De megalomane constellatie

Wat is megalomanie?
Megalomanie, ook wel grootheidsdenken of grootheidswaan genoemd, verwijst naar een sterk overdreven gevoel van eigenwaarde en belangrijkheid. Iemand ervaart zichzelf als uitzonderlijk, superieur of bijzonder machtig en kan een onrealistisch geloof ontwikkelen in zijn eigen talenten, kennis, invloed, status of vermogens.
Kenmerkend is dat het beeld dat iemand van zichzelf heeft niet meer in verhouding staat tot de werkelijkheid. De persoon kan ervan overtuigd zijn méér te weten, méér te kunnen of belangrijker te zijn dan anderen. In uitgesproken vormen kan dit uitgroeien tot het gevoel voorbestemd te zijn voor een uitzonderlijke taak, over bijzondere gaven te beschikken of zelfs onaantastbaar of almachtig te zijn.
Megalomanie kan zich onder andere uiten in:
- een overdreven gevoel van eigenwaarde en belangrijkheid;
- zichzelf superieur voelen aan anderen;
- een sterke behoefte aan bewondering, erkenning of bevestiging;
- grootspraak en het overdrijven van prestaties, kennis of capaciteiten;
- moeilijk kritiek of tegenspraak kunnen verdragen;
- voortdurend willen aantonen dat men gelijk heeft of meer weet dan anderen;
- een sterke behoefte aan invloed, macht of controle;
- het onderschatten of kleineren van de kennis en capaciteiten van anderen;
- een verminderd vermogen om rekening te houden met het perspectief of de gevoelens van anderen.
In het dagelijkse taalgebruik herkennen we hierin soms de grootspreker, opschepper, betweter of overdrijver: iemand die zichzelf voortdurend op de voorgrond plaatst en graag laat zien wat hij weet, bezit of bereikt heeft. In sterkere vormen kan het gedrag arrogant, pompeus, dominant of pretentieus overkomen.
Megalomanie is niet hetzelfde als narcisme
Megalomanie wordt vaak in één adem genoemd met narcisme, maar beide begrippen zijn niet volledig hetzelfde. Grootheidsgevoelens kunnen voorkomen bij een narcistische persoonlijkheidsstoornis, maar ook bij bijvoorbeeld manische of psychotische toestanden. Megalomanie is daarom beter te begrijpen als een verschijnsel of patroon van grootheidsdenken dan als één afzonderlijke psychiatrische diagnose.
Ook is een sterk zelfvertrouwen op zichzelf geen megalomanie. Iemand kan overtuigd zijn van zijn capaciteiten, ambitieus zijn en graag leidinggeven zonder zichzelf boven anderen te plaatsen. Het onderscheid ontstaat vooral wanneer het zelfbeeld buiten verhouding raakt, voortdurend bevestiging nodig heeft en de verhouding met andere mensen erdoor wordt bepaald.
En juist daar ontstaat een interessante vraag.
Wat gebeurt er wanneer iemand zichzelf voortdurend groter moet maken?
Is dat werkelijk een teken van een uitzonderlijk sterke eigenwaarde? Of zou achter het uiterlijk vertoon van superioriteit juist een heel andere innerlijke dynamiek kunnen schuilgaan?
De paradox van megalomanie is dat achter het vertoon van een enorm ego en onaantastbaar zelfvertrouwen juist een bijzonder kwetsbaar zelfbeeld kan schuilgaan. Alles wat dit beeld tegenspreekt of buiten de eigen controle valt, kan dan als bedreigend worden ervaren.
Hoe kan een ogenschijnlijk buitengewoon sterke eigenwaarde tegelijkertijd samengaan met een bijzonder kwetsbare eigenwaarde? De psychologie beschrijft deze paradox. Laten we nu eens kijken hoe de Germaanse Geneeskunde haar probeert te verklaren.
De megalomane constellatie van het hersenmerg of de witte stof
De constellatie van het hersenmerg, ook wel megalomanie genoemd, is een indrukwekkend fenomeen dat we op een nieuwe manier moeten leren begrijpen.
Volgens de definitie van de Vijf Biologische Wetten bevindt de biologische zin van een programma dat door het hersenmerg wordt aangestuurd zich altijd pas aan het einde van de genezingsfase (PCL). Dit geldt ook voor de megalomane constellatie.
Wat is een hersenmergconstellatie?
Er ontstaat een constellatie wanneer er gelijktijdig twee of meer SBS’en (zinvol biologische speciaalprogramma’s) actief zijn in de beide hemisferen van het hersenmerg. Het maakt daarbij niet uit of deze zich in de conflictactieve fase (CA), in de genezingsfase (PCL) of zelfs in de epileptoïde crisis bevinden, zolang beide hersenhelften betrokken zijn.
Effect op de psyche
Door deze dubbele inslag ontstaat een soort “natuurlijke noodmaatregel”: de patiënt kan zich als het ware aan zijn eigen haren uit het drijfzand trekken. In psychische zin vertaalt dit zich in een toestand van grootheidswaan (megalomanie).
Als de bilaterale inslag betrekking heeft op de gestreepte spieren of op het skelet, uit zich dit in een ossale en motorische megalomanie: de overtuiging sterker, groter of onoverwinnelijk te zijn. Het woord ossaal is afgeleid van het Latijnse os (= bot) en betekent “met betrekking tot de botten of het skelet”. Wanneer men spreekt van een ossale megalomanie, gaat het dus om een grootheidswaan die ontstaat wanneer er bilaterale SBS’en in het hersenmerg lopen die betrekking hebben op het skelet.
Betreffen de conflicten de eierstokken, testikels (verliesconflicten) of de glomeruli van de nieren (vloeistofconflict), dan ontstaat een specifieke vorm van megalomanie die loopt vanaf het DHS tot het einde van het SBS, zolang ook de andere hemisfeer een actief programma heeft.

Waarom houdt de megalomanie aan?
Omdat de biologische zin van het hersenmerg pas aan het einde van de PCL-fase bereikt wordt, blijft de toestand van megalomanie bestaan zolang er aan beide zijden SBS’en actief zijn. Het maakt dus niet uit of die programma’s zich in de CA of PCL bevinden: de grootheidswaan houdt aan zolang beide hersenhelften “bezet” zijn.
Voorbeeld uit de sport: Stel je een voetballer voor die aan beide knieën een eigenwaarde-inbreuk ervaart (een sportiviteitsconflict):
- de rechterknie in relatie tot een partner,
- de linkerknie in relatie tot de moeder.
Doordat beide hemisferen van het hersenmerg gelijktijdig actief zijn, ontstaat bij hem een functionele overtuiging dat hij de beste moet zijn. Dit kan hem op het veld doen spelen met de overgave en overtuiging van een topspeler, vergelijkbaar met de Braziliaanse voetballer Pelé, die tussen 1958 en 1968 wereldwijd als de beste werd beschouwd.
Op deze manier wordt duidelijk dat megalomanie geen “stoornis” is, maar een biologisch zinvol fenomeen dat de mens tijdelijk meer kracht, moed en overtuiging geeft om te overleven, totdat de genezing voltooid is.
Bij een hangende genezing, dat wil zeggen, wanneer de helingsfase voortdurend wordt onderbroken door sporen of terugvallen in het conflict, blijft de zelfverzekerde houding gedurende het hele leven bestaan.
Aandacht op zichzelf
Wanneer er een constellatie in het hersenmerg ontstaat, manifesteert dit zich vaak in een sterke dwang om de aandacht op zichzelf te vestigen. Mensen in deze toestand vertonen een aanhoudend op zichzelf gerichte houding en een overdreven gevoel van eigenwaarde.
Hun gedrag kan overkomen als overmoedig, arrogant, pompeus of pretentieus, alsof ze “vol van zichzelf” zijn. In deze groep herkennen we de grootsprekers, opscheppers, overdrijvers en betweters, maar ook personen die in de psychiatrie zouden worden gelabeld als narcisten (DSM-5: lijst van narcistische persoonlijkheidsstoornis).
Biologische zin van het opgeblazen ego
Achter dit gedrag ligt een duidelijk biologische logica. De megalomane houding dient namelijk als bescherming tegen dubbele of meervoudige inbreuken op het zelfrespect.
- Door een onwerkelijk, vergroot zelfbeeld te creëren, kan iemand zich tijdelijk afschermen tegen nieuwe vernederingen of aanvallen.
- Een gevoel van minderwaardigheid wordt zo omgekeerd in een gevoel van superioriteit, in de psychologie bekend als een superioriteitscomplex.
Dit mechanisme zien we ook in de natuur: een dier dat zijn veren opzet of zich groter voordoet dan het werkelijk is, probeert zijn tegenstander af te schrikken. Het opgeblazen ego bij de mens vervult precies dezelfde overlevingsfunctie.
Psychische en praktische betekenis
Het opgeblazen gevoel van eigenwaarde geeft iemand die vernederd of gekleineerd werd de nodige kracht om zichzelf weer op te richten, moed te hervinden en zelfvertrouwen terug te winnen. Dit verklaart waarom mensen in een hersenmergconstellatie soms tot uitzonderlijke prestaties komen, of dat nu op academisch, intellectueel, sportief, artistiek of professioneel vlak is.

De beige kat kijkt in de spiegel, maar ziet geen kat meer. In zijn spiegelbeeld verschijnt een machtige tijger. Terwijl een zwarte rat hem een gouden kroon aanreikt, wordt de illusie compleet: in zijn eigen beleving is hij groter, machtiger en belangrijker geworden dan hij werkelijk is.
In de psychologie spreekt men in dit verband ook wel van het “Napoleoncomplex”: kleine fysieke of psychische kwetsuren worden gecompenseerd door een buitenproportioneel grootheidsgevoel.
Zo wordt duidelijk dat de hersenmergconstellatie, hoe onaangenaam of overdreven ze van buitenaf ook kan lijken, een zinvol biologisch mechanisme is: ze beschermt het individu tegen verdere eigenwaarde-inbreuken en geeft tegelijk de kracht om sterker uit de strijd te komen.
Een “sportieve megalomanie”, teweeggebracht door terugkerende fysieke prestatieconflicten (verliezen van wedstrijden, niet presteren als verwacht, gekleineerd worden door een coach of ouder, niet aan diens eigen verwachtingen kunnen voldoen) kan er voor zorgen dat een atleet kan pieken. Dit zou niet lukken zonder geconstelleerd te zijn.
De “voortplantingsmegalomanie” dwingt een man om op te scheppen over zijn seksuele prestaties, om daarmee een nieuwe partner aan te trekken en de voortplanting veilig te stellen. Hetzelfde geldt voor vrouwen.
De Hersenmergconstellatie en de behoefte aan controle
Een ander psychisch patroon dat bij de hersenmergconstellatie kan ontstaan, is de figuur van de “controlefreak”: iemand met een dwangmatige behoefte om macht en controle over anderen uit te oefenen. In extreme vorm kan dit leiden tot aanleg voor crimineel gedrag.
Binnen dit spectrum vinden we ook de zogenaamde “gaslighter-persoonlijkheid”. In de psychologie staat gaslighting voor een manipulatietactiek die erop gericht is het zelfbeeld van de ander te ondermijnen. Door subtiele of openlijke manipulatie probeert de gaslighter de ander aan zichzelf te laten twijfelen:
- aan hun eigenwaarde,
- hun interpretatie van gebeurtenissen,
- hun perceptie van de werkelijkheid,
- hun geheugen,
- of hun intellectuele en sociale capaciteiten.
Op die manier blijft de gaslighter in een superieure positie. Wanneer dit gedrag gepaard gaat met een agressieve constellatie, wordt de manipulatie nog sterker: de gaslighter probeert de ander doelbewust pijn te doen met zijn psychologische “mind games”. Dit is een duidelijke vorm van emotioneel en psychologisch misbruik.
Megalomane constellatie in de geschiedenis en de kliniek
In de geschiedenis vinden we talloze voorbeelden van leiders die geobsedeerd waren door fantasieën over het opbouwen van grote rijken: zoals Genghis Khan, Alexander de Grote, Caesar, Napoleon, Stalin, Mussolini en Hitler. Het ligt voor de hand dat zij zich in een megalomane hersenmergconstellatie bevonden. Deze constellatie verklaart ook het ontstaan van persoonlijkheidscultussen, waarbij religieuze of politieke leiders heroïsche beelden van zichzelf laten maken om hun vermeende grootheid te bevestigen.
Munchausen-syndroom en hypochondrie
Wat in de reguliere geneeskunde wordt beschreven als het Munchausen-syndroom, het opzettelijk veinzen of overdrijven van lichamelijke of psychische klachten om medische aandacht of sympathie te krijgen, kan vanuit de Germaanse Geneeskunde worden begrepen als een gevolg van eigenwaarde-inbreukconflicten.
Deze conflicten vinden vaak hun oorsprong in eerdere ziekten, bijvoorbeeld door vernederende opmerkingen of behandelingen van artsen of verpleegkundigen, of door het gevoel niet verzorgd of niet serieus genomen te zijn. Dit gedrag kan worden vergeleken met hypochondrie, waarbij men voortdurend vreest ziek te zijn.
Grootheidswaan en het onderliggende conflict
Een sterke megalomane constellatie kan leiden tot waanideeën van grootsheid:
- zich briljant, geniaal of alleskunner voelen,
- fantasieën over rijkdom, roem of macht,
- of zich identificeren met historische figuren.
Het specifieke soort waanidee onthult vaak het onderliggende eigenwaardeconflict:
- Iemand die gelooft dat hij een beroemde generaal is, zoals Napoleon, kan in werkelijkheid tijdens zijn legerdienst ernstige eigenwaarde-inbreuken hebben opgelopen, bijvoorbeeld door een vernederende militaire training of traumatische ervaringen in de strijd.
- Veel Amerikaanse soldaten ontwikkelden na de Vietnamoorlog dit soort psychische symptomen, nadat ze thuis met schaamte en vernedering werden geconfronteerd.
Wanneer grootheidswanen een religieuze inhoud krijgen, zoals de overtuiging een speciale boodschap van God te hebben ontvangen, kunnen de eigenwaarde-inbreuken hun oorsprong hebben in ouderlijke bestraffingen, verbale vernederingen of lijfstraffen voor zogenaamde “zondige” daden. Zulke ervaringen kunnen later uitmonden in messiaanse waanvoorstellingen. Opmerking: Messiaanse grootheidswanen hebben ook raakvlakken met de “zweefconstellatie” die tot het ectoderm en de hersenschors behoort. Zie het artikel over de zweefconstellatie op deze website.
Bijt-constellatie
De bijt constellatie is een specifiek soort hersenmerg constellatie. Het biologisch conflict is dus een bijt-confict, ervaren als een tegenstander niet mogen bijten, omdat het individu zich in een zwakkere positie bevindt.
Bijtconflicten hebben betrekking op het tandbeen (dentine) van de tanden. Het tandbeen van de linker tanden wordt aangestuurd vanuit de rechter hersenmerghelft; het tandbeen van de rechter tanden vanuit de linker hersenmerghelft. Opmerking: de biologische handigheid van een persoon en de vraag of een conflict moeder/kind- of partnergerelateerd is, bepalen aan welke zijde van het hersenmerg het conflict wordt geregistreerd.
Een constellatie ontstaat zodra een tweede bijtconflict inslaat in de tegenoverliggende hersenhelft. Dit kan gelijktijdig gebeuren, of na elkaar. Zo’n constellatie kan permanent aanwezig zijn of terugkerend, afhankelijk van sporen of herhaaldelijke terugvallen in het conflict.
De Bijtconstellatie uit zich vaak in dwangmatig nagelbijten (onychofagie), vergelijkbaar met motorische tics of dwangmatig huidpulken. In de DSM-5 wordt nagelbijten omschreven als een “obsessieve-compulsieve stoornis”. Vanuit de biologische logica heeft dit gedrag echter een duidelijke functie: het compenseert het ervaren onvermogen om een tegenstander werkelijk te “bijten”, te “grijpen” of zich verbaal te verdedigen.
Nagelbijten wordt meestal getriggerd door het trappen op een conflictspoor, bijvoorbeeld een situatie of de confrontatie met een persoon die destijds verbonden was met het oorspronkelijke conflict. Stress werkt hier als versterker: bij hevige conflictactiviteit of een krachtig spoor kan het nagelbijten buitensporige vormen aannemen.
Gezien de aard van dit conflict, het gevoel zich in een zwakkere positie te bevinden tegenover een ouder, oudere broer of zus, leraar, klasgenoot of autoriteitsfiguur, is het niet verwonderlijk dat dwangmatig nagelbijten vooral voorkomt bij kinderen en adolescenten.
Met dank aan: Caroline Markolin, PH.D. https: //LearningGNM.com
Arjen Lievers https://www.germaansegeneeskunde.nl/index_ziekten_gnm/
Dr. Geerd Ryke Hamer
Gerelateerde Publicaties



