepubliceerd op 08/10/2026

Daniël Derweduwen

Delen:

 

Gerelateerde Publicaties

 

  • Sclerodermie: wanneer de huid en het bindweefsel verhardenSclerodermie is een verzamelnaam voor een groep aandoeningen waarbij verharding en verdikking van de huid en het bindweefsel op de voorgrond staan. De naam is afkomstig uit het Grieks: skleros betekent “hard” en derma betekent “huid”. Letterlijk kunnen we sclerodermie dus vertalen als “harde huid”.Binnen de reguliere geneeskunde wordt sclerodermie beschouwd als een chronische auto-immuunziekte. Men gaat ervan uit dat het immuunsysteem ontregeld raakt en ontstekingsprocessen veroorzaakt, waarbij onder andere de kleine bloedvaten en het omliggende weefsel betrokken kunnen zijn. Tegelijk worden bepaalde bindweefselcellen, de fibroblasten, overmatig actief. Zij produceren meer collageen dan [...]

    By Published On: 05/10/2026
  • Wratten, kleine huiduitstulpingen met een bijzonder verhaal Wratten zijn harde knobbeltjes op de huid. Ze voelen vaak ruw en bobbelig aan en kunnen sterk verschillen in grootte en vorm. Sommige zijn vrijwel vlak, terwijl andere duidelijk boven de huid uitsteken en door hun onregelmatige oppervlak een beetje op een heel kleine bloemkool lijken. Wratten komen vooral voor op de handen, vingers en voeten, maar kunnen in principe op verschillende plaatsen van het lichaam ontstaan. Soms verschijnt er maar één wrat, soms ontstaan er meerdere bij elkaar. Een gewone wrat doet meestal geen pijn. Dat kan anders zijn wanneer een wrat [...]

    By Published On: 04/09/2026
  • Constipatie en diarreeOnze stoelgang verschilt sterk van persoon tot persoon. Sommige mensen hebben drie keer per dag ontlasting, terwijl anderen slechts drie keer per week naar het toilet gaan. Beide kunnen volkomen normaal zijn, zolang dit past binnen het gebruikelijke patroon van die persoon.Wanneer de stoelgang moeilijker verloopt of duidelijk minder vaak voorkomt dan men gewend is, spreken we van verstopping, ook wel constipatie of obstipatie genoemd. Constipatie kan plotseling ontstaan en van korte duur zijn, maar kan ook gedurende langere tijd aanwezig blijven.Constipatie vanuit de Germaanse GeneeskundeConstipatie heeft te maken met het thema van een ‘onverteerbare brok’ die niet [...]

    By Published On: 29/08/2026