Constipatie en diarree

Onze stoelgang verschilt sterk van persoon tot persoon. Sommige mensen hebben drie keer per dag ontlasting, terwijl anderen slechts drie keer per week naar het toilet gaan. Beide kunnen volkomen normaal zijn, zolang dit past binnen het gebruikelijke patroon van die persoon.
Wanneer de stoelgang moeilijker verloopt of duidelijk minder vaak voorkomt dan men gewend is, spreken we van verstopping, ook wel constipatie of obstipatie genoemd. Constipatie kan plotseling ontstaan en van korte duur zijn, maar kan ook gedurende langere tijd aanwezig blijven.
Constipatie vanuit de Germaanse Geneeskunde
Constipatie heeft te maken met het thema van een ‘onverteerbare brok’ die niet of moeilijk kan passeren. Daarbij richten we onze aandacht onder andere op de gladde spieren van het darmkanaal en hun rol in de voortbeweging van de darminhoud.
Voordat we deze biologische interpretatie verder uitwerken, is het belangrijk om ook andere mogelijke oorzaken mee te nemen. Verschillende geneesmiddelen kunnen bijvoorbeeld constipatie veroorzaken of versterken. Dit is onder meer bekend bij opioïden zoals morfine, maar ook bij bepaalde slaapmiddelen, anti-epileptica en bloeddrukverlagende geneesmiddelen. Ook andere lichamelijke of voedingsgerelateerde factoren kunnen de darmwerking beïnvloeden.
De wand van zowel de dunne als de dikke darm bevat gladde spieren, die hoofdzakelijk georganiseerd zijn in een circulaire en een longitudinale spierlaag. Door een nauwkeurig samenspel van samentrekking en ontspanning ontstaat een voortbewegende golf: de peristaltiek. Deze motorische beweging zorgt ervoor dat de voedselbrok en later de darminhoud stap voor stap door het darmkanaal worden voortbewogen.

Het is te vergelijken met andere gladde spierstructuren en hun specifieke biologische functie: de darmspieren bewegen de ‘voedselbrok’, terwijl bijvoorbeeld de pupilspieren betrokken zijn bij de regulatie van de hoeveelheid invallend licht. De gladde spieren van de darm zijn afkomstig van het endoderm en worden aangestuurd vanuit de middenhersenen. De darmspieren worden aangestuurd vanuit de middenhersenen, aan de bovenkant van de hersenstam.
Het biologisch conflict
Het biologische conflict dat verband houdt met de gladde darmspieren is: “Niet in staat zijn een onverteerbare brok verder te laten passeren.” Die ‘brok’ kan letterlijk worden opgevat, bijvoorbeeld als een te groot brok voedsel dat door het darmkanaal moet worden voortbewogen. Echter, bij de mens kand it ook figuurlijk worden beleefd: een situatie die iemand niet verwerkt krijgt, waarin geen vooruitgang zit of die als het ware blijft vastzitten.
Een langdurige rechtszaak kan daarvan een treffend voorbeeld zijn. Je wilt dat de zaak eindelijk wordt afgehandeld, maar telkens ontstaat er opnieuw vertraging: een nieuwe brief, een nieuwe procedure, uitstel of opnieuw iets wat geregeld moet worden. De essentie van de beleving wordt dan: “Dit blijft maar aanslepen. Ik krijg deze zaak niet vooruit.”
Maar de symboliek van de darmspieren kan breder worden bekeken. De darm heeft immers als motorische taak om de inhoud in een gecoördineerde beweging verder te transporteren. Vanuit die functie kunnen vooral situaties interessant zijn waarin iemand ervaart dat hij te veel tegelijk moet verwerken en daardoor niets meer vooruit krijgt.
Denk bijvoorbeeld aan iemand bij wie verschillende problemen tegelijkertijd samenkomen: het werk vraagt aandacht, thuis moet van alles geregeld worden, de kinderen hebben iets nodig, er liggen administratieve verplichtingen en ondertussen komt er nóg een probleem bij. De innerlijke beleving kan dan worden:
“Iedereen wil iets van mij en ik kan onmogelijk alles tegelijk verwerken.” Of: “Ik weet niet meer waar ik eerst aan moet beginnen.” “Ik krijg nergens meer beweging in.” “Alles stapelt zich op.” “Ik probeer het ene af te handelen en het volgende ligt alweer voor mij.” “Niet dát er ook nog bij!”
Daarmee komen we bij wat we een multitaskingconflict zouden kunnen noemen. Niet multitasking op zichzelf is dan het probleem, maar de subjectieve ervaring dat er zoveel gelijktijdig moet worden afgehandeld dat de voortgang blokkeert.
De analogie met de spijsvertering is mooi: een maaltijd moet stap voor stap door het darmkanaal worden verwerkt en voortbewogen. Ook in het dagelijkse leven kunnen we figuurlijk spreken over zaken die we moeten verteren, verwerken, afhandelen en achter ons laten. De centrale vraag binnen dit biologische interpretatiemodel wordt daarom: “Wat krijg ik niet verwerkt of vooruit, terwijl ik het zo graag verder zou willen krijgen?”
De conflictactieve fase
Toenemende lokale tonische spiercontractie (hypertonie of aanhoudende spierspanning). (Tonische spanning kun je zien als het langer aangespannen blijven van een deel van de darmmusculatuur, terwijl fasische contracties meer bijdragen aan de ritmische bewegingen waarmee de darminhoud wordt gemengd en voortbewogen.)
De darmkrampen (lokale koliek) dienen het biologische doel om de brok verder te duwen, met meer kracht. Tijdens deze periode vertraagt de peristaltiek in de andere delen van de darm, waardoor constipatie en een opgeblazen gevoel van de buik ontstaan als gevolg van het uitzetten van de darmspieren.
Dit kan gepaard gaan met een sterke innerlijke onrust. Iemand wil vooruit, wil zaken afhandelen en achter zich laten, maar ervaart tegelijkertijd dat dit niet lukt. Zeker wanneer verschillende problemen zich opstapelen, kan een gevoel van innerlijke verscheurdheid ontstaan: “ik moet nog zoveel doen, maar ik kom nergens mee vooruit.” “Ik krijg er geen beweging in.” “Hoe krijg ik dit allemaal verwerkt?”
Er ontstaat als het ware een tegenstelling tussen moeten voortbewegen en niet vooruitkomen. Juist dat maakt de vergelijking met de motorische functie van de darm interessant: ook daar moet een brok door een opeenvolging van gecoördineerde bewegingen verder worden getransporteerd.
Constipatie in de darmen kan ook optreden tijdens de conflictactieve fase van ieder ZBS, omdat tijdens sympathicotonie de spijsvertering vertraagt.
Daarnaast spelen gewone lichamelijke factoren een belangrijke rol. Onvoldoende vochtinname kan bijvoorbeeld bijdragen aan droge en harde ontlasting, waardoor deze moeilijker passeert. Ook voeding, beweging, bepaalde geneesmiddelen en verschillende aandoeningen kunnen constipatie veroorzaken of versterken.
Te weinig vochtinname en verminderde urineproductie (zinvol biologisch speciaalprogramma van de nierverzamelbuizen) en het vasthouden van vocht veroorzaken ook een droge en harde ontlasting waardoor die moeilijk verder beweegt.
De genezingsfase
Tijdens de genezingsfase verandert de activiteit van de darmspieren. In deze fase ontstaat een clonische hyperperistaltiek: de darm vertoont sterk toegenomen, ritmische bewegingen van samentrekken en ontspannen. Clonisch betekent hier dus dat de spieractiviteit zich herhaaldelijk en ritmisch voordoet. Wanneer deze bewegingen krachtig worden, kunnen ze als buikkrampen of darmkolieken worden ervaren.
Tijdens de Epileptoïde Crisis (EPI) ontstaat juist een korte, krachtige terugkeer naar sympathische activiteit. Wanneer een bepaald gedeelte van de darm sterk tonisch verkrampt, kan de voortbeweging daar tijdelijk stagneren. Tegelijkertijd zal in andere delen van het darmkanaal de peristaltiek veranderen. Dit kan gepaard gaan met een opgeblazen gevoel en winderigheid.
Er kunnen twee verschillende bewegingspatronen worden onderscheiden: Clonisch → samentrekken – ontspannen – samentrekken – ontspannen. Tonisch → aanspannen – spanning vasthouden, dit gebeurt tijdens de conflictactieve fase en de epileptoïde crisis.
Bij dwarsgestreepte spieren, zoals de skeletspieren, kunnen tonische en clonische spiercontracties ook in combinatie voorkomen. Dit helpt om het verschil te begrijpen: tonisch verwijst vooral naar het vasthouden van spanning, terwijl clonisch verwijst naar het herhaaldelijk aanspannen en ontspannen.
Wanneer krampen en diarree samengaan
Er wordt vervolgens nog een onderscheid gemaakt tussen de motorische kwaliteit van de darmspieren en de functies van het darmslijmvlies. Wanneer sterke buikkrampen (motorische kwaliteit) worden gevolgd door diarree (sensorische kwaliteit), geeft dit aan dat de Biologische Speciaalprogramma’s van het darmslijmvlies en van de darmspieren tegelijktijdig verlopen (vertering en voortbewegen van de “onverteerbare brok”) Symbolisch komen dan twee functies bij elkaar: de brok verteren én de brok voortbewegen.

Andere mogelijke oorzaken van diarree
Diarree kan verschillende oorzaken hebben en hoeft daarom niet noodzakelijk samen te hangen met het hierboven beschreven proces. Enkele voorkomende oorzaken zijn:
Overgroei bacteriën of parasieten kunnen acute diarree veroorzaken, vaak samen met buikkrampen, misselijkheid of koorts.
Voeding: bedorven voedsel, voedselintoleranties zoals lactose-intolerantie, grote hoeveelheden bepaalde zoetstoffen of plotselinge veranderingen in het voedingspatroon kunnen diarree uitlokken.
Geneesmiddelen: vooral antibiotica, maar ook onder andere magnesiumbevattende middelen, laxeermiddelen en sommige andere geneesmiddelen kunnen de ontlasting dunner maken.
Stress en spanning: het autonome zenuwstelsel beïnvloedt de darmmotiliteit. Bij sommige mensen versnelt sterke spanning de darmbewegingen, waardoor diarree kan ontstaan.
Chronische darmaandoeningen: onder andere inflammatoire darmziekten, coeliakie en het prikkelbaredarmsyndroom kunnen gepaard gaan met terugkerende diarree.
In de conventionele geneeskunde wordt een zeer langzame of stagnerende peristaltiek meestal gediagnosticeerd als een “paralytische ileus” of darmobstructie. Dr. Hamer: “Dat is niet correct, want er bestaat niet zoiets als een” verlamming “van de gladde darmspieren, behalve door de toxiciteit van medicatie zoals morfine”.
Wanneer medische interventie noodzakelijk kan zijn
Een biologisch proces kan immers complicaties met zich meebrengen die op een bepaald moment gevaarlijk worden. Wanneer bijvoorbeeld door een invaginatie of volvulus een daadwerkelijke darmobstructie ontstaat of de bloedvoorziening van een gedeelte van de darm wordt bedreigd, gaat het niet langer alleen om het begrijpen van het achterliggende proces. Dan kan snel medisch handelen noodzakelijk zijn om ernstige weefselschade te voorkomen.
Bij een invaginatie schuift een gedeelte van de darm als het ware in het aangrenzende deel van de darm, vergelijkbaar met delen van een telescoop die in elkaar schuiven. Hierdoor kan een darmobstructie ontstaan en kan ook de bloedvoorziening van het betrokken darmgedeelte in het gedrang komen.
Bij een volvulus draait een gedeelte van de darm om zichzelf en zijn ophanging heen. Hierdoor kan niet alleen de darmpassage worden afgesloten, maar kunnen ook de bloedvaten naar dat darmgedeelte worden afgekneld.
Wanneer de bloedtoevoer ernstig of langdurig wordt onderbroken, kan het darmweefsel beschadigd raken en uiteindelijk afsterven (darmischemie en darmgangreen). Een volvulus kan daarom een medisch spoedgeval zijn en soms is een urgente operatie noodzakelijk om de darm terug in zijn normale positie te brengen of beschadigd darmweefsel te verwijderen.
Bij plotselinge hevige buikpijn, een sterk opgezette buik, aanhoudend braken, bloed bij de ontlasting of het niet meer kunnen produceren van ontlasting of winden is dringende medische beoordeling aangewezen.
Eenvoudige hulpmiddelen bij constipatie
Bij gewone, tijdelijke constipatie kunnen enkele eenvoudige maatregelen helpen om de stoelgang weer op gang te brengen.
Een goede hydratatie is belangrijk, zeker wanneer men meer vezels gaat eten. Begin de ochtend bijvoorbeeld met een glas warm water, eventueel met wat citroen of een koffielepel ongeraffineerd zout. Binnen de Ayurveda wordt warm water traditioneel gebruikt om de spijsvertering op een zachte manier te ondersteunen.
Vooral oplosbare vezels kunnen water vasthouden en zo bijdragen aan een zachtere ontlasting. Goede voedingsbronnen zijn onder andere pruimen, kiwi’s, peulvruchten zoals linzen, groenten, haver en lijnzaad. Pruimen bevatten bovendien sorbitol, dat bij sommige mensen een mild laxerend effect heeft. Onoplosbare vezels zoals bruin brood zijn beter te vermijden. Een plotselinge grote hoeveelheid kan juist een opgeblazen gevoel en winderigheid veroorzaken.
Kiwi en pruimen zijn bekende keuzes bij constipatie. Ook ander fruit kan door de combinatie van vocht en vezels bijdragen aan een regelmatige stoelgang. Ananas en papaya past prima binnen een gevarieerd voedingspatroon.
Vanuit de Ayurveda
Binnen de Ayurvedische traditie wordt constipatie vaak benaderd vanuit droogte, koude en een verstoorde Vata-beweging. De nadruk ligt daarom traditioneel op warmte, regelmaat, vocht en voldoende vettigheid (verzadigde vetten) in de voeding. Verzadigde vetten hebben het water-element in zich en helpen de darmen vochtig te houden.
Warme, gekookte maaltijden in plaats van uitsluitend koude en droge voeding. Voldoende gezonde vetten, bijvoorbeeld meer kokosolie of traditioneel binnen Ayurveda, een grotere hoeveelheid ghee bij de maaltijd. Hierbij is een scheut olijfolie ook,waardevol.
Geweekte pruimen of rozijnen, waarbij ook het weekwater kan worden gedronken, gemalen of geweekt lijnzaad als bron van slijmstoffen en vezels, steeds met voldoende vocht, warme dranken en kruidenthee, bijvoorbeeld venkel- of gemberthee; paardenbloemthee wordt traditioneel eveneens gebruikt.
Regelmaat in eten, slapen en naar het toilet gaan, de natuurlijke aandrang nooit uitstellen.
Een bekend Ayurvedisch kruidenmengsel is Triphala. Dit wordt traditioneel gebruikt om de stoelgang en spijsvertering te ondersteunen. Kruidenpreparaten kunnen interageren met geneesmiddelen, spreek er met je arts over.
Beweging brengt beweging
Ook dagelijkse lichaamsbeweging kan de darmwerking ondersteunen. Wandelen is al waardevol. Binnen yoga worden daarnaast zachte torsies en buikbewegingen gebruikt. Ze hoeven niet als een mechanische manier om de darm ‘leeg te duwen’ te worden gezien, maar beweging als geheel kan wel bijdragen aan een normale darmfunctie.
En soms is het eenvoudigste advies het belangrijkste: neem de tijd om naar het toilet te gaan en onderdruk de aandrang niet. Bij langdurige of plots ernstig geworden constipatie, hevige buikpijn, braken, bloedverlies of wanneer ontlasting én winden volledig uitblijven, is medische beoordeling aangewezen.
Met dank aan: Caroline Markolin, PH.D. https: //LearningGNM.com
Arjen Lievers https://www.germaansegeneeskunde.nl/index_ziekten_gnm/
Dr. Geerd Ryke Hamer
Gerelateerde Publicaties



