Lage bloeddruk of hypotensie

Wanneer we spreken over bloeddruk, denken we meestal onmiddellijk in termen van te hoog of te laag. Een bloeddruk rond of lager dan 90/60 mmHg wordt binnen de reguliere geneeskunde doorgaans als lage bloeddruk of hypotensie omschreven. Toch betekent zo’n lage waarde niet automatisch dat er iets mis is.
Een lage bloeddruk hoeft niet noodzakelijk klachten te veroorzaken. Sommige mensen hebben van nature een lagere bloeddruk en merken daar nauwelijks iets van. Wanneer de bloeddruk echter onvoldoende is om de hersenen en andere weefsels op dat moment goed van bloed en zuurstof te voorzien, kunnen er wel duidelijke symptomen ontstaan. Typisch zijn duizeligheid of een licht gevoel in het hoofd, vooral bij snel rechtopstaan, wazig zien of zwarte vlekken voor de ogen, vermoeidheid, slapte, concentratieproblemen, misselijkheid, een bleke of koude huid en soms hartkloppingen.
Dat is meteen een interessant raakvlak met de Germaanse Geneeskunde. Ook vanuit de GNM hoeft een lage bloeddruk niet noodzakelijk als een probleem te worden beschouwd. Het lichaam regelt voortdurend de bloeddruk in functie van wat op dat moment nodig is. Een lagere bloeddruk kan daarom niet los worden gezien van de omstandigheden waarin deze ontstaat en van de processen die zich tegelijkertijd in het lichaam afspelen.
Regulier wordt gekeken naar verschillende factoren die onze bloeddruk bepalen, zoals de pompkracht en frequentie van het hart, de spanning van de bloedvaten, het bloedvolume, het autonome zenuwstelsel en de hormonale regulatie. Een verandering in één of meerdere van deze factoren kan ervoor zorgen dat de bloeddruk daalt.
Bij een sterkere bloeddrukdaling kan iemand het gevoel krijgen dat hij of zij gaat flauwvallen of daadwerkelijk kort het bewustzijn verliezen. Vooral wanneer klachten ontstaan bij het opstaan vanuit een zittende of liggende houding spreken we van orthostatische hypotensie. Niet alleen de gemeten bloeddruk is dus belangrijk, maar vooral ook hoe iemand zich daarbij voelt en onder welke omstandigheden de klachten optreden.
Binnen de GNM kijken we daarnaast naar de biologische processen die aan veranderingen in organen en weefsels voorafgaan. Een lage bloeddruk wordt daarom niet aan één conflict of één biologisch programma gekoppeld. De omstandigheden waarin de bloeddruk daalt zijn bepalend voor de interpretatie.
Een bijzonder voorbeeld hiervan vinden we bij het hart en meer bepaald bij het samenspel tussen de rechter- en linkerventrikel. Binnen de GNM wordt de bloeddrukdaling tijdens een linker-myocardcrisis geïnterpreteerd als een biologisch beschermingsmechanisme: door de arteriële druk te verlagen zou de mechanische belasting van het verzwakte myocard worden beperkt. Vanuit die gedachte wordt ook verklaard waarom een lagere bloeddruk het risico op een ruptuur van het verzwakte spierweefsel zou verminderen.
Om dit bijzondere mechanisme te begrijpen, moeten we eerst kijken naar de werking van beide hartkamers en naar de manier waarop ze voortdurend samenwerken om het bloed door onze long- en lichaamscirculatie te bewegen.
1- Het samenspel van de twee ventrikels van het hart
De bloedstroom door het hart
Het zuurstofarme bloed komt via de Vena cava superior en Vena cava inferior de rechterboezem binnen. Via de openstaande tricuspidalisklep stroomt het bloed naar de rechterkamer. De tricuspidalisklep sluit en de pulmonaalklep opent. De samentrekking van de rechterkamer pompt het bloed via de longslagader naar de longen.
In de longen wordt zuurstof opgenomen en koolstofdioxide afgegeven. Het zuurstofrijke bloed stroomt via de longaders naar de linkerboezem. Door de openstaande mitralisklep stroomt het bloed naar de linkerkamer. De mitralisklep sluit en de aortaklep opent. De samentrekking van de linkerkamer stuurt het zuurstofrijke bloed via de aorta naar het lichaam.
Het biologisch conflict met betrekking tot het myocard
Het biologisch conflict dat verband houdt met de hartspier wordt aangeduid als een overbelastingsconflict. Dit conflict ontstaat wanneer iemand het gevoel heeft onder druk te staan door externe eisen of verwachtingen die vanuit sociale interacties voortkomen. Het gaat niet zozeer om de fysieke hoeveelheid werk zelf, maar om de emotionele of sociale context waarin men zich overvraagd voelt. Het kan bijvoorbeeld gaan om situaties waarin iemand wordt gedwongen zich uit te sloven, terwijl hij of zij zich niet gewaardeerd voelt of geen controle heeft over de situatie.
- Werkgerelateerde overbelasting door een veeleisende baas:
- Een werknemer voelt zich voortdurend opgejaagd door een supervisor die hem extra taken blijft geven, deadlines naar voren schuift en voortdurend kritiek levert. Het probleem is niet de hoeveelheid werk op zich, maar het gevoel van onrechtvaardigheid en de druk van bovenaf.
- Bijvoorbeeld: “Mijn baas verwacht dat ik na werktijd nog beschikbaar ben, en ik kan geen nee zeggen zonder bang te zijn voor de gevolgen.”
- Gezinsdruk door een dominante partner:
- Een moeder voelt zich verantwoordelijk voor het huishouden, de opvoeding van de kinderen en de financiën, terwijl haar partner weinig tot geen steun biedt. De continue sociale druk leidt tot een gevoel van uitputting.
- Bijvoorbeeld: “Ik voel me gevangen in een situatie waarin alles op mijn schouders terechtkomt, zonder dat iemand me echt helpt.”
- Sociale verplichtingen binnen een familie of gemeenschap:
- Een persoon wordt binnen een familie of sociale groep voortdurend benaderd voor hulp bij allerlei zaken, van emotionele ondersteuning tot het regelen van praktische dingen. Hoewel hij of zij het niet aankan, is er de angst om afgewezen te worden als er geen hulp wordt geboden.
- Bijvoorbeeld: “Als ik zeg dat ik niet kan helpen, krijg ik verwijten. Het voelt alsof ik mijn plek in de familie verlies.”
- Sport of competitie waarbij er teveel gevraagd wordt:
- Een sporter kan te maken krijgen met een coach die steeds hogere prestaties eist, waardoor de sporter niet alleen lichamelijk, maar vooral geestelijk overbelast raakt. Het gevoel ontstaat dat hij of zij zichzelf niet meer kan bijbenen en nooit genoeg doet.
- Bijvoorbeeld: “Mijn coach blijft pushen. Zelfs als ik alles geef, lijkt het nooit goed genoeg.”
- Zorg voor een ziek familielid of dier:
- Iemand kan emotioneel overbelast raken wanneer hij langdurig voor een ziek familielid of huisdier zorgt zonder voldoende rust of steun. De zorgplicht wordt een bron van constante stress en schuldgevoel.
- Bijvoorbeeld: “Ik wil goed voor mijn moeder zorgen, maar het is alsof er nooit een einde komt aan de verwachtingen.”
Met deze voorbeelden wordt het duidelijker hoe een overbelastingsconflict zich niet alleen beperkt tot werk, maar juist ontstaat door sociale druk en interacties die iemand psychisch kunnen uitputten.
De hartspier wordt binnen dit conflict geraakt omdat ze biologisch gezien symbool staat voor kracht en doorzettingsvermogen. Wanneer iemand te veel van zichzelf eist in een sociale context, voelt het lichaam zich alsof het ‘uitgeput en onder druk’ staat, wat kan leiden tot hartkloppingen, vermoeidheid en in ernstige gevallen hartproblemen.
Of de rechter- of linkerhartspier wordt aangedaan, hangt af van de handigheid van een mens (rechtshandig of linkshandig) en de aard van het conflict: of het te maken heeft met moeder/kind of met een partner. Door de draaiing van de hartbuizen is het lateraliteitsprincipe bij de hartspier omgekeerd, wat betekent dat de reactie per kant verschilt.
- Bij rechtshandige personen:
- Een overweldigend conflict dat verband houdt met de moeder of een kind, beïnvloedt de rechterhartspier.
- Een overweldigend conflict met een partner heeft daarentegen invloed op de linkerhartspier.
- Bij linkshandige personen:
- Een overweldigend conflict met de moeder of een kind beïnvloedt de linkerhartspier.
- Een overweldigend conflict met een partner tast juist de rechterhartspier aan.
Deze omkering is een belangrijk aspect bij het begrijpen van de biologische respons van het hart op emotionele overbelasting.
De conflictactieve fase
Tijdens de conflictactieve fase ontstaat evenredig aan de mate van conflictactiviteit weefselverlies in de hartspier, aangestuurd door het hersenmerg. Dit verlies manifesteert zich als necrose, gecombineerd met een toenemende verlamming van de hartspier die wordt aangestuurd vanuit de motorische cortex. De dwarsgestreepte spieren behoren tot de groep organen die reageren op het gerelateerde conflict met functieverlies. Voor diepgaande uitleg verwijs ik graag naar het artikel over myocarditis op deze website.
- Linkerhartspier aangedaan:
Wanneer de linkerhartspier verzwakt is, vertraagt de bloedstroom naar het lichaam. - Rechterhartspier aangedaan:
Wanneer de rechterhartspier verzwakt is, ontstaat er een ophoping van bloed voor het rechterhart. Dit veroorzaakt een verhoogde druk in de bloedvaten.
De helingsfase
Tijdens de eerste fase van het genezingsproces wordt de necrose van de hartspier hersteld doordat nieuw weefsel wordt gevormd. In de reguliere geneeskunde staat dit bekend als een ‘myocardsarcoom’. Wanneer dit herstel gepaard gaat met een ontsteking, spreekt men van myocarditis, wat verband houdt met een eigenwaarde-inbreukconflict in relatie tot het hart.
Na voltooiing van het genezingsproces is er doorgaans meer weefsel gevormd dan er oorspronkelijk aanwezig was. Dit heeft een biologisch doel: de hartspier versterken, zodat deze beter bestand is tegen toekomstige conflicten van dezelfde aard. We noemen dit de luxegroep van het nieuw mesoderm. Deze versterking van de hartspier gebeurt na de epileptoïde crisis. Na de epileptoïde crisis begint vervolgens de definitieve genezingsfase.
De epileptoïde crisis van het rechter Myocardinfarct:
Wanneer een hartaanval de rechterhartspier treft, stijgt de bloeddruk in de linkerhartkamer snel, wat leidt tot hypertensie (hoge bloeddruk). De bloeddruk was al verhoogd in de conflictactieve fase en tijdens PCL-A (de eerste fase van het herstelproces), als gevolg van de verlamming van de rechterhartspier. Tijdens de Epileptoïde crisis neemt de bloeddruk verder toe om de ongecoördineerde contracties van het rechterventrikel te compenseren.
De verhoogde bloeddruk is dus geen oorzaak van de hartaanval, zoals vaak wordt beweerd, maar een noodzakelijk compenserend mechanisme om de bloedsomloop in stand te houden. Dit compenserende proces speelt een vitale rol bij een rechtermyocardinfarct (zie ook het verband met het nierparenchym, waarbij verhoogde bloeddruk tijdens de conflictactieve fase nodig is om de nierfunctie te waarborgen).
Linker Myocardinfarct:
Wanneer de linkerhartspier een Epileptoïde crisis doormaakt, daalt de bloeddruk in de rechterhartkamer, wat leidt tot hypotensie (lage bloeddruk). Dit gaat vaak gepaard met symptomen zoals een verminderde bloedcirculatie, bleekheid, duizeligheid en in ernstige gevallen een volledige instorting van de systemische bloedsomloop. Dit kan zich uiten in acute misselijkheid en bewustzijnsverlies.
Binnen de GNM wordt de bloeddrukdaling tijdens een linker-myocardcrisis geïnterpreteerd als een biologisch beschermingsmechanisme: door de arteriële druk te verlagen zou de mechanische belasting van het verzwakte myocard worden beperkt. Vanuit die gedachte wordt ook verklaard waarom een lagere bloeddruk het risico op een ruptuur van het verzwakte spierweefsel zou verminderen. Daarom zijn perforaties bij een linkermyocardinfarct zeldzaam.
Om de hartfunctie te behouden versnelt de hartslag, ontstaat verandering van vaattonus en herverdeling van de bloedstroom naar vitale organen. De productie van erytrocyten(hemoglobine) wordt opgevoerd. Waarschuwing: pogingen om de bloeddruk kunstmatig te verhogen met medicatie kunnen gevaarlijk zijn. Dit kan leiden tot een ruptuur of scheuring.
Wat betekenen systolische en diastolische bloeddruk?
Om te begrijpen hoe de ventrikels en hartkleppen onze bloeddruk beïnvloeden, is het goed om eerst het verschil tussen systolische en diastolische bloeddruk te kennen.
De systolische bloeddruk is de hoogste druk in onze slagaders en ontstaat wanneer de ventrikels samentrekken. De linkerventrikel pompt op dat moment het zuurstofrijke bloed via de aortaklep in de aorta en verder naar het lichaam. Bij een bloeddruk van 120/80 mmHg is 120 de systolische bloeddruk.
De diastolische bloeddruk is de laagste druk die in de slagaders overblijft wanneer de ventrikels zich ontspannen en opnieuw met bloed vullen. Bij een bloeddruk van 120/80 mmHg is 80 de diastolische bloeddruk.
Systolisch en diastolisch geven dus niet de richting aan waarin het bloed stroomt, maar twee verschillende momenten binnen dezelfde hartcyclus:
Systole → de ventrikels trekken samen → bloed wordt uitgepompt → hoogste arteriële druk. Diastole → de ventrikels ontspannen en vullen zich opnieuw → laagste arteriële druk.
Dit onderscheid is belangrijk wanneer we naar de hartkleppen kijken, omdat deze tijdens het samentrekken en ontspannen van het hart op precies het juiste moment moeten openen en sluiten om het bloed in de juiste richting te laten stromen.
Ook de hartkleppen kunnen de bloeddruk beïnvloeden
Wanneer we naar het samenspel tussen beide ventrikels kijken, mogen we ook de hartkleppen niet vergeten. Zij zorgen ervoor dat het bloed steeds in de juiste richting door het hart stroomt. De tricuspidalisklep bevindt zich tussen de rechterboezem en rechterventrikel, terwijl de pulmonalisklep het bloed vanuit de rechterventrikel naar de longslagader leidt. Aan de linkerzijde stroomt het zuurstofrijke bloed via de mitralisklep van de linkerboezem naar de linkerventrikel en vervolgens via de aortaklep naar de aorta en de rest van het lichaam.
Wanneer een hartklep niet meer volledig sluit, spreken we van klepinsufficiëntie. Een gedeelte van het bloed kan dan terugstromen. Bij een stenose is de opening van de klep vernauwd, waardoor de vrije bloedstroom wordt belemmerd. In beide situaties verandert de normale doorstroming van het hart en kunnen de bloeddrukken vóór en achter de betrokken klep veranderen. Wanneer hierdoor minder bloed effectief wordt uitgepompt, kan dit onder bepaalde omstandigheden bijdragen aan een lagere bloeddruk en klachten zoals vermoeidheid, zwakte of duizeligheid.
Binnen de GNM behoren het endocard en de hartkleppen tot het nieuw mesodermale kiemblad. Tijdens de conflictactieve fase ontstaat er weefselafname of necrose. In de herstelfase wordt het verloren weefsel opnieuw opgebouwd. Bij langdurige of herhaaldelijke processen van conflictactiviteit en herstel ontstaat littekenvorming, verdikking of vervorming van het klepweefsel. Hierdoor kan een klep uiteindelijk minder goed openen of sluiten.
Het biologische conflict dat met het endocard en de hartkleppen wordt verbonden, is een eigenwaarde-inbreuk die specifiek met het hart wordt geassocieerd. Dat onderscheidt zich van de eigenwaarde-inbreuk van de ventrikels, waarbij sociale overbelasting als typische conflictinhoud wordt beschreven.
Een hartgerelateerde eigenwaarde-inbreuk kan bijvoorbeeld ontstaan nadat iemand langdurig angina pectoris of hartritmestoornissen heeft ervaren, na een eerdere hartaanval of door de angst er één te krijgen omdat hartproblemen in de familie voorkomen. Ook een diagnose als “hartinsufficiëntie” of een uitspraak als “uw hart is zwak” of “uw hart werkt niet goed” kan binnen deze visie een sterke emotionele impact krijgen. Het is daarbij niet de medische diagnose of uitspraak op zichzelf die het conflict bepaalt, maar de manier waarop iemand deze onverwacht en persoonlijk beleeft.
Ook bij de hartkleppen zien we dus dat lage bloeddruk niet het biologische programma zelf hoeft te zijn, maar een gevolg kan zijn van veranderingen die de bloedstroom door het hart beïnvloeden. De reguliere fysiologische verklaring van zo’n verminderde doorstroming en de GNM-interpretatie van het onderliggende biologische proces hoeven daarbij niet met elkaar te worden verward of elkaar uit te sluiten.
2- De bijnierschors en lage bloeddruk
Een andere mogelijke verklaring voor lage bloeddruk vinden we ter hoogte van de bijnierschors. Binnen de GNM wordt de bijnierschors gerekend tot het nieuw mesodermale kiemblad, net zoals het myocard van de hartventrikels. Tijdens de conflictactieve fase ontstaat er weefselafname met een verminderde functie van de bijnierschors, waardoor onder andere de productie van cortisol en aldosteron kan afnemen. Ook vanuit de reguliere geneeskunde is bekend dat een tekort aan deze hormonen, zoals bij primaire bijnierinsufficiëntie of de ziekte van Addison, gepaard kan gaan met een lage bloeddruk.
Binnen de GNM wordt aan de bijnierschors het biologische conflict gekoppeld van “het verkeerde pad hebben gekozen”, “op het verkeerde paard hebben gewed”, “de verkeerde richting zijn ingeslagen” of “de verkeerde beslissing of keuze hebben gemaakt”. Het gaat daarbij niet om een vluchtige gedachte of gewone twijfel, maar om een ervaring waaraan een diepe emotionele lading verbonden is: het gevoel dat een gemaakte keuze je op een fundamenteel verkeerd spoor heeft gebracht.
De lage bloeddruk en het verlies aan energie krijgen vanuit deze visie ook een biologische betekenis. Wanneer je het gevoel hebt dat je op het verkeerde paard hebt gewed, heeft het weinig zin om met volle kracht in dezelfde richting verder te gaan. De verminderde energie dwingt als het ware tot vertraging: stoppen met energie investeren in een richting die als verkeerd wordt ervaren.
De lage bloeddruk wordt vanuit deze gedachte niet alleen als een tekort of storing bekeken, maar als onderdeel van een biologisch aanpassingsproces aan een diep ervaren conflictsituatie. Als het conflict wordt opgelost wordt het proces omgedraaid en gaat de bloeddruk stijgen om de hormonen sneller naar alle organen te transporteren voor hernieuwde energie.
3- Wanneer een lagere bloeddruk onderdeel is van een groter proces
Naast de specifieke processen die we bij het hart en de bijnierschors hebben besproken, zijn er nog andere omstandigheden waarin de bloeddruk tijdelijk of langdurig lager kan worden. Ook hier is het belangrijk om niet alleen naar het getal op de bloeddrukmeter te kijken, maar naar de toestand van de mens als geheel.
Na een langdurige periode van stress
Tijdens een intensieve of langdurige stressperiode staat het lichaam voortdurend op scherp. Het sympathische zenuwstelsel is actiever, stresshormonen worden aangemaakt en bij veel mensen stijgen hartslag en bloeddruk. Wanneer zo’n belastende periode eindelijk voorbij is en de ontspanning terugkeert, kan het autonome zenuwstelsel meer naar de andere kant omschakelen: rust, herstel en vagotonie.
Binnen de GNM wordt een uitgesproken vermoeidheid met een lagere bloeddruk in zo’n herstelfase niet noodzakelijk als iets negatiefs geïnterpreteerd. Het lichaam vraagt als het ware om rust om de beschikbare energie te gebruiken voor herstelprocessen. Het lichaam verlaagt daarom je energie voor voortdurende dagelijkse activiteit.
Daarmee ontstaat opnieuw een raakvlak met de reguliere fysiologie: ook daar hoeft een lagere bloeddruk zonder alarmsymptomen niet noodzakelijk ziekte te betekenen. Het verschil zit vooral in de biologische betekenis die de GNM aan zo’n herstelfase wordt gegeven.
Wanneer rust stilstand wordt
Er bestaat ook een andere kant. Een leven met weinig lichamelijke activiteit, veel zitten of liggen en weinig prikkels kan de cardiovasculaire conditie verminderen. Het lichaam wordt eenvoudigweg minder uitgedaagd om zich voortdurend aan inspanning en houdingsveranderingen aan te passen.
We kunnen dit beschrijven als een toestand waarin vagotonie te sterk de boventoon voert. Dat hoeft niet alleen lichamelijke rust te betekenen. Soms is ook de levensenergie als het ware naar de achtergrond verdwenen: weinig sociale contacten, weinig interesses, weinig beweging en weinig dingen waar iemand enthousiast voor opstaat.
Dan kun je een lage bloeddruk ook als een uitnodiging bekijken: kom opnieuw in beweging en begin weer actief deel te nemen aan het leven. Wandelen, sporten binnen de eigen mogelijkheden, buiten zijn, hobby’s oppakken en familie- en sociale contacten onderhouden geven het organisme opnieuw prikkels waarop het zich moet aanpassen, en dat is ook gezonder.
Medicijnen en toxische belasting
Ook bepaalde geneesmiddelen en intoxicaties kunnen de bloeddruk verlagen. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren doordat stoffen de vaattonus, hartfunctie, vochtbalans of het autonome zenuwstelsel beïnvloeden. Hier is het belangrijk eerst naar de concrete oorzaak te kijken, want een uitgesproken bloeddrukdaling door intoxicatie is niet automatisch een gunstige beschermingsreactie.
Binnen bepaalde traditionele gezondheidsvisies, waaronder Ayurveda, wordt daarnaast veel aandacht besteed aan de totale belasting van het organisme en aan het vermogen om afvalstoffen te verwerken en uit te scheiden. Dat biedt een ander perspectief op herstel en belasting. De belasting van het lichaam versterkt door milieuvervuiling, chemtrails, pesticiden en vele andere bronnen van intoxicatie op het lichaam. Volgens de ayurveda voorkomt de lage bloeddruk dat vitale organen overspoeld worden door toxische belasting.
Lage bloeddruk is niet één toestand
We zien daarmee steeds duidelijker waarom lage bloeddruk op zichzelf nog maar weinig vertelt. Bij de ene persoon kan een lagere bloeddruk zijn normale uitgangswaarde zijn, bij een ander verschijnt ze tijdens een periode van rust en herstel en bij weer iemand anders kan er een probleem met hart, hormonen, vochtbalans, medicatie of een andere lichamelijke oorzaak achter zitten.
De vraag is daarom niet alleen: “Hoe laag is mijn bloeddruk?” maar vooral: “Waarom is mijn bloeddruk op dit moment laag en hoe voel ik mij daarbij?”
4- Andere oorzaken van lage bloeddruk
Te weinig circulerend bloedvolume
Onze bloeddruk is onder andere afhankelijk van de hoeveelheid bloed die door onze bloedvaten circuleert. Wanneer het circulerende volume afneemt, is er minder bloed beschikbaar om onder voldoende druk door het vaatstelsel te worden gepompt.
Een eenvoudig voorbeeld is uitdroging. Wanneer we veel vocht verliezen door hevig zweten, diarree, braken of onvoldoende drinken, vermindert het beschikbare vochtvolume. Ook aanzienlijk bloedverlies kan vanzelfsprekend het circulerende bloedvolume doen dalen.
Het hart kan dan nog steeds goed functioneren, maar heeft eenvoudigweg minder volume om rond te pompen. De bloeddruk kan hierdoor afnemen.
Verwijding van de bloedvaten
Niet alleen de hoeveelheid bloed is belangrijk, maar ook de diameter van onze bloedvaten. Je kunt het enigszins vergelijken met water dat door een tuinslang stroomt. Wanneer de beschikbare ruimte groter wordt, verandert ook de druk.
Onze bloedvaten kunnen zich vernauwen en verwijden. Wanneer veel bloedvaten zich verwijden, neemt de vaatweerstand af en kan de bloeddruk dalen. Warmte is een eenvoudig voorbeeld: om warmte kwijt te raken worden bloedvaten in de huid wijder. Sommige mensen merken daarom dat ze bij warm weer gemakkelijker last krijgen van een lage bloeddruk of duizeligheid.
Ook geneesmiddelen en verschillende lichamelijke omstandigheden kunnen de vaatverwijding beïnvloeden.
Wanneer het hart minder bloed rondpompt
Een andere belangrijke factor is het hartminuutvolume. Met deze medische term bedoelen we eenvoudigweg de hoeveelheid bloed die het hart in één minuut rondpompt.
Dat wordt bepaald door twee zaken: hoe vaak het hart per minuut klopt en hoeveel bloed het bij iedere hartslag uitpompt.
Wanneer het hart erg langzaam klopt, bepaalde ritmestoornissen aanwezig zijn of de pompfunctie van het hart verminderd is, kan het hartminuutvolume afnemen. Ook ernstige hartklepproblemen kunnen ervoor zorgen dat minder bloed effectief vooruit wordt gepompt.
Wanneer minder bloed per minuut in de lichaamscirculatie terechtkomt, kan ook de arteriële bloeddruk dalen.
Het autonome zenuwstelsel regelt voortdurend mee
Onze bloeddruk is geen vaststaand gegeven. Van seconde tot seconde wordt hij aangepast aan wat we doen. Een belangrijke rol daarin wordt gespeeld door het autonome zenuwstelsel.
Een mooi voorbeeld zien we wanneer we vanuit bed opstaan. Door de zwaartekracht zakt er onmiddellijk meer bloed naar onze benen en buik. Het lichaam moet daarop reageren. De bloedvaten vernauwen zich en de hartslag kan enigszins veranderen om ervoor te zorgen dat voldoende bloed naar de hersenen blijft stromen.
Wanneer deze automatische compensatie onvoldoende of te traag verloopt, kan de bloeddruk bij het rechtop komen plotseling dalen.
Orthostatische hypotensie
Dit verschijnsel noemen we orthostatische of posturale hypotensie. Het betekent eenvoudig gezegd: een duidelijke bloeddrukdaling bij het overeind komen vanuit een liggende of zittende positie.
Medisch wordt doorgaans gesproken van orthostatische hypotensie wanneer binnen ongeveer drie minuten na het rechtop gaan staan de systolische bloeddruk met minstens 20 mmHg of de diastolische bloeddruk met minstens 10 mmHg daalt.
Iemand kan dan plotseling duizelig worden, zwarte vlekken of wazig zien, zich slap voelen of in ernstigere gevallen zelfs kort het bewustzijn verliezen.
Orthostatische hypotensie laat bijzonder mooi zien dat bloeddruk geen statisch getal is. Ons lichaam is voortdurend bezig de circulatie aan te passen aan houding, beweging en omstandigheden.
Lage bloeddruk na het eten
Een minder bekende vorm is postprandiale hypotensie: een bloeddrukdaling na een maaltijd.
Wanneer we gegeten hebben, neemt de bloedtoevoer naar het maag-darmgebied toe om de spijsvertering te ondersteunen. Het lichaam moet ervoor zorgen dat tegelijkertijd voldoende bloed beschikbaar blijft voor onder andere de hersenen en andere organen.
Normaal wordt dit automatisch gecompenseerd door veranderingen in hartslag en vaatspanning. Wanneer deze compensatie onvoldoende plaatsvindt, kan de bloeddruk na het eten dalen. Dit verschijnsel komt vaker voor bij oudere mensen en bij bepaalde aandoeningen van het autonome zenuwstelsel.
Hormonen, bloedarmoede en geneesmiddelen
Ook onze hormonen spelen een belangrijke rol bij het regelen van bloeddruk en vochtbalans. De bijnierschors hebben we eerder al besproken. Cortisol en aldosteron zijn voorbeelden van hormonen die invloed hebben op onze circulatie. Wanneer deze regulatie verstoord raakt, kan hypotensie ontstaan.
Daarnaast kunnen onder andere bloedarmoede en tekorten aan ijzer, vitamine B12 of folaat samengaan met klachten zoals vermoeidheid, zwakte en duizeligheid. Hierbij is het belangrijk om niet automatisch alle klachten aan de bloeddruk toe te schrijven: bloedarmoede vermindert vooral het zuurstoftransport en veroorzaakt niet noodzakelijk zelf een lage bloeddruk.
Ook geneesmiddelen kunnen een rol spelen. Bloeddrukverlagende medicatie is een voor de hand liggend voorbeeld, maar ook diuretica of vochtafdrijvende middelen kunnen de bloeddruk verlagen doordat ze het vocht- en bloedvolume beïnvloeden. Daarnaast bestaan er andere geneesmiddelen die via het hart, de bloedvaten of het zenuwstelsel invloed kunnen hebben op de bloeddruk.
Een plotselinge bloeddrukval is iets anders
Tot slot moeten we een belangrijk onderscheid maken tussen iemand die van nature of gedurende langere tijd een relatief lage bloeddruk heeft en iemand bij wie de bloeddruk plotseling sterk daalt.
Bij bijvoorbeeld ernstig bloedverlies, een ernstige complicatie, een zware allergische reactie of andere vormen van shock kan de bloeddruk zo sterk dalen dat vitale organen onvoldoende worden doorbloed. Dat is geen situatie die we simpelweg als een onschuldige lage bloeddruk of normale herstelreactie mogen beschouwen. Een dergelijke acute toestand kan levensbedreigend zijn en vereist onmiddellijke medische interventie en behandeling.
Het getal vertelt nooit het hele verhaal
Ook vanuit de reguliere fysiologie wordt daarmee duidelijk dat lage bloeddruk vele oorzaken kan hebben. Het kan gaan om bloedvolume, vaatspanning, hartfunctie, autonome regulatie, hormonen, geneesmiddelen of een combinatie van verschillende factoren.
Daarom komen we opnieuw bij de twee vragen die als een rode draad door dit artikel lopen:
Waarom is mijn bloeddruk op dit moment laag? En hoe voel ik mij daarbij?
De bloeddrukwaarde vertelt ons iets, maar nooit het volledige verhaal. Om werkelijk te begrijpen wat er gebeurt, moeten we kijken naar het geheel, de omstandigheden, wat eraan voorafging en naar de verschillende processen die op dat moment in het lichaam samenwerken.
Met dank aan: Caroline Markolin, PH.D. https: //LearningGNM.com
Arjen Lievers https://www.germaansegeneeskunde.nl/index_ziekten_gnm/
Dr. Geerd Ryke Hamer
Gerelateerde Publicaties



