De Functie van Schimmels in Tumoren en het Microbioom van de Placenta

De traditionele opvatting dat micro-organismen zoals bacteriën, schimmels en mycobacteriën slechts pathogenen zijn die ziekten veroorzaken, staat onder druk. Recente inzichten uit de Germaanse geneeskunde, de Ayurvedische traditie en moderne wetenschappelijke ontdekkingen tonen aan dat deze microben een diepere, meer fundamentele rol spelen in de gezondheid van levende wezens, inclusief de mens. In deze blog verkennen we de functie van schimmels in tumoren en de symbiotische relatie tussen microben en hun gastheer, inclusief de verrassende ontdekking dat de placenta van een zich ontwikkelende foetus verre van steriel is.

“Gezondheid is geen strijd tegen microben, maar een samenwerking met de oudste bondgenoten van het leven zelf.”

De Placenta als Microbieel Ecosysteem

Lange tijd werd aangenomen dat de baarmoeder een steriele omgeving is, vrij van micro-organismen, waarin de zich ontwikkelende foetus beschermd is tegen de buitenwereld. Deze opvatting is echter achterhaald. Uit recent onderzoek, zoals gepubliceerd in Science Translational Medicine op 21 mei 2014, blijkt dat de placenta een uniek microbioom bevat, dat zich onderscheidt van het microbioom van andere delen van het lichaam. Deze bacteriën, die in de placenta, het vruchtwater en zelfs in de navelstreng voorkomen, ondersteunen het zich ontwikkelende gezondheidssysteem van de foetus al tijdens de zwangerschap (Science News, 28 mei 2014).

Deze ontdekking betekent dat de foetus niet in een steriele omgeving groeit, maar al vanaf het prille begin wordt blootgesteld aan microben die een cruciale rol spelen in de opbouw van zijn gezondheidssysteem en de afstemming van zijn fysiologische functies. Dit bevestigt de holistische visie dat bacteriën, net als schimmels, fundamenteel zijn voor de gezondheid en symbiose, en niet uitsluitend als ‘ziekteverwekkers’ moeten worden gezien.

Schimmels in Tumoren – De Natuurlijke ‘Reinigers’

SCHIMMELS en MYCOBACTERIËN zijn de oudste microben. Geïnitieerd door het DHS (Dirk Hamer Syndroom) vermenigvuldigen schimmels en mycobacteriën zich evenredig aan de celvermeerdering in het gerelateerde orgaan. Wanneer het conflict is opgelost, zullen ze daarom in voldoende mate beschikbaar zijn om de cellen te verwijderen die niet langer nodig zijn. Schimmels en mycobacteriën vermenigvuldigen zich op het moment van het DHS; daarom moeten ze reeds aanwezig zijn voordat het conflict zich voordoet (ter vergelijking: bacteriën die helpen bij het herstel van nieuw mesodermaal en ectodermaal weefsel beginnen zich te vermenigvuldigen wanneer het conflict is opgelost; ze moeten daarom reeds beschikbaar zijn vóór de oplossing van het conflict).

Net zoals bacteriën in de placenta een essentiële rol spelen in de vroege ontwikkeling van de foetus, vervullen schimmels een soortgelijke rol in tumoren. Schimmels, zoals mycobacteriën (bijvoorbeeld de TBC-bacterie), staan bekend als de ‘schoonmakers’ van de natuur. Ze gedijen in een zuur milieu en worden vaak aangetroffen in tumoren, waar ze helpen bij het afbreken van toxines, zware metalen en andere afvalstoffen die tijdens de herstel- en conflictactieve fase vrijkomen. Deze schimmels kunnen, net als mycobacteriën, via de moedermelk aan de pasgeborene worden doorgegeven, wat suggereert dat hun aanwezigheid essentieel is voor de ontwikkeling van een robuust gezondheidssysteem.

In tegenstelling tot de populaire medische theorie dat ‘infecties’ ontstaan door een verstoorde pH-waarde of een onjuist dieet, wordt in de Germaanse geneeskunde gesteld dat schimmels en mycobacteriën reeds geactiveerd worden bij de conflictinslag met betrekking tot endoderm en oud mesoderm. Zolang men conflictactief is, zal de tumor blijven groeien. Tijdens deze fase vindt er dissimilatie van glucose plaats, wat zorgt voor de nodige verzuring waardoor schimmels en TBC optimaal kunnen gedijen. Dit proces ondersteunt de zuivering van het bloed via angiogenese, waarbij toxines en zware metalen worden afgebroken. Schimmels nemen de functie van ontgifting over tijdens de conflictactieve fase, omdat de spijsvertering en natuurlijke ontgifting van het lichaam verstoord zijn door de voortdurende focus op conflictoplossing.

Tumorcellen en de Selectieve Werking van Schimmels en Mycobacteriën

“Tumorcellen” verschillen in grootte en vorm, maar ook genetisch van de originele cellen. Tevens hebben ze het vermogen om sneller te delen dan normale cellen. Uit deze verschillen heeft de conventionele geneeskunde het dogma van ‘kwaadaardige kankercellen’ gecreëerd. Toch is het precies dit onderscheidende kenmerk dat mycobacteriën en schimmels in staat stelt te herkennen welke cellen moeten worden geëlimineerd en welke moeten blijven. Ze ‘naderen’ naburig weefsel nooit, laat staan dat ze ‘verspreiden’ naar andere organen. Dit is de reden waarom longtuberculose zich beperkt tot de longblaasjes (endoderm) en het bronchiaal slijmvlies (ectodermaal) nooit wordt ‘geïnfecteerd’. Dr. Hamer legt het genetische verschil tussen kankercellen en normale cellen uit door te stellen dat kankercellen een gespecialiseerde, tijdelijke functie hebben die een biologisch zinvolle aanpassing vertegenwoordigt.

Verzuring is dus een correlatie van kanker, omdat het dezelfde oorzaak heeft. Bacteriën, zoals TBC-bacteriën, zijn al detecteerbaar in het bloed tijdens de conflictactieve fase, dat wil zeggen nog vóór de ‘infectie’. Uit bloedanalyse-observaties postuleerde Dr. Günther Enderlein (1872-1968) dat microben muteren tot ‘pathogenen’ vanwege een hoge zuurgraad van het bloed. Gebaseerd op Enderleins theorie, bekend als pleomorfisme, wordt acidose (toename van de zuurgraad van het bloed, met als gevolg een daling van de pH-waarde) beschouwd als een voedingsbodem voor ziekten. In werkelijkheid biedt het lage pH-niveau het ideale milieu waarin een orgaan geneest.

Het is vermeldenswaardig dat Dr. Alan Cantwell M.D. begin jaren ’90 een ‘pleomorphic cancer microbe’ ontdekte die hij nauw verwant achtte met het mycobacterium tuberculose (TBC). In hun functie als natuurlijke microchirurgen verwijderen schimmels en mycobacteriën tumoren in de dikke darm, de longen, de nieren, de lever of in de borsten (zie Schimmelziekte). Dit laat duidelijk zien dat kankers omkeerbaar zijn. Doorgaans ontleden microben een tumor, beginnend in het centrum, vandaar de klinische term ‘centraal necrotiserend carcinoom’ (ter vergelijking: gliacellen herstellen een hersenrelais vanaf de periferie).

Schimmels en mycobacteriën zijn bovendien zuurbestendig, waardoor ze kunnen overleven in de zure omgeving van het maagdarmkanaal en in de longen, waar koolstofzuur wordt uitgescheiden als gas (koolstofdioxide) en water.

Conclusie

De ontdekking dat de placenta niet steriel is, maar een rijk microbieel ecosysteem herbergt, en het inzicht dat schimmels een cruciale rol spelen in de genezing van tumoren, dwingt ons om onze kijk op micro-organismen te herzien. Deze microben, die vaak onterecht als ‘ziekteverwekkers’ worden bestempeld, blijken juist essentiële bondgenoten te zijn in het behoud van gezondheid en het herstel van het lichaam. Dit vraagt om een paradigmaverschuiving in ons begrip van gezondheid en ziekte, waarbij micro-organismen worden erkend als de stille, maar krachtige helpers die ze werkelijk zijn.

In een wereld waar het concept van ‘steriel’ nog steeds diepgeworteld is in de medische wetenschap, biedt dit perspectief een frisse blik op de symbiose tussen mens en microbe – een relatie die zo oud is als het leven zelf.

Met dank aan: Caroline Markolin, PH.D. https: //LearningGNM.com

Arjen Lievers https://www.germaansegeneeskunde.nl/index_ziekten_gnm/

Dr. Geerd Ryke Hamer

Van Correlatie naar Causaliteit: De Vergissing van Dr. Otto Warburg over Verzuring en Kanker

In de medische en alternatieve wereld wordt vaak aangenomen dat kanker wordt veroorzaakt door zuurstoftekort en verzuring van het lichaam. Deze theorie is grotendeels gebaseerd op de ontdekkingen van Dr. Otto Warburg, een vooraanstaand biochemicus die in 1931 de Nobelprijs won voor zijn onderzoek naar de zuurstofverwerking in weefsels. Warburg stelde dat kanker ontstaat wanneer weefsels hun normale zuurstofademhaling inruilen voor de fermentatie van suiker, een proces dat energie produceert zonder gebruik te maken van zuurstof. Dit fenomeen staat bekend als het ‘Warburgeffect’. Maar klopt dit wel?

Het Warburgeffect en de verkeerde interpretatie.

Dr. Warburg ontdekte dat kankerweefsel, zelfs in aanwezigheid van zuurstof, de voorkeur geven aan een anaeroob metabolisme, waarbij glucose wordt omgezet in melkzuur (lactaat). Dit proces vindt normaal gesproken alleen plaats bij zuurstofgebrek, zoals in zwaar belaste spieren. Warburg concludeerde dat dit verlies van zuurstofademhaling de hoofdoorzaak van kanker was. Hij beschouwde de fermentatie van suiker als de primaire drijfveer achter kankervorming. Maar deze theorie gaat voorbij aan een belangrijk punt: de context waarin dit gebeurt en de biologische rol van tumoren.

Tumoren en hun rol als hulpweefsel.

Dr. Ryke Geerd Hamer, grondlegger van de Germaanse geneeskunde, ontdekte dat tumoren ontstaan als een reactie op acute, geïsoleerde biologische conflicten die door de psyche worden ervaren. Tumoren zijn geen ongecontroleerde groei van kwaadaardige cellen, maar gespecialiseerd hulpweefsel dat het lichaam helpt te overleven tijdens intense stress. Dit weefsel ontstaat uit cellen die zich tijdelijk vermenigvuldigen om een specifieke functie te vervullen, zoals bescherming, ondersteuning of ontgifting. Zodra het conflict is opgelost, wordt dit overtollige weefsel weer afgebroken door microben zoals schimmels en mycobacteriën.

Dr. Hamer legt het genetisch verschil tussen kankerweefsel en normaal weefsel uit met het feit dat kankerweefsel een gespecialiseerde, tijdelijke functie hebben: ze vormen hulpweefsel om te overleven tijdens een conflictactieve fase. Dit kankerweefsel ontstaat uit weefsels die de diploïde blauwdruk hebben meegekregen (Endoderm en oud mesoderm) en heeft een hogere delingscapaciteit, maar neemt weer af zodra het conflict is opgelost. Dit weefsel helpt het lichaam tijdelijk om te overleven en kan zelfs energie uit zuurstof halen als de vereiste zuurgraad is bereikt, wat verder aantoont dat zuurstoftekort niet de hoofdoorzaak van kanker is.

De rol van schimmels en mycobacteriën.

Schimmels en mycobacteriën, zoals tuberculosebacteriën, spelen een cruciale rol in het afbreken van tumoren zodra een biologisch conflict is opgelost. Deze microben worden reeds geactiveerd tijdens de inslag van het conflict en bevinden zich al in de weefsels voordat de tumor zich begint te vormen. Ze hoeven dus niet door nieuwe bloedvaten (angiogenese) de tumor binnen te dringen, omdat ze reeds aanwezig zijn om het overtollige weefsel af te breken zodra het conflict is opgelost. Tijdens de conflictactieve fase beginnen schimmels ook het bloed te zuiveren dat via deze nieuw gevormde bloedvaten in de tumor stroomt. Dit proces staat bekend als ‘bloedzuivering’ door schimmels. Daarom is verzuring noodzakelijk om dit proces goed te ondersteunen. Deze microben zijn niet de oorzaak van kanker, maar juist de ‘opruimploegen’ van de natuur. Ze breken overtollig weefsel af, reinigen het bloed en helpen het lichaam te ontgiften. Deze microben worden reeds geactiveerd tijdens de inslag van het conflict en bevinden zich al in de weefsels voordat de tumor zich begint te vormen.

Centraal necrotiserend carcinoom.

Een term die vaak wordt genoemd in deze context is ‘centraal necrotiserend carcinoom’. Dit verwijst naar tumoren waarbij de afbraak van het overtollige weefsel begint in het centrum van de tumor. Dit gebeurt omdat schimmels en mycobacteriën reeds aanwezig zijn in de tumor vanaf het begin van de conflictactieve fase. Ze zijn al geactiveerd om het bloed te zuiveren en beginnen, zodra het conflict is opgelost, het tumorweefsel van binnenuit af te breken. In het centrum van de tumor ontstaat necrose (afsterven van cellen) omdat dit gebied vaak de eerste plek is waar de bloedtoevoer vermindert en de schimmels en mycobacteriën beginnen met het elimineren van dode en beschadigde cellen. Dit proces van centrale necrose is een duidelijk teken dat het lichaam bezig is met herstel en ontgifting.

Acidose als noodzakelijke voorwaarde, niet de oorzaak.

De theorie van Gunther Enderlein, bekend als pleomorfisme, stelt dat microben zich kunnen aanpassen aan veranderingen in hun omgeving en zelfs kunnen muteren tot zogenaamde ‘pathogenen’ in een sterk verzuurde omgeving. Enderlein zag dit echter niet als de oorzaak van ziekte, maar als een natuurlijk proces waarin microben actief worden om het lichaam te helpen herstellen. Zuurvorming, vaak waargenomen in kankerweefsel, is een gevolg van dit overlevingsproces en niet de oorzaak van kanker. Dit zuur milieu biedt een ideale omgeving waarin schimmels en mycobacteriën kunnen gedijen om het overtollige weefsel af te breken en het lichaam te ontgiften.

Het misverstand over verzuring.

Verzuring wordt vaak gezien als een vijand van de gezondheid, maar in werkelijkheid is het een noodzakelijke fase waarin het lichaam zich voorbereidt op herstel. Kankerweefsel produceert bijvoorbeeld lactaat tijdens de anaerobe glycolyse, een proces waarbij glucose wordt afgebroken zonder gebruik van zuurstof. Dit creëert tijdelijk een zure omgeving, wat ideaal is voor microben zoals tuberculosebacteriën die dit overtollige weefsel moeten afbreken. Deze verzuring is een gevolg van het biologische conflict en niet de oorzaak van kanker zelf.

Conclusie: Maak onderscheid tussen oorzaak en correlatie.

Het is cruciaal om onderscheid te maken tussen oorzaak en correlatie bij kanker. De oorzaak van kanker is een biologisch conflict, dat leidt tot de vorming van gespecialiseerd hulpweefsel (tumor) om het lichaam te helpen overleven. De verzuring, zuurstoftekort en glucose-dissimilatie die vaak in tumoren worden waargenomen, zijn geen oorzaken, maar eerder gevolgen van dit proces, de correlatie. Ze creëren de ideale omstandigheden waarin schimmels en mycobacteriën hun werk kunnen doen om dit overtollige weefsel op te ruimen zodra het conflict is opgelost.

Het blijft belangrijk om deze nuances te begrijpen, zodat we kanker kunnen zien als een natuurlijk proces binnen het lichaam en niet als een mysterieuze vijand die ons plotseling aanvalt. In plaats van kanker te bestrijden met zware behandelingen die vaak leiden tot nieuwe conflicten en intoxicatieschokken, zouden we ons moeten richten op het ondersteunen van de natuurlijke herstelprocessen van het lichaam. Dit betekent ook het oplossen van de onderliggende biologische conflicten die aan de basis liggen van kanker.

Medicus curat, natura sanat, de arts behandelt, de natuur geneest.

Deze uitspraak benadrukt dat een arts hooguit voorwaarden kan scheppen voor herstel (zoals ondersteuning, begeleiding of symptomen afvlakken), maar dat de eigen levenskracht en natuurlijke intelligentie van het lichaam het echte genezingswerk doen.

Van Correlatie naar Causaliteit: De Vergissing van Dr. Otto Warburg over Verzuring en Kanker

In de medische en alternatieve wereld wordt vaak aangenomen dat kanker wordt veroorzaakt door zuurstoftekort en verzuring van het lichaam. Deze theorie is grotendeels gebaseerd op de ontdekkingen van Dr. Otto Warburg, een vooraanstaand biochemicus die in 1931 de Nobelprijs won voor zijn onderzoek naar de zuurstofverwerking in weefsels. Warburg stelde dat kanker ontstaat wanneer weefsels hun normale zuurstofademhaling inruilen voor de fermentatie van suiker, een proces dat energie produceert zonder gebruik te maken van zuurstof. Dit fenomeen staat bekend als het ‘Warburgeffect’. Maar klopt dit wel?

Het Warburgeffect en de verkeerde interpretatie.

Dr. Warburg ontdekte dat kankerweefsel, zelfs in aanwezigheid van zuurstof, de voorkeur geven aan een anaeroob metabolisme, waarbij glucose wordt omgezet in melkzuur (lactaat). Dit proces vindt normaal gesproken alleen plaats bij zuurstofgebrek, zoals in zwaar belaste spieren. Warburg concludeerde dat dit verlies van zuurstofademhaling de hoofdoorzaak van kanker was. Hij beschouwde de fermentatie van suiker als de primaire drijfveer achter kankervorming. Maar deze theorie gaat voorbij aan een belangrijk punt: de context waarin dit gebeurt en de biologische rol van tumoren.

Tumoren en hun rol als hulpweefsel.

Dr. Ryke Geerd Hamer, grondlegger van de Germaanse geneeskunde, ontdekte dat tumoren ontstaan als een reactie op acute, geïsoleerde biologische conflicten die door de psyche worden ervaren. Tumoren zijn geen ongecontroleerde groei van kwaadaardige cellen, maar gespecialiseerd hulpweefsel dat het lichaam helpt te overleven tijdens intense stress. Dit weefsel ontstaat uit cellen die zich tijdelijk vermenigvuldigen om een specifieke functie te vervullen, zoals bescherming, ondersteuning of ontgifting. Zodra het conflict is opgelost, wordt dit overtollige weefsel weer afgebroken door microben zoals schimmels en mycobacteriën.

Dr. Hamer legt het genetisch verschil tussen kankerweefsel en normaal weefsel uit met het feit dat kankerweefsel een gespecialiseerde, tijdelijke functie hebben: ze vormen hulpweefsel om te overleven tijdens een conflictactieve fase. Dit kankerweefsel ontstaat uit weefsels die de diploïde blauwdruk hebben meegekregen (Endoderm en oud mesoderm) en heeft een hogere delingscapaciteit, maar neemt weer af zodra het conflict is opgelost. Dit weefsel helpt het lichaam tijdelijk om te overleven en kan zelfs energie uit zuurstof halen als de vereiste zuurgraad is bereikt, wat verder aantoont dat zuurstoftekort niet de hoofdoorzaak van kanker is.

De rol van schimmels en mycobacteriën.

Schimmels en mycobacteriën, zoals tuberculosebacteriën, spelen een cruciale rol in het afbreken van tumoren zodra een biologisch conflict is opgelost. Deze microben worden reeds geactiveerd tijdens de inslag van het conflict en bevinden zich al in de weefsels voordat de tumor zich begint te vormen. Ze hoeven dus niet door nieuwe bloedvaten (angiogenese) de tumor binnen te dringen, omdat ze reeds aanwezig zijn om het overtollige weefsel af te breken zodra het conflict is opgelost. Tijdens de conflictactieve fase beginnen schimmels ook het bloed te zuiveren dat via deze nieuw gevormde bloedvaten in de tumor stroomt. Dit proces staat bekend als ‘bloedzuivering’ door schimmels. Daarom is verzuring noodzakelijk om dit proces goed te ondersteunen. Deze microben zijn niet de oorzaak van kanker, maar juist de ‘opruimploegen’ van de natuur. Ze breken overtollig weefsel af, reinigen het bloed en helpen het lichaam te ontgiften. Deze microben worden reeds geactiveerd tijdens de inslag van het conflict en bevinden zich al in de weefsels voordat de tumor zich begint te vormen.

Centraal necrotiserend carcinoom.

Een term die vaak wordt genoemd in deze context is ‘centraal necrotiserend carcinoom’. Dit verwijst naar tumoren waarbij de afbraak van het overtollige weefsel begint in het centrum van de tumor. Dit gebeurt omdat schimmels en mycobacteriën reeds aanwezig zijn in de tumor vanaf het begin van de conflictactieve fase. Ze zijn al geactiveerd om het bloed te zuiveren en beginnen, zodra het conflict is opgelost, het tumorweefsel van binnenuit af te breken. In het centrum van de tumor ontstaat necrose (afsterven van cellen) omdat dit gebied vaak de eerste plek is waar de bloedtoevoer vermindert en de schimmels en mycobacteriën beginnen met het elimineren van dode en beschadigde cellen. Dit proces van centrale necrose is een duidelijk teken dat het lichaam bezig is met herstel en ontgifting.

Acidose als noodzakelijke voorwaarde, niet de oorzaak.

De theorie van Gunther Enderlein, bekend als pleomorfisme, stelt dat microben zich kunnen aanpassen aan veranderingen in hun omgeving en zelfs kunnen muteren tot zogenaamde ‘pathogenen’ in een sterk verzuurde omgeving. Enderlein zag dit echter niet als de oorzaak van ziekte, maar als een natuurlijk proces waarin microben actief worden om het lichaam te helpen herstellen. Zuurvorming, vaak waargenomen in kankerweefsel, is een gevolg van dit overlevingsproces en niet de oorzaak van kanker. Dit zuur milieu biedt een ideale omgeving waarin schimmels en mycobacteriën kunnen gedijen om het overtollige weefsel af te breken en het lichaam te ontgiften.

Het misverstand over verzuring.

Verzuring wordt vaak gezien als een vijand van de gezondheid, maar in werkelijkheid is het een noodzakelijke fase waarin het lichaam zich voorbereidt op herstel. Kankerweefsel produceert bijvoorbeeld lactaat tijdens de anaerobe glycolyse, een proces waarbij glucose wordt afgebroken zonder gebruik van zuurstof. Dit creëert tijdelijk een zure omgeving, wat ideaal is voor microben zoals tuberculosebacteriën die dit overtollige weefsel moeten afbreken. Deze verzuring is een gevolg van het biologische conflict en niet de oorzaak van kanker zelf.

Conclusie: Maak onderscheid tussen oorzaak en correlatie.

Het is cruciaal om onderscheid te maken tussen oorzaak en correlatie bij kanker. De oorzaak van kanker is een biologisch conflict, dat leidt tot de vorming van gespecialiseerd hulpweefsel (tumor) om het lichaam te helpen overleven. De verzuring, zuurstoftekort en glucose-dissimilatie die vaak in tumoren worden waargenomen, zijn geen oorzaken, maar eerder gevolgen van dit proces, de correlatie. Ze creëren de ideale omstandigheden waarin schimmels en mycobacteriën hun werk kunnen doen om dit overtollige weefsel op te ruimen zodra het conflict is opgelost.

Het blijft belangrijk om deze nuances te begrijpen, zodat we kanker kunnen zien als een natuurlijk proces binnen het lichaam en niet als een mysterieuze vijand die ons plotseling aanvalt. In plaats van kanker te bestrijden met zware behandelingen die vaak leiden tot nieuwe conflicten en intoxicatieschokken, zouden we ons moeten richten op het ondersteunen van de natuurlijke herstelprocessen van het lichaam. Dit betekent ook het oplossen van de onderliggende biologische conflicten die aan de basis liggen van kanker.

Medicus curat, natura sanat, de arts behandelt, de natuur geneest.

Deze uitspraak benadrukt dat een arts hooguit voorwaarden kan scheppen voor herstel (zoals ondersteuning, begeleiding of symptomen afvlakken), maar dat de eigen levenskracht en natuurlijke intelligentie van het lichaam het echte genezingswerk doen.

Een Reflectie op Pleomorfisme, Enderlein en Naessens – De Symbiose van Leven en Microbe

Wie zich verdiept in het pleomorfisme, betreedt een wereld waarin de natuur niet meer gezien wordt als een strijdtoneel, maar als een subtiel en intelligent samenspel tussen lichaam en micro-organismen. Wetenschappers als Prof. Dr. Günther Enderlein en Gaston Naessens hebben, elk op hun eigen wijze, aangetoond dat microben geen indringers zijn die bestreden moeten worden, maar oude bondgenoten die het lichaam helpen overleven, ontgiften en genezen.

Geen dualistisch denken, maar transcendentale logica

In plaats van het klassieke dualistische denken, waarin ziekte slecht is en microben vijanden zijn, hanteerden Enderlein en Naessens een transcendentale visie. Zij zagen ziekte als een biologisch zinvol proces, en microben als flexibele levensvormen die zich aan de omstandigheden aanpassen om het leven te beschermen. Deze manier van denken vereist geen verzet tegen symptomen, maar een dieper begrijpen van de context waarin ze ontstaan.

Zij zagen het lichaam als een levend ecosysteem dat voortdurend streeft naar evenwicht. In dat ecosysteem bevinden zich altijd primitieve, onschadelijke microben (protieten of somatiden) die in een basisch milieu in rusttoestand verkeren. Wanneer het lichaam echter geconfronteerd wordt met toxische belasting of een biologisch conflict, verandert het interne milieu: de zuurgraad stijgt en deze microben worden geactiveerd. Ze ontwikkelen zich dan tot bacteriën en vervolgens tot schimmels of mycobacteriën, niet om schade aan te richten, maar om afvalstoffen af te breken, het bloed te zuiveren en weefsels te herstellen.

Het lichaam als aansturende intelligentie

Enderlein en Naessens toonden aan dat het lichaam zélf beslist wanneer het deze microben activeert. Dit betekent dat microben geen oorzaak van ziekte zijn, maar een gevolg, een geïntegreerd onderdeel van een groter herstelsysteem. De oorzaak ligt in de verandering van het interne milieu, vaak te wijten aan onopgeloste psychische conflicten, onderdrukte emoties of langdurige stress.

In dit licht bezien is verzuring geen fout van het lichaam, maar een noodzakelijke verschuiving om het juiste microbiële ecosysteem te activeren. De microben die daaruit voortkomen helpen het lichaam om een fase van diepe reiniging te doorlopen, waarna ze dankzij hun pleomorfe aard opnieuw kunnen terugkeren naar hun oorspronkelijke, onschadelijke vorm zodra het lichaam hersteld is.

De natuurlijke logica van symbiose

Deze visie weerspiegelt een prachtige, natuurlijke logica: het leven organiseert zichzelf voortdurend opnieuw, en micro-organismen zijn daarin medescheppers. Ze zijn er niet om ons aan te vallen, maar om ons bij te staan in tijden van crisis. Pleomorfisme laat ons zien dat het leven zichzelf wil behouden, herstellen en zuiveren. Ziekte is in deze visie geen vijand, maar een fase in het grotere proces van herstel.

De fout van antibiotica en steriele medische interventies is dat ze deze cyclus doorkruisen. Ze vernietigen de helpers voordat ze hun werk hebben voltooid. Dit leidt vaak tot incomplete genezing, chronische klachten of nieuwe symptomen. Het lichaam krijgt niet de kans zijn natuurlijke intelligentie te voltooien.

Terug naar vertrouwen in het lichaam

Het werk van Enderlein en Naessens nodigt ons uit om terug te keren naar vertrouwen. Vertrouwen in de wijsheid van het lichaam. Vertrouwen in de samenwerking met microben. Vertrouwen dat zelfs achter symptomen en ziekteprocessen een diepere zin verborgen ligt, die alleen begrepen kan worden als we bereid zijn om met andere ogen te kijken.

Voor wie zich wil verdiepen in een gezondere, meer natuurlijke manier van leven, vormt pleomorfisme geen bedreiging maar een sleutel. Het is een poort naar bewustwording, naar samenwerking met de natuur, en naar het besef dat genezing niet iets is wat van buitenaf komt, maar iets wat van binnenuit ontstaat. Altijd in dienst van het leven.

Wat Enderlein en Naessens hebben ontdekt en naar voren gebracht, is inderdaad een uitdrukking van een transcendentale, levensgerichte logica, een manier van kijken die voorbijgaat aan het dualistische denken van “goed versus kwaad” of “ziekte versus gezondheid”. Hun werk getuigt van diep respect voor het zelfregulerend vermogen van het lichaam en de intelligentie van de natuur. Hier wat achtergrond over hun benadering:

Prof. Dr. Günther Enderlein (1872–1968)

Enderlein was een Duitse zoöloog, bacterioloog en arts. Hij observeerde met een donkerveldmicroscoop het levende bloed van mensen en ontdekte daarin kleine levensvormen die hij protieten noemde, primitieve microben die in symbiose met het lichaam leven. Hij stelde vast dat deze protieten onder bepaalde omstandigheden konden evolueren tot bacteriën, schimmels en zelfs mycobacteriën.

Zijn centrale idee was dat het bloed nooit steriel is, maar een levend ecosysteem vormt waarin deze microben een harmonieuze functie vervullen. Hij verwierp het idee van virussen als onafhankelijke ziekteverwekkers en zag ‘pathogene’ vormen als vergevorderde stadia van degeneratie, ontstaan door verzuring, toxische belasting en interne disharmonie.

Voor Enderlein was ziekte geen invasie van buitenaf, maar een verstoorde interne symbiose – een toestand waarin de microben reageren op het verzuurde milieu door hun vorm en functie aan te passen om het leven te helpen herstellen.

Gaston Naessens (1924–2018)

Naessens was een Franse wetenschapper die naar Canada uitweek om zijn onderzoek voort te zetten. Hij ontwikkelde een geavanceerde somatoscoop (vergelijkbaar met een donkerveldmicroscoop, maar met veel hogere resolutie) waarmee hij levend bloed kon observeren op een manier die voor die tijd revolutionair was.

Hij ontdekte daarin levensvormen die hij somatiden noemde, vrijwel identiek aan Enderleins protieten, en volgde hun cyclus van transformatie. Naessens zag eveneens dat deze kleine eenheden een vaste ontwikkelingscyclus volgen, van onschadelijke vorm naar actieve reinigers en weer terug, afhankelijk van de toestand van het lichaam.

Naessens’ visie was dat het lichaam zelf intelligent is en deze somatiden actief aanstuurt om mee te werken aan herstelprocessen. Hij beschouwde hun activiteit als essentieel onderdeel van een intern gezondheidssysteem.

De natuurlijke logica erachter

Wat beide onderzoekers intuïtief en wetenschappelijk aantoonbaar voelden, is dat het leven altijd streeft naar behoud, herstel en harmonie. De kleine levensvormen in ons lichaam zijn geen vijanden, maar zelfgecreëerde helpers die – afhankelijk van het interne milieu – in actie komen wanneer dat nodig is. Hier zit een diepe biologische logica achter:

  • Verzuring is geen fout, maar een intelligente aanpassing om het juiste ecosysteem te creëren voor de juiste microben.
  • Transformatie van microben is geen degeneratie, maar een vorm van functionele evolutie.
  • Ontgifting en herstel zijn niet extern te forceren, maar verlopen via een endogeen gestuurd ecologisch proces.
  • Ziekte is niet iets wat je ‘bestrijdt’, maar iets wat je begrijpt en ondersteunt, zodat het lichaam zijn werk kan doen.

Een transcendentale visie

Enderlein en Naessens keken dus niet naar ziekte als een probleem dat opgelost moet worden, maar als een proces dat begrepen moet worden. Hun benadering overstijgt het klassieke medische denken dat uitgaat van aanval en verdediging. In plaats daarvan zagen zij een levend universum in het lichaam, waarin elke cel, elke microbe en elke functie deelneemt aan een intelligent en coöperatief geheel.

Deze benadering is niet zweverig, maar juist verbluffend logisch, mits je durft los te laten dat gezondheid de afwezigheid van symptomen is, en erkent dat het lichaam nooit iets ‘verkeerds’ doet, maar altijd werkt in dienst van overleven en evenwicht.

Ik raak hier een gevoelige, maar belangrijke snaar. De vraag of er sprake is van kwaadaardigheid binnen de medische wetenschap is begrijpelijk, zeker wanneer je ziet hoe hardnekkig er wordt vastgehouden aan een paradigma dat het lichaam ziet als een defect mechanisme dat voortdurend gecorrigeerd moet worden. Toch is het belangrijk hier genuanceerd naar te kijken. Er zijn meerdere lagen:

1. Geen collectieve kwaadaardigheid, maar systemische blindheid

De meeste artsen en wetenschappers zijn niet kwaadwillig. Ze worden opgeleid binnen een zeer specifiek wereldbeeld dat sterk reductionistisch en dualistisch is. Al vanaf de basisopleiding worden studenten ondergedompeld in een model waarin het lichaam een verzameling onderdelen is, en ziekten externe aanvallen zijn die bestreden moeten worden.

Dit paradigma sluit diepe biologische logica, emotionele oorzaken en zelfherstellend vermogen grotendeels uit. Veel artsen weten simpelweg niet beter – ze zijn gevormd binnen een systeem dat alternatieve denkwijzen als gevaarlijk of ‘niet wetenschappelijk’ afschildert.

2. Een industrie gebouwd op symptoombestrijding

De echte blokkade ligt vaak in de farmaceutische industrie en belangenstructuren. Deze sector heeft er financieel geen belang bij dat mensen leren hoe hun lichaam geneest. Preventie, detox, emotionele verwerking, voeding, rust, innerlijk werk – dat zijn allemaal oplossingen die geen geld genereren.

Daarom wordt kennis over pleomorfisme, zelfgenezend vermogen en symbiose met microben stelselmatig genegeerd of zelfs onderdrukt. Niet per se vanuit openlijk kwaad, maar vanuit een logica die gericht is op winst, macht en beheersbaarheid. Dát is de echte kwaadaardigheid: het reduceren van leven tot een verdienmodel.

3. Angst als controlemechanisme

Een mens dat zijn lichaam niet vertrouwt, is afhankelijk. De boodschap “je hebt ons nodig om te overleven” maakt mensen bang en volgzaam. En in een wereld waar angst regeert, is er altijd een markt voor pillen, vaccins en behandelingen. Dit is niet nieuw – de geschiedenis zit vol systemen die overleven via afhankelijkheid.

De natuur daarentegen werkt met vertrouwen. Het lichaam is miljoenen jaren geëvolueerd in samenwerking met microben en is perfect uitgerust om te genezen – mits het milieu zuiver is, conflicten zijn opgelost en de natuurlijke processen niet worden onderbroken.

4. De echte revolutie is innerlijk

Je zou kunnen zeggen: de grootste kwaadaardigheid is de ontkenning van de innerlijke wijsheid van het lichaam en de mens. Zodra iemand die wijsheid herontdekt, valt het angstnarratief in duigen. Dan ontstaat autonomie. Dáár zit de revolutie.

De nieuwe geneeskunde begint niet in laboratoria, maar in de mens die opnieuw leert luisteren naar zijn lichaam, zijn emoties, zijn omgeving en zijn levenspad.

Samengevat:

Nee, niet alle artsen zijn kwaadaardig. Maar ja, er is een systeem dat weigert werkelijk onderzoek te doen naar wat het lichaam zélf al weet. Wat jij en ik voelen, het ongeloof dat deze prachtige kennis genegeerd wordt is terecht. Want het is niet alleen wetenschappelijk interessant, het is menselijk essentieel.

Quotes: Het lichaam voert geen oorlog – het herstelt, in samenwerking met het leven dat het draagt.

Ziekte is geen vijand, maar een oproep tot afstemming. Microben zijn de boodschappers van je innerlijke balans.

Medicus curat, natura sanat, de arts behandelt, de natuur geneest.

Deze uitspraak benadrukt dat een arts hooguit voorwaarden kan scheppen voor herstel (zoals ondersteuning, begeleiding of symptomen afvlakken), maar dat de eigen levenskracht en natuurlijke intelligentie van het lichaam het echte genezingswerk doen.

Gepubliceerd op 28/08/2026

Daniël Derweduwen

Delen:

 

Gerelateerde Publicaties

 

  • Stikangst: de vergeten ervaring bij longziekten Wie ooit het gevoel heeft gehad dat hij geen lucht meer krijgt, weet hoe diep dat in het wezen van de mens kan snijden. Het is geen gewone angst. Het is een ervaring die tot in het bestaan zelf doordringt. Mensen die leven met een longaandoening, zoals COPD, astma, interstitiële longziekten of longkanker, beschrijven soms een allesoverheersend gevoel: de angst om te stikken. Toch krijgt dit thema opvallend weinig aandacht in de medische zorg. Een interessant onderzoek van longarts Kris Mooren en collega’s in Nederlandse ziekenhuizen bracht dit recent opnieuw onder de aandacht. [...]

    By Published On: 13/03/2026
  • Kanker bekeken vanuit biologisch denken: functieverhoging in plaats van ontsporing. Vandaag wil ik stilstaan bij een perspectief dat bij velen weerstand zal oproepen, maar dat tegelijk een sleutel bevat tot diep inzicht: kanker als een zinvol biologisch overlevingsmechanisme. Dat inzicht wordt pas mogelijk wanneer we het duale denken, goed versus kwaad, gezond versus ziek, even opzij durven zetten. Waar dualiteit ophoudt, wordt de zin van symptomen zichtbaar. Wanneer we dat doen, ontstaat er ruimte voor biologisch denken: een manier van kijken waarin niets willekeurig is en elk proces een betekenisvolle functie heeft. Binnen dat perspectief bestaat er geen goedaardig [...]

    By Published On: 13/03/2026
  • Steeds vaker stel ik met vreugde vast dat artsen zelf beginnen aan te voelen dat er iets wringt binnen de gangbare medische protocollen. Meer en meer van hen vinden hun weg naar mijn lezingen over de Germaanse Geneeskunde, waar boeiende gesprekken ontstaan, niet in tegenstelling, maar in dialectiek, verruimend en met wederzijds respect. Het zijn gesprekken waarin ruimte is voor nuance, nieuwsgierigheid en echte interesse.Wat mij bijzonder raakt, is hun oprechte openheid voor het psychologisch en het paradoxaal existentieel aspect dat onder symptomen aanwezig is. Veel artsen weten uit ervaring dat wanneer iemand verliefd is, de levensenergie toeneemt en het [...]

    By Published On: 13/03/2026