Anale fissuren

Wat is een anale fissuur?

Een anale fissuur, ook wel anaalkloof genoemd, is een klein, maar zeer pijnlijk overlangs scheurtje in het gevoelige slijmvlies aan de binnenzijde van de anus. Het gaat dus om een kloofje in het anale kanaal zelf, waardoor het van buitenaf meestal niet zichtbaar is.

Het scheurtje ontstaat in het oppervlakkige deel van het slijmvlies en loopt vaak in de lengterichting van de bilspleet, typisch aan de voorzijde of achterzijde van de anus. Omdat het slijmvlies in dit gebied rijk voorzien is van zenuwuiteinden, kan een fissuur een scherpe, snijdende pijn veroorzaken, vooral tijdens en vlak na de stoelgang.

Wanneer de ontlasting harder of droger is dan gewoonlijk, kan de kloof verder openrekken en meer pijn geven. Bij het afvegen wordt vaak helderrood bloed op het toiletpapier gezien, iets wat veel mensen ongerust maakt maar typisch is voor een oppervlakkige fissuur.

Kort samengevat gaat het dus om een kleine beschadiging van het anale slijmvlies die fel kan aanvoelen, maar in de meeste gevallen goed en voorspelbaar geneest wanneer het weefsel de kans krijgt zich te herstellen.

Het oppervlakkig rectumslijmvlies bedekt ongeveer 12 cm van het endodermale slijmvlies in het onderste deel van het rectum. Het oppervlakkig rectumslijmvlies bestaat uit plaveiselepitheel, is afkomstig van het ectoderm en wordt daarom aangestuurd vanuit de hersenschors. De binnenwand van het onderste gedeelte van het rectum is voorzien van dwarsgestreepte spieren.

 

De epitheelbekleding van het rectum wordt aangestuurd vanuit de linker temporale kwab. Het controlecentrum bevindt zich naast het blaasrelais en precies tegenover het hersenrelais van de maag (kleine kromming), maagportier, bulbus duodeni, galwegen en alvleeskliergangen.

Het biologische conflict

Het biologische conflict dat samenhangt met het oppervlakkige rectumslijmvlies behoort tot het ectoderm en valt onder het buitenste huid-sensibiliteitsschema. Dit weefsel reageert, afhankelijk van geslacht, lateraliteit en hormoonstatus, op twee primaire conflicten:

 

  1. Het identiteitsconflict (vrouwelijk) Zie tabel

Een identiteitsconflict ontstaat wanneer iemand zijn positie, plek of richting in het leven niet meer kan bepalen, letterlijk of figuurlijk. Het gaat om een diepe onrust van “Ik weet niet meer waar ik thuishoor” of “Ik weet niet waar ik moet staan.”

Typische situaties die een identiteitsconflict kunnen activeren:

  • Een ongewenste verandering van school, woning of werkplek.
  • Je niet op je plaats voelen in een relatie, gezin of werkomgeving.
  • Niet weten welke keuze te maken: een innerlijk richting- of beslissingsconflict.
  • Je plaats kwijtraken binnen een groep, familie of hiërarchie.
  • Je buitengesloten, afgewezen of gediscrimineerd voelen (o.a. op basis van overtuiging, afkomst of geaardheid).

Al deze voorbeelden raken het oerbiologische thema: “Waar is mijn plek in het territorium?”

2. Het territorium-ergernisconflict (mannelijk) Zie tabel

Bij mannen (en bij vrouwen in een mannelijke hormoonstatus) kan hetzelfde gebied reageren op een territorium-ergernis: een situatie in het eigen domein die boosheid, irritatie of frustratie oproept, maar waarbij men zich machteloos voelt om in te grijpen.

Verband met zoogdiergedrag

Het markeren van territorium met uitwerpselen of urine is oerbiologisch gedrag bij zoogdieren. Daarom ligt het rectum-gerelateerde identiteitsconflict zeer dicht bij een markeringsconflict, waarbij ook het nierbekken, de urineleiders, blaas en urinebuis betrokken kunnen zijn. Niet toevallig liggen in de hersenen de controlecentra voor rectum en blaas direct naast elkaar.

NHS = normale hormoonstatus

LOS = lage oestrogeenstatus

LTS = lage testosteronstatus
Bij linkshandigen wordt het conflict overgeheveld naar de andere hersenhelft

De conflictactieve fase

Tijdens de conflict-actieve fase ontstaat er ulceratie van het oppervlakkige rectumepitheel, in verhouding tot de intensiteit en de duur van het identiteits- of territoriumergernisconflict. Het lichaam vermindert bewust de dikte van het slijmvlies: het verliest cellen om het lumen van het rectum subtiel te verbreden.

Biologische doelstelling: Een snellere en makkelijkere darmpassage mogelijk maken, zodat men, op het niveau van de oerprogrammering, beter in staat is zijn plek te bepalen in het territorium. Dit mechanisme komt bij dieren exact hetzelfde voor.

Wanneer de conflictactiviteit langdurig aanhoudt (groot conflictvolume, hoge conflictintensiteit of regelmatig conflict-herbeleven), leidt het voortdurende weefselverlies tot kleine scheurtjes in de rectumwand, de zogeheten anale fissuren.

Belangrijk: Anale fissuren zijn dus geen helingsfase, maar ontstaan juist in de conflict-actieve fase door het aanhoudende ulceratie als gevolg van langdurige conflictactiviteit.

Tijdens het passeren van harde ontlasting kunnen deze verzwakte zones of reeds bestaande scheurtjes openbarsten, waardoor de typische scherpe pijn en het helderrode bloedverlies optreden.

Helingsfase

Tijdens het eerste deel van de helingsfase (PCL-A) vult het lichaam het eerdere weefselverlies aan door celvermeerdering. In deze regeneratieperiode ontstaat een proctitis, een ontstekingsreactie in het oppervlakkige rectumslijmvlies.

De zwelling en het oedeem zorgen ervoor dat het slijmvlies naar buiten puilt, waardoor dit zich kan presenteren als aambeien, intern (in het onderste rectum) of extern (rond de anus).

Wanneer er gelijktijdig sprake is van waterretentie door een actief verlatingsconflict of bestaansconflict (het Syndroom), worden de aambeien veel groter en opvallender.

Geen ‘kanker’, maar herstelweefsel

In de reguliere geneeskunde kan de toename van slijmvlies en zwelling soms worden geduid als “rectale kanker”. Vanuit de Vijf Biologische Wetten is dit onjuist. De weefselvermeerdering in deze fase is puur een herstelproces en kan nooit als kwaadaardig worden geïnterpreteerd. Dit onderscheid is essentieel: het diepe rectumslijmvlies (glad spierweefsel, nieuw mesoderm) kan wél echte tumoren vormen, maar het oppervlakkige ectodermale slijmvlies nooit.

Typische helingssymptomen

De helingsfase gaat vaak gepaard met:

  • Brandende of schrijnende pijn in het rectum
  • Jeuk en irritatie
  • Rectale bloeding, vooral wanneer een aambei barst bij harde ontlasting
  • Rectale spierkrampen of spasmen, door de Epileptoïde Crisis van de dwarsgestreepte kenmerken van de binnenste rectumwand en/of de externe sluitspier
  • Rectale tenesmus, het gevoel dat de darmen onvoldoende geleegd zijn

De ernst van de symptomen hangt rechtstreeks samen met de intensiteit van de voorafgaande conflict-actieve fase.

Epileptoïde Crisis

Alle Epileptoïde Crises die worden aangestuurd vanuit de sensorische, post-sensorische of premotorisch-sensorische cortex brengen tijdelijke verstoringen in de doorbloeding met zich mee, variërend van duizeligheid en lichte bewustzijnsstoornissen tot volledig bewustzijnsverlies (absence of flauwvallen). Een vaak voorkomend symptoom is hypoglykemie, omdat de hersencellen tijdens de EC een grote hoeveelheid glucose verbruiken.

Misvatting: ‘aambeien zijn spataderen’, zie artikel over aambeien

Conventioneel worden aambeien beschouwd als spataderen rond de anus. Vanuit GNM is dit fout: de zwelling bevindt zich in het ectodermale rectumslijmvlies, niet in de bloedvaten.

Hamer’s CT-bewijzen tonen consequent dat iedere persoon met aambeien een Hamerse Haard heeft in de hersenschors, precies in het controlecentrum van het oppervlakkig rectumslijmvlies, niet in het hersenmerg waar de bloedvaten worden aangestuurd.

Dit is vergelijkbaar met slokdarmspataderen, die conventioneel aan levercirrose worden gekoppeld, maar GNM-technisch onder een heel andere categorie vallen.

Aambeien tijdens de zwangerschap

Statistieken tonen dat aambeien vaker voorkomen bij vrouwen tijdens de zwangerschap.
Niet door het gewicht van de baby, maar omdat de vrouw zich in die periode vaak in de helingsfase bevindt van een identiteits- of beslissingsconflict. Daarom krijgt niet elke zwangere vrouw aambeien, enkel degenen die werkelijk in herstel zijn.

Aambeien door fysieke inscheuring

Aambeien kunnen ook ontstaan na het inscheuren van het rectale gebied tijdens de bevalling, overbelasting door harde stoelgang en mechanische irritatie zonder een DHS

Maar ongeacht de oorzaak verloopt het genezingstraject identiek, omdat het slijmvlies altijd via hetzelfde ectodermale schema herstelt.

Waarom operaties geen echte oplossing bieden

Een chirurgische verwijdering van aambeien biedt slechts tijdelijke verlichting. Wanneer het oorspronkelijke identiteits- of territoriumconflict niet volledig is opgelost, of wanneer een spoor wordt geactiveerd, kunnen de aambeien na verloop van tijd eenvoudig opnieuw ontstaan, soms zelfs heviger dan voorheen.

De perianale gangen

De perianale gangen vormen kleine kanaaltjes die vloeistof afvoeren uit de anaalklieren naar het rectale gebied. Deze klieren liggen aan weerszijden van de anus, precies in de ruimte tussen de interne en externe anale sluitspier.

De vrijgekomen vloeistof dient om de ontlasting te smeren en soepeler te laten passeren. Hierdoor wordt de darmpassage vergemakkelijkt, vooral in stresssituaties waarin het lichaam snel wil elimineren. Bij zoogdieren worden deze anaalklieren vaak geurklieren genoemd. De afscheiding bevat unieke geurstoffen waarmee dieren hun territorium markeren, hun aanwezigheid kenbaar maken en leden van dezelfde soort kunnen herkennen

Dit gedrag sluit nauw aan bij de biologische thema’s van territorium, identiteit en plaatsbepaling.

De binnenbekleding van de perianale gangen bestaat uit plaveiselepitheel, afkomstig uit het ectoderm. Daarom worden deze structuren, net zoals het oppervlakkige rectumslijmvlies, aangestuurd vanuit de hersenschors.

Ontwikkelingsgeschiedenis en aansturing van de perianale gangen

De epitheelbekleding van de perianale gangen wordt aangestuurd vanuit de rechterzijde van de premotorisch-sensorische cortex. Opmerkelijk is dat dit hersenrelais zich precies tegenover het relais bevindt dat de rechter schildkliergangen aanstuurt. De reden hiervoor ligt in de oeroude embryologische ontwikkeling van het spijsverteringssysteem.

Oorspronkelijke functie van de schildkliergangen

Voordat de strot (larynx) zich ontwikkelde en het darmstelsel in een inkomende en uitgaande sectie werd gesplitst, was de schildklier een exocriene klier afkomstig van het endodermale kiemblad. Zij scheidde toen thyroxine rechtstreeks uit in beide delen van het primitieve darmkanaal.

  • De rechter schildkliergangen (aangestuurd vanuit de linker hersenhelft) bedienden de inkomende sectie, wat later mond, keelholte, slokdarm, maag, twaalfvingerige darm en dunne darm werd, en ondersteunden daar de vertering van voedsel.

     

  • De linker schildkliergangen (aangestuurd vanuit de rechter hersenhelft) stonden in verbinding met de uitgaande sectie, het gebied dat nu overeenkomt met het rectum, en bevorderden de afvoer van ontlasting.

Ontstaan van de perianale gangen. Toen de strot zich vormde en het darmkanaal werd gescheiden, bleven reststructuren van de linker schildkliergangen in het rectum achter. Deze embryonale residuen zijn de perianale gangen zoals we die vandaag de dag kennen.

Hun historische functie, het bevorderen van de eliminatie, ligt dus volledig in lijn met hun hedendaagse rol in de smering en ontlasting. De nauwe nabijheid van het hersenrelais van de perianale gangen en dat van de schildkliergangen toont op hersenniveau precies waar deze evolutionaire splitsing plaatsvond.

Het weerspiegelt de oeroude breuklijn van de strot: één deel van het oorspronkelijke systeem ondersteunt de vertering, het andere deel ondersteunt de uitscheiding.

Biologisch conflict:

Het biologische conflict dat verbonden is met de perianale gangen is het conflict van “niet in staat zijn de feces snel genoeg te elimineren.” Dit kan zich op twee manieren voordoen:

  1. Letterlijk: bijv. constipatie, vertraagde darmpassage, een gevoel dat de ontlasting “vastzit”.

     

  2. Symbolisch of overdrachtelijk: een “shit-situatie” die men niet snel genoeg kan kwijt, loslaten of uitscheiden. Dit kan gaan om woorden die iemand “slikt”, een situatie die men niet verwerkt krijgt, relaties of omstandigheden die “blijven hangen”, of verantwoordelijkheden die men niet snel genoeg kan afvoeren.

     

Dit fecesconflict ligt biologisch in dezelfde thematiek als de fecesconflicten van het sigmoïd (diepliggend rectumslijmvlies) en de sigmoïd- en rectale spieren, maar de perianale gangen hebben hun eigen specifieke, ectodermale aansturing.

Het Biologische Speciaalprogramma van de perianale gangen volgt het BUITENSTE HUID SENSIBILITEIT SCHEMA met hypesthesie in de conflictactieve fase en de Epileptoïde Crisis en hyperesthesie in de helingsfase.

De conflictactieve fase: 

Ulceratie van de bekleding van de perianale gangen evenredig aan de mate en de duur van de conflictactiviteit. Het biologische doel van het celverlies is om het lumen van de perianale gangen te verwijden om een ​​snellere ontlasting mogelijk te maken.

De helingsfase: 

Tijdens het eerste deel van de helingsfase (PCL-A) wordt het weefselverlies aangevuld door celvermeerdering. Het oedeem (vochtophoping) creëert een perianale cyste. Als er geen terugval is in het conflict neemt de cyste in omvang af tijdens de helingsfase. Een perianaal abces ontwikkelt zich wanneer bacteriën het helingsproces ondersteunen.

Bij een hangende genezing kan de continue druk van een cyste een perianale fistel vormen, wat een opening (tunnel) is tussen het anale kanaal en de huid nabij de anus. Dit gebeurt meestal wanneer grote hoeveelheden vocht worden vastgehouden in de cyste, als gevolg van het SYNDROOM of als gevolg van conflictrecidieven die het genezingsproces verlengen.

Hulpmiddeltjes bij anale en perianale fissuren

1. Warmte en ontspanning rond het bekken

Warmte ontspant de sluitspieren en verbetert de doorbloeding van het genezende slijmvlies.

  • Warm zitbad (met of zonder kruiden)
  • Warme kompressen
  • Bekkenbodem-ontspanning (diafragmatische ademhaling)

Warmte haalt mensen letterlijk uit de “vlucht/vecht”-toon en ondersteunt de helingsfase.

2. Magnesium: ontspanning van spieren en zenuwsysteem

Magnesium (citraat, malaat of bisglycinaat):

  • ontspant de sluitspieren
  • vermindert spasmen en krampen tijdens de EC

     

  • bevordert zachte stoelgang zonder te purgeren

Ook magnesiumolie op de onderbuik of het sacrum werkt lokaal ontkrampend.

3. Slijmherstellende kruiden

Kruiden die het slijmvlies verzachten en herstel ondersteunen:

  • Aloë vera gel (puur)
  • Weegbree (Plantago major)
  • Heemstwortel (Althaea officinalis)
  • Calendula (goudsbloem)
  • Kamille (ontspannend, ontstekingsremmend)

Deze kunnen als kompres, zalf, zetpil of thee worden toegepast.

4. Olie en verzachting

Kleine hoeveelheden natuurlijke olie rond de anus:

  • Kokosolie
  • Olijfolie
  • Castor oil (wonderolie)

Dit vermindert frictie bij ontlasting en geeft een beschermend laagje.

5. Stoelgang verzachten zonder purgeermiddelen

Doel: comfort, niet “dwingen”.

  • Weekvoeding: gestoofd fruit, pompoen, zoete aardappel
  • Haverpap met lijnzaad of chia
  • Voldoende water (niet forceren)
  • Ghee (zuivere botervet) werkt smerend en verzachtend

6. Bekkenbodem en ademhaling

Harde ontlasting + samentrekking van de sluitspier → pijnlijk. Maar veel mensen persen ook door stress of een identiteits-/territoriumconflict.

  • Uitademen tijdens de stoelgang
  • Niet persen; wachten op natuurlijke aandrang
  • Bekkenbodemoefeningen voor ontspanning (niet versteviging)

7. Energetisch-psychologische ondersteuning

Voor wie vanuit GNM werkt:

  • Creëer veiligheid en duidelijkheid rond de “plek” waar men staat (identiteitsconflict)
  • Los “shitsituaties” symbolisch op
  • Breng het zenuwstelsel tot rust via meditatie, lichaamsbewustzijn, grounding

Alles wat innerlijk rust geeft, ondersteunt het einde van de conflictactiviteit.

8. Vermijd mechanische irritatie

  • Zacht toiletpapier of natte doekjes zonder parfum
  • Geen agressieve reiniging
  • Vermijd droog toiletpapier bij gevoelige huid
  • Loszittende kleding en natuurlijke stoffen

9. Zittend werk compenseren

Lange druk op de anus belemmert herstel.

  • Regelmatig staan en bewegen
  • Zachte zitkussens (evt. donutkussen tijdelijk)

10. Slaap, rust & helingsfase respecteren

Het lichaam herstelt slijmvliesweefsel vooral tijdens:

  • diepe parasympatische ontspanning
  • slaap
  • rust na de stoelgang

Met dank aan: Caroline Markolin, PH.D.  https: //LearningGNM.com 

Arjen Lievers https://www.germaansegeneeskunde.nl/index_ziekten_gnm/

Dr. Geerd Ryke Hamer

Gepubliceerd op 27/08/2026

Daniël Derweduwen

Delen:

 

Gerelateerde Publicaties

 

  • Cellulitis en celluliteCelluliteHet zijn wee verschillende aandoeningen en twee verschillende biologische processen. Wie de woorden cellulite en cellulitis naast elkaar ziet staan, zou gemakkelijk kunnen denken dat het om twee benamingen voor hetzelfde verschijnsel gaat. Toch verwijzen ze naar twee heel verschillende processen.Cellulite kennen we vooral als de zogenaamde sinaasappelhuid: de huid krijgt een bobbelige structuur met kleine putjes en verhevenheden, meestal ter hoogte van de dijen, billen en heupen. Cellulite is op zichzelf geen ontsteking en ook geen ziekte. Het verschijnsel ontstaat door de manier waarop huid, onderhuids vetweefsel en bindweefsel ten opzichte van elkaar georganiseerd zijn.Cellulitis daarentegen is [...]

    By Published On: 27/08/2026
  • Acromegalie: Wanneer het lichaam blijft groeienAcromegalie is een aandoening die te maken heeft met een overmatige werking van het groeihormoon en waarbij de hypofyse een centrale rol speelt.Maar om acromegalie goed te kunnen begrijpen, moeten we eerst even kijken naar dit bijzondere kleine orgaantje en naar de bijzondere samenwerking tussen de hypothalamus en de hypofyse. Twee kleine structuren diep in onze hersenen die samen een belangrijke schakel vormen tussen het zenuwstelsel en het hormonale systeem.De hypofyse is een endocriene klier, wat betekent dat zij haar hormonen rechtstreeks aan het bloed afgeeft. Ze bevindt zich aan de basis van de hersenen, [...]

    By Published On: 24/08/2026
  • De megalomane constellatieWat is megalomanie?Megalomanie, ook wel grootheidsdenken of grootheidswaan genoemd, verwijst naar een sterk overdreven gevoel van eigenwaarde en belangrijkheid. Iemand ervaart zichzelf als uitzonderlijk, superieur of bijzonder machtig en kan een onrealistisch geloof ontwikkelen in zijn eigen talenten, kennis, invloed, status of vermogens.Kenmerkend is dat het beeld dat iemand van zichzelf heeft niet meer in verhouding staat tot de werkelijkheid. De persoon kan ervan overtuigd zijn méér te weten, méér te kunnen of belangrijker te zijn dan anderen. In uitgesproken vormen kan dit uitgroeien tot het gevoel voorbestemd te zijn voor een uitzonderlijke taak, over bijzondere gaven te [...]

    By Published On: 24/08/2026