Longvliesontsteking (pleuritis)

Pleuritis, ook wel long- of borstvliesontsteking genoemd, is een ontsteking van het longvlies (pleura). Dit vlies bestaat uit twee lagen: de viscerale pleura, die de longen bedekt, en de pariëtale pleura, die de binnenzijde van de borstkas, het middenrif en de ribben bekleedt.
Tussen deze twee lagen bevindt zich de pleuraholte, een dunne ruimte gevuld met een kleine hoeveelheid vloeistof die ervoor zorgt dat de longen soepel kunnen bewegen tijdens het ademhalen. Wanneer het longvlies ontstoken is, schuren de lagen langs elkaar, wat scherpe pijnklachten kan veroorzaken bij het ademhalen. Dit komt doordat de pleura rijk bezenuwd is.
Vanuit evolutionair perspectief ontwikkelde het longvlies zich samen met het buikvlies, het hartzakje en de lederhuid. Het behoort tot het oud mesoderm en staat onder de aansturing van de kleine hersenen.
In de kleine hersenen wordt het rechter longvlies vanuit de linker hersenhelft aangestuurd, terwijl het linker longvlies juist door de rechter hersenhelft wordt bestuurd. Er bestaat dus een kruislingse verbinding tussen hersenen en orgaan.

Het longvlies en het buikvlies zijn bovendien nauw verwant. Oorspronkelijk vormden zij één enkel membraan, dat pas later door het middenrif werd verdeeld in een borst- en een buikgedeelte. Daardoor delen beide vliezen vandaag nog steeds hetzelfde hersenrelais.
Biologisch conflict
Het conflictthema van het longvlies betreft een aanvalsconflict op de borstholte. Dit kan letterlijk ervaren worden, bijvoorbeeld door een slag, steek of stoot tegen de borst of ribben tijdens een gevecht, ongeluk of sport. Ook “scherpe” woorden zoals beschuldigingen, kritiek of vingerwijzen kunnen als een aanval op de borststreek worden beleefd (vergelijkbaar met het hartzakje).
Medische ingrepen vormen een veelvoorkomende oorzaak van aanvalsconflicten: operaties in de borststreek (zoals een tumorverwijdering of borstamputatie), biopsieën, thoracoscopieën, puncties, het plaatsen van drains of katheters, of zelfs de implantatie van infusen voor chemotherapie. Ook de diagnose “longkanker” of medische uitspraken zoals “uw longen werken niet goed” kunnen een aanvalservaring oproepen op de integriteit van het orgaan.
Aanvallen kunnen daarnaast van binnenuit worden ervaren, bijvoorbeeld door pijn op de borst bij hevig hoesten (longontsteking, astma) of door stekende pijn bij het inademen van gassen of dampen. Zelfs de voorstelling van een dreigende operatie kan als een aanval werken, bijvoorbeeld wanneer een chirurg aankondigt dat de borstkas moet worden geopend.
Het mesothelioom van de pleura ontwikkelt zich in reactie op zo’n aanvalservaring. Dit kan zich uiten in oppervlakkige compacte celgroei of in grotere tumoren, afhankelijk van de subjectieve beleving van de aanval. Een bijzonder voorbeeld is wanneer een patiënt bij het DHS op een röntgenfoto een tumor links waarneemt en daardoor links een pleuraal mesothelioom en later een pleura-effusie ontwikkelt, terwijl de oorspronkelijke tumor
(bijvoorbeeld een bronchiaal carcinoom) in werkelijkheid rechts zat – omdat röntgenbeelden gespiegeld worden weergegeven.
Conflictactieve fase
Vanaf het DHS vermeerderen de cellen van het longvlies zich in de conflictactieve fase evenredig met de intensiteit van het aanvalsconflict. Het biologische doel van deze weefselopbouw is om de borstwand intern te versterken en zo bescherming te bieden tegen verdere aanvallen.
Wanneer het conflict langdurig actief blijft, kan zich een bolvormige tumor ontwikkelen. Een vlakgroeiende tumor ontstaat meestal wanneer de aanvalservaring meer algemeen of diffuus was. In de conventionele geneeskunde worden deze verdikkingen van het longvlies gediagnosticeerd als een pleuraal mesothelioom. Vergelijkbare vormen bestaan ook bij het buikvlies (peritoneaal mesothelioom), het omentum majus, het hartzakje (pericardiaal mesothelioom) en de testikels (testiculair mesothelioom). Wanneer de snelheid van de celdeling een bepaalde grens overschrijdt, wordt de aandoening in de reguliere geneeskunde als “kwaadaardig” bestempeld.
Opmerking
Welke zijde van het longvlies wordt getroffen, hangt af van de handigheid van de persoon en van de conflictbetrekking: moeder/kind of partner. Een gelokaliseerd conflict beïnvloedt bovendien dat deel van het longvlies dat direct met de aanvalservaring werd geassocieerd.
Biologische zin
De verdikking van de pleura dient om een verwachte steek of slag fysiek te verhinderen – een versterking van de borstwand tegen nieuwe aanvallen. Dit geldt ook op mentaal vlak: zelfs woorden of een diagnose als “u heeft longkanker” kunnen als een aanval worden ervaren en zo dit proces in gang zetten.
Pleuraal mesothelioom (mesothelioom = “tumor van het mesotheel”): dit is een tumor van het longvlies, behorend tot het oud-mesoderm en dus aangestuurd vanuit de kleine hersenen. In de Germaanse Geneeskunde gaat het hier om de actieve conflictfase (CA), waarin extra cellen worden opgebouwd om de biologische functie te versterken.
Asbest en pleuraal mesothelioom
Langdurige blootstelling aan asbest kan leiden tot een pleuraal mesothelioom. Niet omdat asbest zelf een “carcinogeen” zou zijn, zoals de conventionele geneeskunde stelt, maar omdat het bij velen een intens aanvals- of angstconflict oproept. Denk hierbij aan de confronterende waarschuwingen op de werkplek (“Asbest. Kanker en longziekte. Gevaar”) of de indringende beelden in de media van scherpe, zogenaamd “dodelijke” vezels.


De aangeboren biologische reactie is erop gericht de longen te beschermen tegen een aanval, letterlijk of figuurlijk. Dit verklaart waarom de angst voor asbest vooral het longvlies treft, en in veel mindere mate andere delen van de luchtwegen. Wordt asbest echter geassocieerd met een doodsangstconflict, dan worden de longblaasjes betrokken; gaat het om een territoriumergernis op de werkplek, dan raken de bronchiën betrokken. In alle gevallen is het de angstbeleving – niet de stof zelf – die de ontwikkeling van een longkankerproces in gang zet.
Aangezien er geen symptomen zijn tijdens de conflictactieve fase wordt een pleuraal mesothelioom meestal alleen gevonden bij routineonderzoeken, met name bij mensen die vanwege hun werk met asbest in aanraking komen en daarom regelmatig longcontroles moeten ondergaan
.
De genezingsfase
Na de conflictoplossing (CL) worden de overtollige cellen van het longvlies door schimmels, mycobacteriën en bacteriën weer afgebroken. Dit gaat gepaard met typische helingssymptomen zoals pijn op de borst, pijnlijke hoest, ademhalingsmoeilijkheden, koorts en nachtelijk zweten.
Wanneer de noodzakelijke microben ontbreken (bijvoorbeeld door het overmatig gebruik van antibiotica), blijven de extra cellen aanwezig. Deze worden uiteindelijk ingekapseld met bindweefsel, waarna het mesothelioom als “goedaardig” wordt beschouwd.
Pleuritis, ontstekingsreactie tijdens genezing
Een pleuritis of longvliesontsteking geeft aan dat de genezing gepaard gaat met ontsteking, vaak met koorts wanneer de helingsfase intens is.
In de eerste genezingsfase (PCL-A) wordt het overtollige vocht normaal gesproken door het pleurale membraan geabsorbeerd (droge pleuritis). Dit geneest gemakkelijker. Als er echter gelijktijdig sprake is van een verlatings- of bestaansconflict, wordt vocht vastgehouden. Hierdoor ontstaat een natte pleuritis, die acute ademhalingsmoeilijkheden veroorzaakt. Wanneer bacteriën het proces ondersteunen, bevat de vloeistof pus (purulente pleuritis).
Natte pleuritis treedt vaak op in een ziekenhuiscontext, bijvoorbeeld na een operatie in de borststreek of na de diagnose longkanker of pleuraal mesothelioom. Wanneer een genezingsproces wordt gecompliceerd door waterretentie (door een bijkomend bestaans- of verlatingsconflict), spreekt men van het SYNDROOM. Bij het Syndroom voelt iemand zich als een vis op het droge: ontheemd, uit zijn veilige omgeving weggerukt en zonder de bescherming van de eigen woonplaats. Dit wordt door het lichaam ervaren als een diep bestaansconflict.
In dit geval ontstaat een exsudatieve pleurale effusie: een overmatige vochtophoping in de pleuraholte, rijk aan eiwitten. Dit vocht bevindt zich rond de longen (en niet ín de longen, zoals bij longontsteking of longoedeem).
Omdat de linker- en rechterpleura gescheiden zijn, treedt de effusie slechts aan één zijde op (vergelijkbaar met peritoneale en pericardiale effusies). Een ernstige pleurale effusie kan beide longen mechanisch comprimeren, waardoor punctie (aftappen van pleuravocht) vaak noodzakelijk wordt.
Complicaties
Eiwitverlies en gewichtsafname. Pleuravocht is eiwitrijk. Het voortdurend afvoeren van vocht leidt snel tot eiwitgebrek en gewichtsverlies.
Nieuwe aanvalsconflicten en sporen. Elke punctie kan door de patiënt als een nieuwe aanval op de borst worden ervaren, waardoor aanvalsconflicten en ziekenhuissporen ontstaan. Dit kan een vicieuze cirkel in stand houden.
Klaplong of pneumothorax. Het aanprikken van het longvlies draagt altijd het risico van een pneumothorax (klaplong), vergelijkbaar met complicaties bij longemfyseem.
Transudatieve effusie
Vocht kan ook in het longvlies terechtkomen wanneer de aangrenzende ribben of het borstbeen in genezing zijn (bij een eigenwaarde-inbreukconflict, bijvoorbeeld veroorzaakt door de diagnose longkanker, borstkanker of een borstamputatie).
Het grote oedeem dat daarbij ontstaat, meestal versterkt door waterretentie bij het SYNDROOM, “lekt” door het botvlies in de pleuraholte. Dit veroorzaakt een transudatieve pleurale effusie, die in tegenstelling tot exsudatief vocht geen eiwitten bevat.
Ayurvedische visie op natte pleuritis
In de Ayurveda wordt natte pleuritis (vocht in de pleuraholte) benaderd vanuit het evenwicht van de vata-, pitta- en kapha-dosha’s. Een vochtophoping in de borstholte wijst meestal op een kapha-onbalans (ophoping, zwaarte, slijm, water) in combinatie met een vata-verstoring (pijn, ademhalingsproblemen, droogte-gevoel). Het helingsproces vraagt daarom om warmte, ontspanning en het stimuleren van de natuurlijke afvoer van vocht.
Warm bad als therapie
Een eenvoudige maar doeltreffende benadering is het nemen van een warm bad of hottub, bij voorkeur op lichaamstemperatuur (37–38°C). Men zit hierbij rechtop, zodat de zwaartekracht het vocht naar beneden trekt. Het warme water helpt de borstkas te ontspannen, verbetert de doorbloeding en maakt de ademhaling vrijer.
Door aan het water natuurzout toe te voegen, wordt een oeroude biologische herinnering aangeraakt: de tijd dat het leven uit de zee voortkwam. In Ayurvedische termen ontspant dit de nieren en helpt het de urinewegen te openen. Het gevolg is dat de waterretentie vermindert en men gemakkelijker kan urineren. Dit is een directe ondersteuning voor het oplossen van het nierverzamelbuizensyndroom, dat vaak een rol speelt bij pleurale effusie.
Aanvullende middelen
Naast de warmwatertherapie adviseert Ayurveda aanvullende natuurlijke middelen die het herstel kunnen ondersteunen:
Kruidentheeën: thee van gember, tulsi (heilige basilicum) en zoethout helpt slijm los te maken, werkt licht verwarmend en versterkt de longfunctie.
Specerijen: het dagelijks gebruik van kurkuma, zwarte peper en kardemom bevordert de doorbloeding, werkt ontstekingsremmend en ondersteunt de spijsvertering, waardoor kapha-ophopingen worden verminderd.
Oliemassage (abhyanga): een zachte borst- of rugmassage met warme sesamolie kalmeert vata, vermindert spierspanning en geeft een gevoel van veiligheid.
Ademhalingsoefeningen (pranayama): zachte technieken zoals nadi shodhana (wisselende neusademhaling) of rustige buikademhaling openen de borst en brengen kalmte in de psyche.
Dieetadvies: licht verteerbare voeding, met nadruk op warme soepen en gestoofde groenten, helpt de spijsvertering (agni) te versterken en overtollig vocht (kapha) af te voeren. Vermijd zuivel, zwaar vlees en koude dranken, omdat deze kapha verder kan verergeren.
Oosterse wijsheid
Waar in het Westen vaak direct naar puncties en ingrepen wordt gegrepen, benadrukt de Ayurveda de zachte weg van ontspanning en evenwicht. Warmte, zout water, kruiden en ademhalingstechnieken werken niet alleen lichamelijk, maar ook psychisch helend. Men ervaart hierdoor opnieuw veiligheid en geborgenheid, waardoor het bestaansconflict dat bij pleuritis zo vaak meespeelt, kan oplossen.
Met dank aan: Caroline Markolin, PH.D. https: //LearningGNM.com
Arjen Lievers https://www.germaansegeneeskunde.nl/index_ziekten_gnm/
Dr. Geerd Ryke Hamer
Gerelateerde Publicaties



