Neuropathie: een medisch perspectief

Neuropathie is een verzamelnaam voor aandoeningen waarbij één of meerdere zenuwen zijn beschadigd of niet meer naar behoren functioneren. Deze aandoening treft vooral de perifere zenuwen, die buiten het centrale zenuwstelsel liggen, zoals in de armen, handen, benen en voeten. De term komt van het Griekse neuron (zenuw) en pathos (ziekte of lijden), en verwijst naar een ‘zieke’ of aangedane zenuw.

De klachten die gepaard gaan met neuropathie zijn divers en hangen af van welke zenuwen getroffen zijn. Bij aantasting van de gevoelszenuwen (sensorische neuropathie) kunnen patiënten symptomen ervaren zoals gevoelloosheid, tintelingen, een verdoofd gevoel (“alsof men op watten of kussentjes loopt”), of een vreemd gevoel in de huid, zoals het dragen van een onzichtbare sok. In sommige gevallen leidt overprikkeling van deze zenuwen juist tot pijn, jeuk, branderigheid, elektrische sensaties of een pijnlijk koude huid. Deze klachten worden vaak als zeer belastend ervaren, vooral wanneer ze chronisch zijn of progressief verergeren.

Neuropathie kan verschillende vormen aannemen:

  • Mononeuropathie: één enkele zenuw is aangedaan
  • Oligoneuropathie: enkele zenuwen zijn aangedaan
  • Polyneuropathie: meerdere zenuwen zijn aangedaan, meestal symmetrisch

De oorzaken van neuropathie zijn legio. Vaak wordt ze in verband gebracht met aandoeningen als diabetes mellitus, auto-immuunziekten, vitaminegebrek (zoals B12-deficiëntie), toxische belasting (alcohol, chemotherapie), infecties, of fysieke zenuwbeknelling. In sommige gevallen blijft de oorzaak onbekend en spreekt men van idiopathische neuropathie.

Binnen de conventionele geneeskunde ligt de nadruk op symptoombestrijding en het vertragen van de achteruitgang. Dit kan door het aanpakken van de onderliggende oorzaak (zoals betere bloedsuikerregulatie bij diabetes) en/of het gebruik van pijnstillende medicatie, antidepressiva of anti-epileptica die inwerken op de zenuwgeleiding.

Wat zegt de Germaanse geneeskunde over neuropathie?

Omdat het periost of het botvlies zo rijk geïnnerveerd is met zenuwweefsel, worden veranderingen in dit weefsel vaak ervaren als intense pijn, tintelingen of overgevoeligheid, symptomen die in de medische wereld worden aangeduid als neuropathie of zenuwpijn.

Het botvlies is een dun maar uiterst gevoelig vlies dat het buitenoppervlak van alle botten bedekt, met uitzondering van de gewrichtsoppervlakken (die zijn bekleed met kraakbeen) en de plekken waar spieren, pezen en gewrichtsbanden aanhechten. Dit vlies bestaat hoofdzakelijk uit bindweefsel en vormt een belangrijke beschermlaag voor het skelet.

Tijdens de vroege ontwikkeling van de foetus (in de eerste twee weken van de zwangerschap) was het botvlies oorspronkelijk bekleed met plaveiselepitheel, een soort dekweefsel. Maar naarmate de beenderen extra ondersteuning kregen van de spieren, pezen en de huidlagen (opperhuid en lederhuid), verdween deze epitheellaag. Wat overbleef, was een rijk netwerk van zenuwen dat verantwoordelijk is voor de hoge gevoeligheid van het periost.

Dit zenuwweefsel bestaat uit twee lagen, beide afkomstig uit het ectoderm – de kiemlaag die ook de huid en het zenuwstelsel voortbrengt. Hierdoor worden de botvlieszenuwen aangestuurd vanuit de hersenschors. De centrale aansturing vindt plaats via het ruggenmerg in de nekwervelkolom (cervicale wervels), van waaruit de zenuwimpulsen naar alle botvliesgebieden in het lichaam worden geleid.

De twee lagen van het zenuwstelsel in het periost bestaan uit:

Een oppervlakkige, zeer gevoelige laag, die direct onder het bindweefsel ligt en verantwoordelijk is voor het registreren van scherpe, brandende en oppervlakkige pijnprikkels.

Een diepere laag, die meer betrokken is bij het aansturen van herstelprocessen en de communicatie met het onderliggende botweefsel.

Het biologisch conflict met betrekking tot het botvlies

Binnen de Germaanse geneeskunde wordt een conflict dat het botvlies (periost) raakt, geduid als een intens scheidingsconflict met een sterke emotionele lading, meestal ervaren als brutaal, wreed of abrupt. Dit type conflict ontstaat uitsluitend in relatie tot levende wezens: mensen of dieren, met name personen of huisdieren waarmee een diepe, affectieve band bestaat. Het onderscheid met bijvoorbeeld verlies van objecten (zoals geld, sieraden, een huis of status) is cruciaal: zulke verliezen raken niet het periost, maar eerder andere weefselstructuren zoals de kransslagaders van het hart.

In vergelijking met het scheidingsconflict van de opperhuid, dat meestal subtieler wordt ervaren (zoals “ik wil van iemand af” of “ik mis het huidcontact”), is het periostconflict veel acuter en traumatischer: het wordt beleefd als een plotselinge, gewelddadige breuk, alsof iemand ruw werd weggerukt of onherroepelijk verloren is.

De lokalisatie van de pijn of neuropathie aan het lichaam weerspiegelt het precieze aspect van het verlies of de scheiding, afhankelijk van hoe het onderbewustzijn de gebeurtenis registreert:

  • Armen en schouders: het gevoel niet in staat te zijn geweest om een geliefde of huisdier vast te houden, te beschermen of een laatste knuffel te geven. Vaak aanwezig na ziekenhuisopnames, sterfgevallen of abrupte uithuisplaatsingen.
  • Handen en vingers: de ervaring dat een dierbare letterlijk of figuurlijk door de vingers is geglipt, men kon het contact niet vasthouden of terugwinnen. Ook bij het overlijden van een geliefd huisdier dat vaak met de handen werd aangeraakt.
  • Benen en enkels: een drang of impuls om iemand weg te trappen of af te weren, bijvoorbeeld bij misbruik, ongewenste nabijheid of situaties waarin men zich bedreigd voelde maar niet kon reageren.
  • Voeten en tenen: gerelateerd aan het gevoel ergens naartoe te willen gaan of juist te willen blijven, zoals bij een gedwongen verhuizing, scheiding van een kind of huisdier, of emigratie. De voet symboliseert stabiliteit, worteling en aanwezigheid, als die plots wegvalt, kan het conflict zich daar manifesteren.
  • Oogkas (orbita): wanneer iemand letterlijk of symbolisch “uit het oog verloren” wordt – denk aan het definitief verdwijnen van een persoon uit het leven, bijvoorbeeld bij overlijden, verdwijning, echtscheiding of uit beeld verdwijnen door sociale afstand.

Deze conflictlocalisaties weerspiegelen dus een zeer specifieke symboliek, die het lichaam via het botvlies uitdrukt. Vaak komt dit tot uiting in symmetrische pijn aan de ledematen, typisch voor zogenaamde koude ziekten die optreden in de conflictactieve fase, zoals neuropathie of neuralgie.

De conflictactieve fase

Neuropathie behoort binnen de Germaanse Geneeskunde tot de zogenaamde koude ziekten, wat betekent dat iemand zich tijdens het ervaren van pijn in de conflictactieve fase bevindt. Het Biologische Speciaalprogramma dat hier actief is, speelt zich af ter hoogte van het botvlies (periost) en volgt het strotslijmvlies-sensibiliteitsschema. Dit schema kenmerkt zich door een hypergevoeligheid (hyperesthesie) tijdens de conflictactieve fase en de epileptoïde crisis, en een gevoelsvermindering (hypesthesie) tijdens de genezingsfase.

De pijn of overgevoeligheid doet zich steeds voor in het gebied waar het scheidingsconflict werd geassocieerd. De typische symptomen variëren van tintelingen, een branderig gevoel, tot scherpe, stekende pijn, vaak omschreven als “slapend gevoel” in armen of benen. Zelfs aanraking kan pijnlijk zijn.

Wat weinig mensen weten: de conflictactiviteit bij een scheidingsconflict gaat bijna altijd gepaard met kortetermijngeheugenverlies. Dat is geen foutje van de natuur, maar een biologisch zinvol mechanisme. Door het geheugen tijdelijk te blokkeren, helpt het lichaam de pijn van de scheiding te verzachten, het probeert de persoon of het dier waarvan men gescheiden is tijdelijk ‘te vergeten’. Dit principe zien we ook bij andere Biologische Speciaalprogramma’s die verband houden met de opperhuid.

Een belangrijk kenmerk van de botvlieszenuwen is dat ze, net als bijvoorbeeld de thalamus, het binnenoor, het netvlies of de eilandcellen van de alvleesklier, niet reageren met celafbouw of -opbouw, maar met functionele veranderingen. Het gaat hier dus niet om weefselafname of weefselgroei, maar om een tijdelijke hyperfunctie (zoals overprikkeling of pijn) of functieverlies, afhankelijk van de fase.

Wanneer de pijn hevig is of lang aanhoudt, kan dat op zich een nieuw conflict veroorzaken: een eigenwaarde-inbreuk. In dat geval wordt het onderliggende botweefsel betrokken bij het proces. Bij conflictoplossing (conflictolysis) ontstaat dan reumatische botpijn tijdens de genezingsfase. Deze combinatie van twee overlappende Biologische Speciaalprogramma’s wordt binnen de Germaanse Geneeskunde ook wel het “botsyndroom” genoemd.

Als de pijn verder doordringt tot in de spieren, spreken we van wekedelenreuma, zoals men ziet bij fibromyalgie. Daarbij is het onderscheid tussen koude en warme spierpijn belangrijk:

  • Koude spierpijn duidt op actieve conflictfase van het botvlies (hyperesthesie).
  • Warme spierpijn wijst erop dat het spierweefsel aan het genezen is (hypesthesie).

Dat is ook de reden waarom warmte als zo aangenaam wordt ervaren bij neuropathische pijn: het verzacht de overactiviteit van het zenuwstelsel in de actieve fase en brengt rust in het aangedane gebied.

Opmerking:

Of de rechter- of de linkerzijde van het lichaam aangedaan is, wordt bepaald door iemands biologische handigheid (niet te verwarren met culturele rechtshandigheid) en of het conflict betrekking had op een moeder/kind-relatie of een partnerrelatie.

Bij een lokaal conflict, bijvoorbeeld pijn in een specifieke vinger, teen of schouder, betreft het steeds het lichaamsdeel dat symbolisch verbonden is met de aard van het scheidingsconflict.

Diabetische neuropathie in het licht van GNM

De botvlieszenuwen maken deel uit van het perifere zenuwstelsel. In de conventionele geneeskunde spreekt men van perifere neuropathie wanneer zenuwpijn of gevoelloosheid optreedt in de ledematen, vaak in handen, voeten, armen of benen. Een veelgehoorde verklaring is dat een hoge bloedsuikerspiegel schade aan de bloedvaten zou veroorzaken, waardoor de zenuwen minder goed doorbloed raken en uiteindelijk pijn, gevoelsstoornissen of uitval ontstaan.

Maar deze hypothese verklaart niet alles. Want:
– Niet elke diabetespatiënt ontwikkelt neuropathie.
– Het verklaart ook niet waarom bij de één de voeten getroffen worden en bij de ander de armen, of waarom soms slechts één teen of voet aangedaan is.

Vanuit het perspectief van de Germaanse Geneeskunde is wat men “diabetische perifere neuropathie” noemt, in feite een combinatie van twee tegelijkertijd actieve Biologische Speciaalprogramma’s:

  1. De bèta-eilandcellen van de alvleesklier, die reageren op een angst-weerstandsconflict: een situatie waarin iemand zich machteloos verzet tegen iets of iemand, wat leidt tot een verstoring in de insulinehuishouding en het ontstaan van diabetes.
  2. Het botvlies (periost), dat bij neuropathie van de benen of voeten meestal te maken heeft met een scheidingsconflict, vaak in de vorm van een impuls of verlangen om “iemand van je af te willen trappen”, bijvoorbeeld een persoon die men niet meer kan verdragen of waarbij er sprake is van opgekropte afkeer of weerstand.

Afhankelijk van de intensiteit en duur van het conflict in het periost, kunnen de gevolgen variëren van pijn, gevoelsstoornissen, tintelingen tot het ontwikkelen van beenulcera of zelfs gangreen (weefselafsterving) zie het artikel over Syndroom van Raynaud. De conventionele term “diabetische voet” krijgt hiermee een veel diepere betekenis: het gaat niet om bloedsuiker op zich, maar om onopgeloste conflicten die via het lichaam tot uiting komen.

Net zoals bij diabetische retinopathie, waarbij het netvlies betrokken is bij een visueel scheidingsconflict, zoals het dramatisch beleven van iemand letterlijk of figuurlijk “uit het oog verliezen”, met gelijktijdig een angst-walging-weerstandsconflict biedt de Germaanse Geneeskunde een coherent en psychobiologisch onderbouwd verklaringsmodel. In het geval van zogenaamde “diabetische neuropathie” toont dit model aan dat er twee gelijktijdig verlopende Biologische Speciaalprogramma’s actief zijn: één op het niveau van de alvleesklier (bèta-eilandcellen), en één op het niveau van het botvlies van het aangedane lichaamsdeel.

Voetulcera of beenulcera in het licht van de GNM

Voet- en beenulcera ontstaan wanneer er twee Biologische Speciaalprogramma’s tegelijkertijd actief zijn: één op het niveau van het botvlies (periost) en één op het niveau van de opperhuid. Beide programma’s zijn gekoppeld aan een scheidingsconflict, maar elk met een andere gevoeligheidszone en impact.

Wanneer deze programma’s gelijktijdig in de conflictactieve fase verkeren, ontstaat er een zwerende opening van de huid, waarbij het onderliggende botvlies ook betrokken is. Dit leidt tot het ontstaan van diepe wonden of ulcera, vaak aan het onderbeen of rond de enkel. Symbolisch wordt dit gebied geassocieerd met het instinct om zich te verdedigen, bijvoorbeeld door iemand “weg te willen trappen” – een sterke uiting van afkeer of afscheiding van een persoon die men niet meer wil toelaten.

Of het conflict betrekking heeft op een moeder/kind-relatie of een partnerrelatie, wordt bepaald door de biologische handigheid van de persoon (rechts- of linkshandig volgens GNM-normen) en de exacte beleving van het conflict.

Trigeminusneuralgie in het licht van de GNM

Trigeminusneuralgie ontstaat wanneer een scheidingsconflict door de psyche wordt geassocieerd met het gezicht. Dit kan zowel letterlijk worden beleefd – zoals het verlies van wangcontact bij een geliefde (bijvoorbeeld een kind of partner) – als figuurlijk, bijvoorbeeld als een diepgevoelde “klap in het gezicht”, zoals bij een belediging, vernedering of shockerende afwijzing.

De typische symptomen zijn korte, maar intens scherpe of elektrische pijnscheuten langs de nervus trigeminus, de drielingzenuw die het gezicht innerveert. De pijn kan meerdere keren per dag optreden en is meestal zijdelings beperkt tot één gezichtshelft. Welke zijde betrokken is, hangt opnieuw af van de biologische handigheid en of het conflict moeder/kind- of partnergerelateerd werd beleefd.

In sommige gevallen heeft de trigeminusneuralgie betrekking op de gezichtsbeenderen (periost) of de opperhuid van het gezicht. Beide weefsels reageren op een scheidingsconflict, maar elk met hun eigen sensibiliteitsschema en specifieke symptomen.

Opmerking:
De nervus trigeminus bevat zowel sensorische als motorische vezels. De sensorische tak is verantwoordelijk voor het gevoel in het gezicht en speelt een rol bij de pijnklachten zoals hierboven beschreven. De motorische tak stuurt de kauwspieren aan en kan betrokken zijn bij een aangezichtsverlamming wanneer er sprake is van een motorisch conflict of functieverlies.

Het verschil tussen neuropathie en neuralgie is dat neuropathie langdurend en vaak chronisch is met een tintelend, branderig en gevoelloos gevoel, terwijl neuralgie kortdurend is met vaak aanvallen van scherpe stekende elektrische pijn.

De genezingsfase

Tijdens de genezingsfase (PCL) treedt er een verlies van gevoeligheid op in het aangedane gebied. Deze hypesthesie zorgt ervoor dat lichaamsdelen zoals handen, armen, benen of voeten doof of ongevoelig aanvoelen. Dit is vergelijkbaar met het verlies van gevoel dat optreedt tijdens een scheidingsconflict van de opperhuid, waarbij in de conflictactieve fase een duidelijke gevoelloosheid of gevoelsvermindering (hypesthesie) kan ontstaan.

Een soortgelijk gevoel van doofheid of ongevoeligheid kan zich ook voordoen bij compressie van een ruggenmergzenuw, waarbij de zenuwbanen die de onderste ledematen aansturen tijdelijk worden verstoord, wat resulteert in gevoelloosheid of tintelingen in de benen of voeten.

Het kortetermijngeheugenverlies, dat al begon in de conflictactieve fase, zet zich voort in het eerste deel van de genezingsfase (PCL-A). Pas wanneer het lichaam en de hersenen zich voldoende hebben gestabiliseerd, komt het geheugen geleidelijk weer op gang.

Gedurende de epileptoïde crisis (EPI), die meestal ’s nachts optreedt, keert de typische zenuwpijn tijdelijk terug. Dit kan zich uiten als intense reumatische pijn of als korte pijnaanvallen. In deze fase vindt het piekmoment van de heling plaats, waarna het lichaam verder kan herstellen.

In het derde deel van de genezingsfase (PCL-B) normaliseert de gevoeligheid langzaam, op voorwaarde dat er geen conflictrecidieven optreden. Zo’n recidief zou het programma opnieuw activeren en pijnaanvallen of verlenging van de klachten veroorzaken

Neurologische kenmerken tijdens de EPI

Wanneer een epileptoïde crisis wordt aangestuurd vanuit de sensorische, post-sensorische of pre-motorisch sensorische hersenschors, kunnen er bijkomende symptomen optreden. Denk hierbij aan: verstoorde bloedcirculatie, duizeligheid, kortdurende bewustzijnsstoornissen, of zelfs volledig bewustzijnsverlies (zoals flauwvallen of een “absence”).

Een ander opvallend kenmerk tijdens de EPi is een lage bloedsuikerspiegel (hypoglykemie). Dit wordt veroorzaakt doordat de hersencellen in het betrokken hersengebied een verhoogde hoeveelheid glucose verbruiken, een intens metabolisch proces dat veel energie kost. Deze vorm van hypoglykemie verschilt van die van de eilandcellen van de alvleesklier, maar is eveneens biologisch zinvol en tijdelijk.

Reuma en fibromyalgie in het licht van de Germaanse Geneeskunde

Wat we tegenwoordig kennen als reuma of fibromyalgie is in veel gevallen het gevolg van meerdere gelijktijdige zinvolle biologische speciaalprogramma’s (ZBS’en), elk met hun eigen logica, maar vaak overlappend in tijd en plaats. Hierdoor ontstaat een complex klachtenbeeld, dat binnen de reguliere geneeskunde meestal wordt benoemd als “chronisch”, terwijl het in werkelijkheid biologisch verklaarbaar en oplosbaar is.

Het botvlies (periost): pijn tijdens de conflictactieve fase.

Wanneer het botvlies (periost) betrokken is, spreken we van een bruut scheidingsconflict. Dit ZBS volgt het strotslijmvlies-sensibiliteit schema (ectoderm) en veroorzaakt hyperesthesie en scherpe zenuwpijn tijdens de conflictactieve fase. De patiënt ervaart het aangedane gebied, vaak gewrichten of ledematen, als koud, pijnlijk, branderig of overgevoelig.

Superpositie met de opperhuid: pijn tijdens de genezingsfase.

Vaak is er tegelijkertijd een gewoon scheidingsconflict actief op het niveau van de opperhuid (epidermis). Dit ZBS volgt het buitenste huid-sensibiliteitsschema, waarbij de pijn en jeuk (pruritus) juist optreden in de herstelfase. Wanneer beide programma’s samenvallen, dus het periost is conflictactief en de opperhuid is aan het genezen, ervaart de patiënt pijn in beide fasen. Daardoor ontstaat de indruk dat de pijn nooit stopt, wat leidt tot verwarring, uitputting en wanhoop.

Vicieuze cirkel en paniek.

De voortdurende pijn of overgevoeligheid maakt dat de patiënt denkt dat het nooit overgaat. Deze aanhoudende klachten kunnen op hun beurt leiden tot nieuwe eigenwaarde-inbreuken, waardoor ook het onderliggende botweefsel betrokken raakt. Zo ontstaat een vicieuze cirkel van conflictrecidieven, weefselafbouw, heling, pijn en angst, die zichzelf telkens opnieuw voedt.

Genezingsfase van het bot (recalcificatie) + nierverzamelbuizen-syndroom.

Wanneer daarbovenop ook nog een genezingsfase van het bot plaatsvindt (recalcificatie na botverweking), dan kan de oprekking van het periost tijdens deze fase opnieuw heftige pijn veroorzaken. Zeker als er ook sprake is van het nierverzamelbuizen-syndroom (actieve waterretentie in een existentieel isolement), worden de symptomen verergerd door het vasthouden van vocht, wat extra druk, hevige pijn en zwelling veroorzaakt.

Inzicht als sleutel tot herstel.

Het is van groot belang dat de patiënt een duidelijke diagnose krijgt die de samenhang uitlegt tussen oorzaak en gevolg. Alleen wanneer iemand begrijpt waarom de pijn aanwezig is, kan hij of zij uit de angst en paniek stappen. En juist dát is cruciaal om het proces te doorbreken en te voorkomen dat men telkens terugvalt in het conflict.

Samenvattend:

  • Reuma en fibromyalgie ontstaan vaak door meerdere gelijktijdige ZBS’en.
  • Het periost veroorzaakt pijn tijdens de conflictactieve fase (koude pijn).
  • De opperhuid veroorzaakt pijn en jeuk tijdens de genezingsfase (warme symptomen).
  • Botten en spieren veroorzaken pijn tijdens de genezingsfase (warme symptomen).
  • Zonder inzicht ontstaat een vicieuze cirkel van eigenwaarde-inbreuken, nieuwe conflicten en blijvende klachten, die typisch zijn bij reuma en fibromyalgie.

Natuurlijke ondersteuning bij neuropathie (botvlieszenuwen)

1. Warmte en lokale doorbloeding

Omdat neuropathie het gevolg is van conflictactiviteit (koude fase), voelt het aangedane gebied vaak koud en pijnlijk aan.
Wat helpt: Warme (niet hete) kompressen of een warmwaterkruik, inwrijven met verwarmende oliën, zoals sesamolie (ayurvedisch), rozemarijnolie of gemberolie en voetbaden met mosterdpoeder, rozemarijn of magnesium.
Infraroodlampen zijn verzachtend.

2. Magnesium en B-complex

Neuropathie vraagt veel van het zenuwstelsel.
Wat helpt: Magnesium bisglycinaat of tauraat (ontspannend, zenuwondersteunend), vitamine B-complex, vooral B1 (benfotiamine), B6 (pyridoxaal-5-fosfaat) en B12 (methylcobalamine) – belangrijk voor zenuwgeleiding. Let op: vermijd overdosering van B6 bij langdurig gebruik, altijd voorzichtigheid met supplementen.

3. Zenuwherstellende planten en adaptogenen

Kies bijvoorbeeld voor: Ashwagandha: ondersteunt bij stress, versterkt het zenuwstelsel (pas op bij schildklieraandoeningen), Ginkgo biloba: verbetert doorbloeding en perifere zenuwfunctie, Passiebloem, valeriaan of citroenmelisse: bij nerveuze spanning of slapeloosheid

4. Antioxidanten & ontstekingsremmers

Omdat er oxidatieve stress kan optreden in zenuwweefsels:
Wat helpt: Alfa-liponzuur (ALA): een krachtige antioxidant, vaak gebruikt bij diabetische neuropathie (let wel beide conflicten oplossen). Curcumine (in combinatie met zwarte peper of liposomale vorm): werkt ontzurend en ontstekingsremmend en omega-3-vetzuren (lijnzaad-, chia-, of visolie): verbeteren celmembranen en zenuwgeleiding.

5. Voeding als medicijn

Vermijd: geraffineerde suikers, alcohol, transvetten, gluten (bij gevoeligheid), en overmaat dierlijke eiwitten

Kies voor: Volwaardige, zongerijpte voeding, groenten met veel zwavel (ui, knoflook, prei), goed voor zenuwweefsel en goede vetten (kokosolie, olijfolie, avocado, noten). Zie de ayurvedische voeding op deze website.

6. Energetische en emotionele ondersteuning

Lichaamsvriendelijke beweging: zachte yoga, tai chi of wandelen stimuleert het lymfe- en zenuwstelsel.
Lichaamsgerichte therapieën zoals craniosacraal therapie of voetreflexologie.
Meditatie en ademhalingsoefeningen om sympathicotonie te verminderen.
Affirmaties gericht op eigenwaarde: “Ik ben veilig in mijn lichaam. Mijn gevoel is welkom. Ik hoef niets vast te houden wat mij niet dient.”

7. Zachte remedies uit de natuur

Bachbloesemtherapie (bijv. Walnut voor loslaten, Star of Bethlehem voor shock, Mimulus voor herkenbare angsten).
Homeopathie op maat (bijv. Hypericum bij zenuwpijn, afhankelijk van het constitutionele beeld).
Schüsslerzouten nr. 5 (Kalium phosphoricum) en nr. 7 (Magnesium phosphoricum) voor zenuwen en ontspanning.

Tot slot: ondersteuning = ruimte voor heling

Het doel van deze natuurlijke middelen is niet om het symptoom te “wegduwen”, maar om het lichaam, zenuwstelsel en de psyche te ondersteunen zodat de persoon beter bij het conflict kan komen, het bewust kan doorvoelen, en uiteindelijk durft los te laten zonder extra schade aan de eigenwaarde.

Zodra angst en paniek afnemen, vermindert ook de kans op vicieuze cirkels en conflictrecidieven en daarmee de duur en intensiteit van het programma.

Met dank aan: Caroline Markolin, PH.D. https: //LearningGNM.com

Arjen Lievers https://www.germaansegeneeskunde.nl/index_ziekten_gnm/

Dr. Geerd Ryke Hamer

Gepubliceerd op 28/08/2026

Daniël Derweduwen

Delen:

 

Gerelateerde Publicaties

 

  • Cellulitis en celluliteCelluliteHet zijn wee verschillende aandoeningen en twee verschillende biologische processen. Wie de woorden cellulite en cellulitis naast elkaar ziet staan, zou gemakkelijk kunnen denken dat het om twee benamingen voor hetzelfde verschijnsel gaat. Toch verwijzen ze naar twee heel verschillende processen.Cellulite kennen we vooral als de zogenaamde sinaasappelhuid: de huid krijgt een bobbelige structuur met kleine putjes en verhevenheden, meestal ter hoogte van de dijen, billen en heupen. Cellulite is op zichzelf geen ontsteking en ook geen ziekte. Het verschijnsel ontstaat door de manier waarop huid, onderhuids vetweefsel en bindweefsel ten opzichte van elkaar georganiseerd zijn.Cellulitis daarentegen is [...]

    By Published On: 27/08/2026
  • Acromegalie: Wanneer het lichaam blijft groeienAcromegalie is een aandoening die te maken heeft met een overmatige werking van het groeihormoon en waarbij de hypofyse een centrale rol speelt.Maar om acromegalie goed te kunnen begrijpen, moeten we eerst even kijken naar dit bijzondere kleine orgaantje en naar de bijzondere samenwerking tussen de hypothalamus en de hypofyse. Twee kleine structuren diep in onze hersenen die samen een belangrijke schakel vormen tussen het zenuwstelsel en het hormonale systeem.De hypofyse is een endocriene klier, wat betekent dat zij haar hormonen rechtstreeks aan het bloed afgeeft. Ze bevindt zich aan de basis van de hersenen, [...]

    By Published On: 24/08/2026
  • De megalomane constellatieWat is megalomanie?Megalomanie, ook wel grootheidsdenken of grootheidswaan genoemd, verwijst naar een sterk overdreven gevoel van eigenwaarde en belangrijkheid. Iemand ervaart zichzelf als uitzonderlijk, superieur of bijzonder machtig en kan een onrealistisch geloof ontwikkelen in zijn eigen talenten, kennis, invloed, status of vermogens.Kenmerkend is dat het beeld dat iemand van zichzelf heeft niet meer in verhouding staat tot de werkelijkheid. De persoon kan ervan overtuigd zijn méér te weten, méér te kunnen of belangrijker te zijn dan anderen. In uitgesproken vormen kan dit uitgroeien tot het gevoel voorbestemd te zijn voor een uitzonderlijke taak, over bijzondere gaven te [...]

    By Published On: 24/08/2026