Urine-incontinentie, urineverlies en endodermale blaaskanker

Functie van de blaas

De urineblaas is een hol, gespierd orgaan dat dient als tijdelijk reservoir voor de urine die voortdurend door de nieren wordt geproduceerd. De urine bereikt de blaas via de urineleiders en wordt daar opgeslagen totdat het moment van urineren aanbreekt.

De wand van de blaas bevat een krachtige spierlaag, de blaasspier (m. detrusor vesicae). Wanneer de blaas zich vult, kan deze spierwand zich ontspannen en uitrekken, waardoor het volume van de blaas toeneemt. Tijdens het plassen gebeurt het tegenovergestelde: de blaasspier trekt samen en verhoogt zo de druk in de blaas, waardoor de urine naar buiten wordt gedreven.

Tegelijkertijd moeten de sluitspieren rond de uitgang van de blaas en de urinebuis zich ontspannen. We onderscheiden hierbij de inwendige sluitspier (m. sphincter urethrae internus) en de uitwendige sluitspier (m. sphincter urethrae externus). Binnen de GNM worden deze respectievelijk gekoppeld aan het endoderm en het nieuwe mesoderm. Door het samenspel tussen het samentrekken van de blaasspier en het ontspannen van de sluitspieren kan de urine via de urethra of urinebuis het lichaam verlaten.

Onderaan in de blaas bevindt zich de blaasdriehoek (trigonum vesicae), het driehoekige gebied tussen de twee openingen van de urineleiders en de overgang naar de urinebuis. De blaasdriehoek is bekleed met het endodermale slijmvlies terwijl het overige slijmvlies van de blaas tot het oppervlakkige ectodermale blaasslijmvlies of urotheel behoort.

De dwarsgestreepte blaasspier en externe blaassluitspier komen voort uit het nieuw mesoderm en worden aangestuurd vanuit het hersenmerg en de motorische cortex. Oorspronkelijk bestond de blaas uit louter gladde spieren die zich ontwikkelden uit de darmspieren van de strot. De dwarsgestreepte spieren van de blaas ontwikkelden zich in een later stadium samen met de externe blaassluitspier; beide zijn vrijwillige spieren die bewust kunnen worden gecontroleerd.

Hersenniveau: De dwarsgestreepte blaasspier en de externe sluitspier van de blaas hebben twee controlecentra in de grote hersenen. De trofische functie van de spieren, die verantwoordelijk is voor de voeding van het weefsel, wordt aangestuurd vanuit het hersenmerg; de samentrekking van de spier wordt aangestuurd vanuit de motorische cortex (deel van de hersenschors). De rechterhelft van de blaasspier en externe blaassluitspier worden aangestuurd vanuit de linkerkant van de grote hersenen; de linker kanten worden aangestuurd vanuit de rechter hersenhelft. Daarom is er een kruislings verband tussen de hersenen en het orgaan. Ter vergelijking: de gladde spieren van de interne blaassluitspier worden aangestuurd vanuit de middenhersenen.

De blaasspier en externe blaassluitspier, rectale spieren en externe anale sluitspier, baarmoederhalsspieren, baarmoederhalssluitspier en vaginale spieren delen dezelfde hersenrelais.

Biologisch conflict

Het biologische conflict dat verband houdt met de blaasspier en de externe blaassluitspier omschreven als: “Niet in staat zijn om zijn plaats voldoende te markeren.”

Het gaat hierbij om het gevoel zijn plaats, positie of territorium onvoldoende te kunnen markeren of afbakenen. Indien dit markeringsconflict aanhoudt, ontstaat tegelijkertijd een eigenwaarde-inbreuk: figuurlijk het gevoel niet genoeg te hebben om te kunnen markeren. Men ervaart zichzelf als niet sterk, krachtig of zeker genoeg om zijn plaats in te nemen en tegenover de omgeving duidelijk af te bakenen.

De blaasspieren hebben ook betrekking op een eigenwaarde-inbreuk conflict, meestal veroorzaakt door urine-incontinentie.

De conflictactieve fase

Weefselverlies (necrose) van het blaasspierweefsel (aangestuurd vanuit het hersenmerg) en, evenredig aan de mate en duur van de conflictactiviteit, toenemende verlamming van de blaasspier (aangestuurd door de motorische cortex). Tegelijkertijd wordt de externe blaassluitspier geopend (geen necrose in de sluitspieren!), waardoor de urinestroom wordt bevorderd om het gebied beter te kunnen markeren.

Urine-incontinentie

Urine-incontinentie, het onvrijwillig verliezen van urine, is een teken dat een aanhoudend markeringsconflict nog steeds niet is opgelost. Afhankelijk van de intensiteit kan het urineverlies variëren van enkele druppels bij bijvoorbeeld hoesten, niezen of lachen tot een moeilijk controleerbaar verlies van urine. Ook tijdens de epileptoïde crisis kan er plotseling urineverlies optreden, wanneer de externe blaassluitspier zich tijdelijk opent.

Door de incontinentie kan vervolgens een vicieuze cirkel ontstaan. Het aanhoudende oorspronkelijke markeringsconflict heeft de eigenwaarde al geraakt, maar wanneer iemand daadwerkelijk de controle over zijn urine verliest, kan dit gevoelens van schaamte, onzekerheid, machteloosheid en verlies van controle oproepen. Hierdoor wordt de bestaande eigenwaarde-inbreuk verder versterkt.

Incontinentie verdiept eigenwaarde-inbreuk conflicten, waarbij aangrenzende weefsels zoals het schaambeen of de bekkenbodemspieren ook betrokken raken. Vandaar dat zwakke bekkenbodemspieren geen incontinentie veroorzaken, zoals wordt gezegd, maar eerder het gevolg zijn van voortdurende blaas-gerelateerde eigenwaarde-inbreuk conflicten; hetzelfde geldt voor terugkerende “blaasontstekingen”.

Vicieuze cirkel: markeringsconflict → eigenwaarde-inbreuk → urineverlies → verdere aantasting van de eigenwaarde → steeds verder verzwakking blaasspier en ontspanning van de externe blaassluitspier.

Opmerking: De externe sluitspieren (externe blaassluitspier, externe anale sluitspier, baarmoederhalssluitspier) bestaan ​​uit dwarsgestreepte spieren, terwijl de interne sluitspieren, zoals de interne blaassluitspier en de interne sluitspier van het rectum, bestaan ​​uit gladde spieren. De externe sluitspieren hebben een omgekeerde innervatie, wat wil zeggen dat ze door samentrekking sluiten gedurende vagotonie, d.w.z. in de helingsfase en openen bij ontspanning tijdens sympathicotonie, d.w.z. tijdens de conflictactieve fase en Epileptoïde Crisis. Met betrekking tot de blaas en het rectum, tijdens een Epileptoïde Crisis, bijvoorbeeld tijdens een epileptische aanval, kunnen beide sluitspieren tegelijkertijd openen en een volledige lediging van de blaas veroorzaken, samen met een onvrijwillig verlies van ontlasting.

Bedplassen, enuresis nocturna

Bedplassen is het onbedoeld verliezen van urine tijdens de slaap. Het nachtelijke urineverlies vindt plaats tijdens de epileptoïde crisis, die doorgaans tijdens de vagotone nachtelijke fase optreedt. Tijdens deze crisis ontstaat kortstondig een sterke sympathicotone impuls waarbij de blaassluitspier zich ontspant en urine onvrijwillig kan worden uitgescheiden. Bij een intense epileptoïde crisis kan zelfs een volledige lediging van de blaas plaatsvinden.

Wanneer bedplassen regelmatig of gedurende langere tijd terugkeert is er sprake van voortdurend hervallen in het markeringsconflict. Het kind komt telkens opnieuw in aanraking met een situatie of traumahologram die een markeringsconflict activeert. Dit wordt gevolgd door het ‘nachtelijke ongelukje’ als het kind in de helingsfase en de epileptoïde crisis komt tijdens zijn slaap.

Bij kinderen kan zo’n territorium-markeringsconflict bijvoorbeeld betrekking hebben op hun plaats binnen het gezin of de groep. Rivaliteit of spanningen met broers en zussen, problemen met klasgenoten, het gevoel zijn plaats te verliezen of fysiek, verbaal of sociaal gepest worden, kunnen vanuit deze visie als mogelijke conflictsituaties worden onderzocht.

Belangrijk is daarom niet alleen dat een kind in bed plast, maar vooral te kijken naar wanneer het bedplassen begon, wat er rond die periode in de leefwereld van het kind veranderde en in welke situaties het opnieuw optreedt. Dat kan aanwijzingen geven voor het onderliggende conflictthema.

De helingsfase

Tijdens de helingsfase wordt de blaasspier gereconstrueerd met weefseltoename en sluit de blaassluitspier. Wanneer bacteriën bij dit herstelproces betrokken zijn, veroorzaakt dit een bacteriële blaasontsteking.

Tijdens de epileptoïde crisis, die zich midden in de helingsfase bevindt, kunnen pijnlijke blaaskrampen of spasmen optreden. Vergelijkbare spasmen kunnen ook voorkomen bij biologische programma’s die betrekking hebben op de urineleiders, de interne blaassluitspier, de blaas of de urinebuis.

Bij weefsels die tot het nieuwe mesoderm of de zogenaamde “luxegroep” worden gerekend, ligt het biologische doel aan het einde van de helingsfase. Dit geldt onder andere voor spieren, botten, bind- en steunweefsels inclusief lymfevaten en lymfeklieren.

Na voltooiing van het herstel is het betrokken weefsel sterker dan vóór het conflict. Het weefsel is daardoor beter voorbereid wanneer het in de toekomst opnieuw met een vergelijkbare conflictsituatie wordt geconfronteerd.

De interne blaassluitspier

De interne blaassluitspier (m. sphincter urethrae internus) is een ringvormige spier die zich ter hoogte van de blaashals, aan de onderzijde van de blaas, bevindt. Deze sluitspier bestaat uit glad spierweefsel en werkt onwillekeurig. We kunnen hem dus niet bewust aanspannen of ontspannen.

De externe blaassluitspier (m. sphincter urethrae externus) bevindt zich verder rond de urinebuis en vormt een tweede sluitmechanisme. In tegenstelling tot de interne sluitspier bestaat deze hoofdzakelijk uit dwarsgestreept spierweefsel en kan hij bewust worden aangespannen. Hierdoor kunnen we, binnen bepaalde grenzen, zelf bepalen wanneer we de urine ophouden of laten stromen.

Beide sluitspieren hebben een verschillende embryologische oorsprong en hersenaansturing. De interne blaassluitspier behoort tot het endoderm en wordt vanuit de middenhersenen aangestuurd. De externe blaassluitspier behoort tot het nieuwe mesoderm en wordt vanuit het hersenmerg (witte stof) aangestuurd.

Samen met de blaasspier zorgen beide sluitspieren voor het nauwkeurig gereguleerde samenspel tussen urine opslaan, ophouden en uiteindelijk uitscheiden.

Biologisch conflict

Het biologische conflict houdt verband met: “Niet in staat zijn de urine op te houden.”

Dit conflict kan ontstaan wanneer iemand dringend moet plassen, maar door omstandigheden niet in staat is de urine lang genoeg op te houden.

Een duidelijk voorbeeld is een gestraft kind dat door zijn moeder wordt opgesloten in een zolderkamer waar geen toilet aanwezig is. Het kind voelt steeds sterkere aandrang, maar kan nergens naartoe. Uiteindelijk kan het de urine niet langer ophouden en plast het noodgedwongen tegen de muur. De essentie van de ervaring is: “Ik moet mijn urine ophouden, maar ik kan het niet meer.”

Een vergelijkbare situatie kan zich voordoen bij een jongen op internaat. Hij moet dringend plassen van zodra de les pauze begint, maar de weg naar het toilet in het uitgestrekte kloostergebouw is te lang. Nog voordat hij het toilet bereikt, verliest hij zijn urine. Ook hier kan de ervaring van het niet kunnen ophouden van de urine centraal staan.

Een heel andere reden van urine-incontinentie is na een prostaatoperatie. Bij dergelijke operaties kan het sluitmechanisme rond de urinebuis tijdelijk of blijvend minder goed functioneren. Het ongewild verliezen van urine kan zelf een nieuw conflict oproepen: “Ik kan mijn urine niet meer ophouden.”

De verwachting kan al vóór de operatie beginnen

Bij mannen die een prostaatoperatie moeten ondergaan, speelt soms al vóór de ingreep de angst voor urine-incontinentie. Ze hebben erover gelezen, kennen iemand bij wie het is gebeurd of zijn erop gewezen dat urineverlies een mogelijke complicatie van de operatie is.

De gedachte “Straks kan ik mijn urine niet meer ophouden” kan daardoor steeds sterker aanwezig zijn. Wanneer er na de operatie daadwerkelijk urineverlies optreedt, bijvoorbeeld doordat het sluitmechanisme door de ingreep tijdelijk of blijvend minder goed functioneert, kan de eerdere angst voor de man werkelijkheid worden. Iedere keer dat hij urine verliest, wordt de gedachte “Zie je wel, ik kan mijn urine niet ophouden” opnieuw bevestigd.

angst voor incontinentie → voortdurend bezig zijn met het kunnen ophouden van urine → daadwerkelijk urineverlies na de operatie → bevestiging van de angst → verdere conflictbeleving. Het is belangrijk om met de kennis van de Germaanse geneeskunde dit te begrijpen om dit conflict zo snel mogelijk op te lossen.

Conflictactieve fase

Er ontstaat verhoogde spierspanning (hypertonie) van de interne blaassluitspier. Het biologische doel van de verhoogde spierspanning is om het vasthouden van urine in de blaas te bevorderen.

Helingsfase

De spierspanning keert terug naar normaal. De Epileptoïde Crisis presenteert zich als pijnlijke spasmen van de blaas te vergelijken met spasmen in de urineleiders, blaasspier, blaasslijmvlies en de urinebuis.

De blaasdriehoek

De blaasdriehoek (trigonum vesicae) is het driehoekige gebied aan de onderzijde van de blaas, gelegen tussen de twee openingen van de urineleiders en de opening naar de urinebuis. Het vormt daarmee als het ware het overgangsgebied waar de urine vanuit de urineleiders de blaas binnenkomt en uiteindelijk via de urinebuis weer wordt afgevoerd.

Wanneer tijdens het urineren de blaasspier samentrekt, wordt de tijdelijk opgeslagen urine in de richting van de blaasuitgang en vervolgens de urinebuis gedreven.

Aan het dieper gelegen slijmvlies van de blaasdriehoek wordt een bijzondere biologische functie toegekend. Net zoals het slijmvliesweefsel van het darmkanaal eigenschappen bezitten die samenhangen met secretie en absorptie (verteren), wordt ook hier gesproken over een secretoire en absorberende kwaliteit.

Het dieper gelegen slijmvlies van de blaasdriehoek bestaat uit intestinaal cilinderepitheel, afkomstig van endodermale oorsprong. De aansturing gebeurt vanuit de hersenstam. De blaasdriehoek (diepliggend slijmvlies), de klieren van Bartholin en de smegma-producerende klieren delen hetzelfde hersenrelais.

Biologisch conflict

Het biologische conflict dat verband houdt met de blaasdriehoek (trigonum vesicae) wordt omschreven als een lelijk, “smerig” brokconflict.

Het gaat hierbij om een situatie die door de persoon als bijzonder vies, smerig, verachtelijk of weerzinwekkend wordt ervaren. Denk bijvoorbeeld aan het gevoel betrokken te zijn geraakt bij vuile zaken, geconfronteerd te worden met smerige trucs, bedrog of een seksuele ervaring die als vies of vernederend wordt beleefd.

Kenmerkend is vooral de individuele beleving: iets wat men figuurlijk als een “smerige brok” ervaart en zo snel mogelijk kwijt wil of niet kan verwerken.

In de Germaanse geneskunde wordt dit conflictthema vergeleken met het zogenaamde “schijt-conflict” dat wordt gekoppeld aan de sigmoïd darm en het dieper gelegen slijmvlies van het rectum. Ook daar staat de beleving centraal van iets wat als bijzonder smerig, gemeen of verwerpelijk wordt ervaren en waarvan men zich het liefst zou willen ontdoen.

Conflictactieve fase

Vanaf het moment van de conflictinslag vermeerderd het weefsel van het dieper gelegen slijmvlies van de blaasdriehoek. De mate van weefseltoename is evenredig met de intensiteit en duur van het conflict.

Het biologische doel van deze weefseltoename is een bevordering van de oorspronkelijke functie van het weefsel: het beter kunnen “verteren” of “absorberen” van de als smerig ervaren brok.

Bij langdurige conflictactiviteit vormt zich een vlakgroeiende (absorberend type) of bloemkoolvormige tumor (secretoire type) in de blaasdriehoek. In de reguliere geneeskunde wordt dit gediagnosticeerd als blaaskanker. Als de snelheid van celdeling een bepaalde limiet overschrijdt wordt de kanker als “kwaadaardig” beschouwd; onder die limiet wordt de groei beschouwd als “goedaardig” of gediagnosticeerd als een blaaspoliep.

Helingsfase

Na de conflictoplossing (CL) verwijderen schimmels of mycobacteriën zoals TBC-bacteriën de weefsels die niet langer nodig zijn. Dit veroorzaakt etterende tuberculeuze cystitis, of een ‘bacteriële blaasontsteking’ .

Het is vast komen te staan dat de Escherichia coli bacterie (E. coli) ook in de blaas voorkomt (te vergelijken met E. coli-infecties in de darmen). Als de E. coli deelneemt aan het genezingsproces is de “blaasontsteking” daarom afkomstig van een “lelijk brokconflict”, terwijl “blaasinfecties” in het ectodermale blaasslijmvlies en in de blaasspier gekoppeld zijn aan een markeringsconflict.

Helingssymptomen zijn pijn als gevolg van de zwelling, troebele urine en mogelijk bloed in de urine (zie ook nierparenchym, blaasslijmvlies en prostaat) en nachtelijk zweten. Afhankelijk van de mate van de conflictactieve fase variëren de symptomen van mild tot ernstig.

Wanneer schimmels deelnemen aan het genezingsproces veroorzaakt dit “candida cystitis“, die chronisch wordt wanneer een persoon zich in een hangende genezing bevindt vanwege conflictrecidieven. In tegenstelling tot wat de conventionele geneeskunde beweert kan de schimmelinfectie in de endodermale (!) blaasdriehoek zich niet ‘verspreiden’ naar andere delen van de urinewegen, zoals de urineleiders, blaas of urinebuis (afkomstig van het ectoderm) omdat schimmels de drempel van een kiemblad niet overschrijden!

Als de vereiste microben niet beschikbaar zijn bij de oplossing van het conflict, omdat ze zijn vernietigd door een overmatig gebruik van antibiotica, blijven de extra cellen achter. Uiteindelijk wordt de tumor ingekapseld met bindweefsel. Dit wordt meestal gediagnosticeerd als een blaaspoliep of als een “goedaardige kanker” (zie ook conflictactieve fase).

Met dank aan: Caroline Markolin, PH.D. https: //LearningGNM.com
Arjen Lievers https://www.germaansegeneeskunde.nl/index_ziekten_gnm/
Dr. Geerd Ryke Hamer

Gepubliceerd op 27/08/2026

Daniël Derweduwen

Delen:

 

Gerelateerde Publicaties

 

  • Cellulitis en celluliteCelluliteHet zijn wee verschillende aandoeningen en twee verschillende biologische processen. Wie de woorden cellulite en cellulitis naast elkaar ziet staan, zou gemakkelijk kunnen denken dat het om twee benamingen voor hetzelfde verschijnsel gaat. Toch verwijzen ze naar twee heel verschillende processen.Cellulite kennen we vooral als de zogenaamde sinaasappelhuid: de huid krijgt een bobbelige structuur met kleine putjes en verhevenheden, meestal ter hoogte van de dijen, billen en heupen. Cellulite is op zichzelf geen ontsteking en ook geen ziekte. Het verschijnsel ontstaat door de manier waarop huid, onderhuids vetweefsel en bindweefsel ten opzichte van elkaar georganiseerd zijn.Cellulitis daarentegen is [...]

    By Published On: 27/08/2026
  • Acromegalie: Wanneer het lichaam blijft groeienAcromegalie is een aandoening die te maken heeft met een overmatige werking van het groeihormoon en waarbij de hypofyse een centrale rol speelt.Maar om acromegalie goed te kunnen begrijpen, moeten we eerst even kijken naar dit bijzondere kleine orgaantje en naar de bijzondere samenwerking tussen de hypothalamus en de hypofyse. Twee kleine structuren diep in onze hersenen die samen een belangrijke schakel vormen tussen het zenuwstelsel en het hormonale systeem.De hypofyse is een endocriene klier, wat betekent dat zij haar hormonen rechtstreeks aan het bloed afgeeft. Ze bevindt zich aan de basis van de hersenen, [...]

    By Published On: 24/08/2026
  • De megalomane constellatieWat is megalomanie?Megalomanie, ook wel grootheidsdenken of grootheidswaan genoemd, verwijst naar een sterk overdreven gevoel van eigenwaarde en belangrijkheid. Iemand ervaart zichzelf als uitzonderlijk, superieur of bijzonder machtig en kan een onrealistisch geloof ontwikkelen in zijn eigen talenten, kennis, invloed, status of vermogens.Kenmerkend is dat het beeld dat iemand van zichzelf heeft niet meer in verhouding staat tot de werkelijkheid. De persoon kan ervan overtuigd zijn méér te weten, méér te kunnen of belangrijker te zijn dan anderen. In uitgesproken vormen kan dit uitgroeien tot het gevoel voorbestemd te zijn voor een uitzonderlijke taak, over bijzondere gaven te [...]

    By Published On: 24/08/2026