Stikangst: de vergeten ervaring bij longziekten

Wie ooit het gevoel heeft gehad dat hij geen lucht meer krijgt, weet hoe diep dat in het wezen van de mens kan snijden. Het is geen gewone angst. Het is een ervaring die tot in het bestaan zelf doordringt. Mensen die leven met een longaandoening, zoals COPD, astma, interstitiële longziekten of longkanker, beschrijven soms een allesoverheersend gevoel: de angst om te stikken. Toch krijgt dit thema opvallend weinig aandacht in de medische zorg.

Een interessant onderzoek van longarts Kris Mooren en collega’s in Nederlandse ziekenhuizen bracht dit recent opnieuw onder de aandacht. In dit zogenaamde flashmob-onderzoek werden op één dag in dertig ziekenhuizen patiënten met verschillende luchtwegaandoeningen bevraagd.

De resultaten zijn opmerkelijk. Van de deelnemende patiënten gaf 57% aan ooit een intense angst te hebben ervaren om te stikken. Bij COPD en astma liep dat percentage zelfs op tot meer dan zestig procent. Wat misschien nog opvallender is: slechts 38% van de patiënten had deze angst ooit met een zorgverlener besproken.

Dat betekent dat een ervaring die voor veel patiënten diep ingrijpend is, vaak grotendeels onbesproken blijft. Stikangst is namelijk meer dan een lichamelijke sensatie. Het is ook een existentiële ervaring. Het moment waarop iemand het gevoel krijgt dat de adem kan stoppen, raakt aan een van de meest fundamentele angsten van het menselijk bestaan.

Binnen verschillende psychologische modellen wordt dit ook erkend. De angst om geen lucht meer te krijgen behoort tot de meest primaire alarmsignalen van het organisme.

Binnen het interpretatiekader van de Germaanse geneeskunde, ontwikkeld door Dr. Hamer, wordt deze ervaring gezien als wat men een doodsangstconflict noemt: een intense, onverwachte schrikervaring rond het gevoel dat men kan sterven of stikken. In dat model wordt zo’n existentiële schok in verband gebracht met biologische reacties in het longweefsel. Bij doodsangst ontstaat in de longen extra longweefsel (tumor), een biologische reactie om meer zuurstof te kunnen opnemen, en dit proces verloopt zeer snel.

Of men dat model volgt of niet, één ding wordt steeds duidelijker: de ervaring van stikangst zelf verdient aandacht. Wanneer deze angst expliciet benoemd mag worden, ontstaat er vaak ruimte. Het gevoel dat men gezien wordt, dat de ervaring serieus genomen wordt, kan al een grote verlichting brengen. Soms is het simpelweg het uitspreken van de angst dat een eerste stap vormt naar rust. Stikangst vraagt daarom niet alleen medische aandacht, maar ook menselijke aandacht.

Wie enkel kijkt naar saturaties, scans en longfuncties, ziet slechts een deel van het verhaal. Achter elke ademhaling staat een mens die soms worstelt met een van de meest fundamentele ervaringen van het leven: de angst dat de adem zou kunnen stoppen. Misschien ligt daar nog een belangrijke uitnodiging voor de zorg van de toekomst: niet alleen kijken naar de longen, maar ook luisteren naar de ervaring van de mens die ademt.

Wanneer een diagnose de adem beneemt. Soms is het niet het lichaam dat eerst naar adem hapt, maar de mens zelf. Stel je voor dat iemand tegenover een arts zit en plots de woorden hoort: “Meneer, uw darmkanker is kwaadaardig en u heeft nog drie maanden te leven.” Op dat moment gebeurt er iets dat zelden in medische dossiers wordt beschreven. De tijd lijkt stil te vallen. De woorden slaan in als een schok. Voor veel mensen voelt het alsof de grond onder hun bestaan wegvalt.

Psychologisch kan zo’n moment ervaren worden als een existentiële noodsituatie: Help… mijn leven is voorbij. In dat ogenblik kan de ervaring ontstaan dat het leven zelf wordt bedreigd. Sommige mensen beschrijven dat letterlijk als een gevoel dat hun adem stokt of dat hun borst wordt dichtgedrukt. Het organisme reageert dan niet alleen rationeel op informatie, maar ook op een diep emotioneel niveau.

Vanuit verschillende psychologische invalshoeken wordt erkend dat de angst om te sterven of te stikken tot de meest fundamentele menselijke angsten behoort. Het organisme reageert op bedreiging van zuurstof immers bijzonder krachtig. in evolutionaire zin is dat ook begrijpelijk: zonder voedsel kan men enige tijd overleven, zonder water minder lang, maar zonder zuurstof slechts enkele minuten.

Binnen het interpretatiekader van de Germaanse geneeskunde wordt zo’n intense existentiële schrikervaring beschreven als een doodsangstconflict. Volgens dat model kan een plotselinge confrontatie met het gevoel dat men kan sterven een sterke biologische reactie in het longweefsel uitlokken. Het onderbewuste kan geen onderscheid maken tussen stikangst, hevige schrikangst en doodsangst. Het slaat neer in de longen die de functie hebben om zuurstof op te nemen.

Of men dat model volgt of niet, het roept een belangrijke vraag op: wat doet een diagnose eigenlijk met de existentiële beleving van een mens? Onderzoek bij patiënten met longaandoeningen toont bijvoorbeeld dat meer dan de helft ooit een intense angst heeft ervaren om te stikken, terwijl dit thema zelden expliciet besproken wordt met zorgverleners. Het suggereert dat de innerlijke ervaring van patiënten soms veel dieper en ingrijpender is dan wat zichtbaar wordt in medische metingen.

Misschien ligt daar een belangrijke uitnodiging voor de geneeskunde: niet alleen kijken naar scans, waarden en prognoses, maar ook aandacht hebben voor de existentiële impact van woorden. Want een diagnose wordt niet alleen gehoord met het verstand. Ze wordt beleefd met het hele bestaan. En soms kan een enkele zin, uitgesproken in een spreekkamer, voelen alsof de adem van het leven zelf even wordt weggenomen. Op deze ervaring zal het lichaam altijd op reageren, het is geen toeval dat longkanker de meest secundaire voorkomende kanker is

En misschien is het precies daar, in dat moment waarop de adem bedreigd voelt, dat het organisme ons herinnert aan de diepste drang van het leven: blijven ademen, blijven bestaan. Dit alles is geen wetenschappelijke claim over oorzakelijkheid, maar een uitnodiging om opnieuw te kijken naar de relatie tussen beleving en lichaam. Wie aandachtig luistert naar de ervaringen van mensen zelf, merkt hoe sterk het fysieke lichaam lijkt te reageren op wat de geest existentieel beleeft. Het organisme spreekt een taal die niet altijd in cijfers of grafieken zichtbaar wordt, maar die voor wie wil voelen vaak verrassend duidelijk kan zijn.

Twee waarheden die naast elkaar bestaan.

De medische wetenschap beschikt over een indrukwekkende anatomische kennis. Met wiskundige precisie kunnen artsen levens redden bij ongevallen, bloedingen stelpen, botten reconstrueren en organen ondersteunen enzovoort. In acute situaties is deze kennis letterlijk van levensbelang. Kapotte of beschadigde structuren kunnen hersteld worden, functies tijdelijk worden overgenomen en mensen worden met manier van spreken uit de dood gehaald. Geen enkele andere benadering evenaart dit niveau van technische bekwaamheid. Dat verdient erkenning en respect. Dat mag gezegd worden, en dat moet ook gezegd worden. Geen enkele andere medische benadering evenaart dit niveau van technische en anatomische beheersing.

Tegelijkertijd is er een andere realiteit. Ik ontvang veel mensen die door de medische wetenschap als uitbehandeld worden beschouwd. Mensen die niet zijn overleden, maar ook niet verder geholpen kunnen worden binnen het bestaande medische kader. Uit wanhoop zoeken zij hun weg naar alternatieve benaderingen, vaak met de hoop dat daar alsnog een oplossing te vinden is. Hier wil ik iets heel duidelijk stellen: ik kan deze mensen ook niet helpen. Dat is niet mijn taak, en dat pretendeer ik ook niet. Als het zelfgenezend vermogen van het lichaam vernietigd is, dan kan ik ook niet meer helpen.

Een belangrijk spanningsveld ligt bij symptoombestrijding. In bepaalde situaties is symptoombestrijding absoluut gerechtvaardigd, bijvoorbeeld om ernstige complicaties te voorkomen of processen die levensbedreigend worden af te remmen. Daar twijfel ik niet aan. Het lichaam maakt geen fouten. Het spreekt. De vraag is niet of we het kunnen stilleggen, maar of we bereid zijn te luisteren.

Maar wanneer symptoombestrijding een structurele strategie wordt, zonder ooit stil te staan bij de onderliggende oorzaak, ontstaat er een groot probleem. Dan wordt niet alleen het symptoom onderdrukt, maar ook het zelfregulerend en herstellend vermogen van het lichaam tegengewerkt. Het lichaam probeert iets op te lossen, terwijl we het voortdurend corrigeren, afremmen of het zwijgen opleggen. Dat is geen moreel oordeel, maar een systemische vaststelling.

Dat is geen beschuldiging aan artsen. Het is een beperking van het model zelf. Een model dat briljant is in technisch en mechanisch herstel, maar geen ruimte heeft voor de vraag waarom het lichaam überhaupt symptomen ontwikkelt. Er is geen ruimte voor vragen naar zin, betekenis en innerlijke causaliteit. Symptoombestrijding zonder oorzaakanalyse is geen kracht, maar een zwakte van elk systeem, welk systeem dan ook. Symptoombestrijding is geen fout van artsen, maar een grens van het model. Elke benadering heeft zijn kracht, en zijn blinde vlek.

Mijn werk is geen vervanging van de medische wetenschap, en ook geen laatste reddingsboei wanneer alles geprobeerd is. Grenzen erkennen, aan beide kanten, is geen falen maar eerlijkheid. Misschien ligt echte vooruitgang niet in kiezen voor óf symptoombestrijding óf betekenis, maar in het begrijpen waar elk zijn plaats heeft, en waar niet. En daarin eerlijk blijven, naar patiënten én naar onszelf.

Een systeem dat perfect is in herstellen, maar nooit vraagt waarom herstel nodig is, mist geen kennis, maar context. Herstellen zonder te begrijpen is macht. Begrijpen zonder te herstellen is inzicht. Wijsheid weet wanneer welk nodig is.

Gepubliceerd op 28/08/2026

Daniël Derweduwen

Delen:

 

Gerelateerde Publicaties

 

  • Kanker bekeken vanuit biologisch denken: functieverhoging in plaats van ontsporing. Vandaag wil ik stilstaan bij een perspectief dat bij velen weerstand zal oproepen, maar dat tegelijk een sleutel bevat tot diep inzicht: kanker als een zinvol biologisch overlevingsmechanisme. Dat inzicht wordt pas mogelijk wanneer we het duale denken, goed versus kwaad, gezond versus ziek, even opzij durven zetten. Waar dualiteit ophoudt, wordt de zin van symptomen zichtbaar. Wanneer we dat doen, ontstaat er ruimte voor biologisch denken: een manier van kijken waarin niets willekeurig is en elk proces een betekenisvolle functie heeft. Binnen dat perspectief bestaat er geen goedaardig [...]

    By Published On: 13/03/2026
  • Steeds vaker stel ik met vreugde vast dat artsen zelf beginnen aan te voelen dat er iets wringt binnen de gangbare medische protocollen. Meer en meer van hen vinden hun weg naar mijn lezingen over de Germaanse Geneeskunde, waar boeiende gesprekken ontstaan, niet in tegenstelling, maar in dialectiek, verruimend en met wederzijds respect. Het zijn gesprekken waarin ruimte is voor nuance, nieuwsgierigheid en echte interesse.Wat mij bijzonder raakt, is hun oprechte openheid voor het psychologisch en het paradoxaal existentieel aspect dat onder symptomen aanwezig is. Veel artsen weten uit ervaring dat wanneer iemand verliefd is, de levensenergie toeneemt en het [...]

    By Published On: 13/03/2026
  • De vergeten lijn: van Plato en Plotinus naar Dr. Hamer.In de tijd van Plato bestond er een scherp onderscheid tussen twee soorten mensen: de slaaf en de vrije man. Dat onderscheid was niet alleen sociaal of politiek, maar ook geneeskundig van aard.Wanneer een slaaf ziek werd, was het doel helder en pragmatisch: hij moest zo snel mogelijk weer functioneren. Symptomen werden onderdrukt met middelen, zonder belangstelling voor de innerlijke oorzaak. De slaaf was een werktuig; zijn lichaam moest presteren, niet spreken.Bij een vrije man was de benadering fundamenteel anders. Men stelde vragen. Niet: “Wat heb je?” maar: “Wat is je [...]

    By Published On: 13/03/2026