De Pancreas of alvleesklier
De functie van de pancreas
De pancreas speelt inderdaad een cruciale rol bij de spijsvertering en het handhaven van de bloedsuikerspiegel in het lichaam. Door hormonen zoals gastrine, insuline en glucagon te produceren, reguleert het verschillende processen die essentieel zijn voor een goede gezondheid.

Gastrine stimuleert de productie van maagsappen en enzymen, terwijl insuline ervoor zorgt dat het lichaam glucose, eiwitten en vetten als brandstof kan gebruiken en de bloedsuikerspiegel stabiel blijft. Glucagon komt in actie wanneer het lichaam meer glucose nodig heeft, door het omzetten van opgeslagen glycogeen in bruikbare glucose voor de weefsels.
Glucagon en insuline zijn hormonen die instaan bij de regulatie van de bloedsuikerspiegel. De weefsels van de maagwand nemen reeds de glucose op om af te geven aan het bloed. Dat zijn voornamelijk de korte suikers. Lange suikers zoals zetmelen moeten nog een verdere vertering ondergaan in de twaalfvingerige darm, zodanig dat deze koolhydraten door de weefsels van de darmwand kunnen worden opgenomen.
Middellange suikers, meestal oplosbare vezels, zijn een voedingsbodem zijn voor de darmflora en bevorderen de darmtransit.
Daarnaast produceert de pancreas spijsverteringsenzymen zoals trypsine, die essentieel zijn voor de vertering van eiwitten in de dunne darm. Deze enzymen moeten worden geactiveerd door gal, die afkomstig is van de lever en wordt opgeslagen in de galblaas. Gal wordt vrijgegeven tijdens het eten en activeert de spijsverteringsenzymen voordat ze hun werk kunnen doen in de twaalfvingerige darm.
Een goede spijsvertering is van cruciaal belang voor het lichaam om alle voedingsstoffen uit voedsel te halen en optimaal te functioneren. Het is dus belangrijk om aandacht te besteden aan onze spijsverteringsgezondheid door gezonde voedingskeuzes te maken en een evenwichtige levensstijl te handhaven.
Via de Sfincter van Oddi komt de gal eerst in contact met de spijsverteringsenzymen uit de pancreas. Op deze wijze zal de gal de spijsverteringsenzymen eerst activeren voordat ze in de twaalfvingerige darm terechtkomen om zowel eiwitten, suikers als vetten verder te verteren.
Het is belangrijk dat ons voedsel die we dagelijks eten volledig verteert in de maag en de twaalfvingerige darm, alvorens in de dunne darm terecht te komen waar de opname van voedingstoffen start.
Daarnaast speelt de pancreas een voorname rol bij de dagelijkse ontgifting en zuivering van ons lichaam, een gegeven dat door velen onder ons echt onderschat wordt. De pancreas is even belangrijk als de lever als het gaat om het lichaam ‘proper’ te houden.

De eilandjes van Langerhans
De alvleesklier bevindt zich achter de maag, tegen de achterwand van de buikholte, tussen de twaalfvingerige darm aan de rechterkant en de milt aan de linkerkant. Belangrijke hormonen voor de suikerstofwisseling, zoals insuline en glucagon, worden geproduceerd in de eilandjes van Langerhans, kleine groepen klierweefsel die uit drie soorten weefsels bestaan.
Ongeveer 20 à 30% van deze weefsels zijn alfaweefsels, die glucagon produceren, terwijl 60 à 80% bètaweefsels zijn, die insuline produceren. De overige 10% bestaat uit deltaweefsels, die samen met de alfaweefsels het hormoon gastrine produceren.
Gastrine stimuleert de afscheiding van maagzuur door de maagklieren in het bovenste deel (grote kromming) van de maag. De eilandjes van Langerhans hebben de vorm van besachtige structuren die acini worden genoemd. Tussen de hormoonproducerende weefsels worden spijsverteringsenzymen geproduceerd – pro-enzymen die nog niet actief zijn om de pancreas zelf te beschermen tegen autodigestie.
Geproduceerde hormonen worden afgegeven aan de bloedbaan (endocrien systeem), terwijl de spijsverteringsenzymen worden afgevoerd naar de midden afvoerbuis van de pancreas om daar exocrien te worden afgescheiden in de twaalfvingerige darm voor de spijsvertering.
De werking van insuline en glucagon
Alle lichaamsweefsels hebben glucose nodig om optimaal te functioneren en de energievoorziening te garanderen, vooral het zenuwweefsel. Wanneer glucose afkomstig is van suikers en zetmelen in zongerijpte gewassen, die rijk zijn aan zonne-energie en gebonden zijn aan voedende mantelstoffen, kan de lever onder invloed van insuline deze glucose opslaan in de vorm van glycogeen, een lange keten van lichaamssuiker.
Geraffineerde suikers en zetmelen kunnen echter niet worden omgezet in glycogeen, waardoor ze een bijdrage leveren aan het ontstaan van insulineresistentie en diabetes.
Glycogeen is een verteerbare vertakte suikerketen die dienst doet als reservesuiker in het lichaam. Deze reserve wordt aangesproken op momenten van onvoldoende suikertoevoer. Direct na de maaltijd, wanneer de glucose-aanvoer het hoogst is, is ook de productie van insuline hoog. Dit geldt ook voor eiwitten: hoe meer dierlijke eiwitten worden geconsumeerd, hoe meer de alvleesklier gedwongen wordt grote hoeveelheden insuline te produceren.
Insuline speelt een cruciale rol bij de eiwitsynthese in het lichaam. Daarom kan overmatige consumptie van vlees een bijdrage leveren aan het ontstaan van insulineresistentie en diabetes, met name na een biologische schok zoals angst- en walgingsconflicten die aan diabetes ten grondslag kunnen liggen.
Wanneer er gedurende langere tijd niet wordt gegeten, daalt het bloedsuikergehalte en treedt het hormoon glucagon in werking. Dit hormoon zal de opgeslagen lichaamssuiker of glycogeen in de lever en de spieren omzetten in voedende glucose. Deze glucose wordt vervolgens afgegeven aan de bloedbaan om de glucosespiegel in balans te houden.
Op deze manier wordt gezorgd voor een evenwichtige toevoer van suiker naar de lichaamsweefsels, die het vervolgens kunnen omzetten in energie. De mitochondriën en hun citroenzuurcyclus spelen hierbij een belangrijke rol. Dit samenspel van insuline en glucagon voorkomt grote schommelingen in de bloedsuikerwaarden.
In extreme gevallen heeft het menselijk lichaam een noodoplossing om te voorkomen dat de bloedsuikerspiegel te laag wordt bij gebrek aan glucose. De bijnieren gaan dan extra corticosteroïden produceren, en deze hormonen zijn in staat om glucose te vormen uit eiwitten. Dit proces staat bekend als gluconeogenese.
Het ontstaan van problemen met de stofwisseling
Glucose dient als brandstof voor verschillende energieverbruikende processen en de stofwisseling. Vooral het zenuwweefsel heeft hoogwaardige suikers nodig uit volwaardige, rijpe voeding om goed te kunnen functioneren. Geraffineerde suikers hebben daarentegen geen voedingswaarde en produceren direct schadelijke bijproducten in het lichaam.
Het weefsel kan glucose, evenals eiwitten en vetten, opnemen onder invloed van insuline. Insuline fungeert als signaal naar het weefsels om de receptoren (deurtjes) te openen, waardoor glucose en andere voedingsstoffen kunnen worden opgenomen.
Een goede balans tussen energieopname en energieverbruik is daarom cruciaal. Als het aanbod van energie (voedsel) langdurig de vraag overstijgt, kan er te veel glucose en andere voedingsstoffen in het weefsel terechtkomen. Het overtollige glucose en andere voedingsstoffen die niet volledig kunnen worden benut door het weefsel, leiden tot ophoping van slecht verteerd tussen- en eindproducten.
De opstapeling van glucose en andere restproducten zorgt ervoor dat de concentratie van moleculen binnen het weefsel sterk toeneemt. Dit activeert het natuurlijke proces genaamd osmose. Osmose verwijst naar het verschijnsel waarbij water het weefsel binnenkomt vanuit de omringende vloeistof, waar de concentratie opgeloste stoffen het hoogst is, om zo de concentratie opgeloste stoffen binnen en buiten het weefsel gelijk te maken.
Als gevolg van deze wateropname, die soms wordt versterkt door het drinken van meer dan twee liter water per dag zonder dorst te hebben (vaak gepromoot als een gezonde gewoonte), zwellen de weefsels in het lichaam op en functioneren ze minder efficiënt. Gezwollen weefsels kunnen insulineresistentie ontwikkelen om te voorkomen dat er nog meer voedingsstoffen worden opgenomen, waardoor ze minder of geen glucose meer opnemen.
Het overmatig drinken van water zonder dorst kan leiden tot een directe ophoping van opgeloste stoffen in weefsel, omdat osmose voorkomt dat deze stoffen naar buiten kunnen. Dezelfde kracht van osmose zorgt er ook voor dat de weefsels geen voedingsstoffen meer opneemt, maar alleen water om de concentratie van opgeloste stoffen binnen en buiten de weefsels gelijk te maken.
Als gevolg hiervan wordt glucose in het bloed niet meer opgenomen door de lichaamsweefsels, wat leidt tot een stijging van de suikerspiegel in het bloed. De alvleesklier reageert hierop door meer insuline te produceren, waardoor de insulinespiegel in het bloed ook stijgt. Hoge concentraties insuline kunnen echter giftig zijn, wat resulteert in een situatie waarin steeds meer weefsels hun insulinereceptoren sluiten. Dit leidt tot stofwisselingsproblemen.
Insulineresistentie wordt verder verergerd door een overdaad aan dierlijke eiwitten en geraffineerde suikers die niet kunnen worden omgezet in glycogeen. Hierdoor proberen lichaamsweefsels zich te beschermen tegen de zure en irriterende werking van geraffineerde suiker door hun insulinereceptoren af te sluiten.
Dit wordt versterkt door de natuurwet van osmose. Daarnaast spelen geraffineerde oliën en geharde vetten ook een rol; deze industriële vetten kunnen niet goed worden verteerd in het lichaam en kunnen de receptoren en membranen van het weefsel verstoppen.
Het lichaam reageert meestal met overgewicht. Na verloop van tijd raken de weefsels van de alvleesklier en andere lichaamsweefsels beschadigd, waardoor ze steeds minder goed gaan functioneren. In latere stadia produceren de beschadigde alvleesklierweefsels te weinig of helemaal geen insuline meer, wat het begin kan zijn van diabetes, hart- en vaatziekten en kanker.
Het wordt steeds belangrijker dat we inzien dat al onze chronische aandoeningen een gemeenschappelijke oorzaak hebben.
Natuurlijk zijn er vele factoren die bijdragen aan de verergering van aandoeningen. De causale oorzaak van deze aandoeningen zijn echter biologische schokken, conflicten en trauma’s die het metabolisme van het lichaam ernstig verstoren. Zie de pijler Germaanse geneeskunde en ziekten.
De ontgiftende werking van de pancreas
Ja, het is fascinerend hoe ons lichaam verschillende processen coördineert om de gezondheid te behouden. De pancreasenzymen spelen inderdaad een cruciale rol bij het afbreken van toxines en afvalstoffen in het bloed. Bij een goed werkende spijsvertering worden pancreasenzymen ook opgenomen.
Het evenwicht tussen enzymen, hormonen en andere stoffen in het bloed wordt nauwlettend in de gaten gehouden door de nieren en de hypothalamus, om ervoor te zorgen dat alle processen in het lichaam goed blijven functioneren.
Nieren werken samen met de dikke darm dat ook verantwoordelijk is voor de waterhuishouding in het lichaam. Teveel drinken putten de nieren uit en gaat de wet van OSMOSE versterken met alle gevolgen van dien.
Het is interessant om te weten dat pancreasenzymen ook betrokken zijn bij het reguleren van stamcellen in beschadigd lichaamsweefsel. Dit benadrukt nogmaals het belang van een gezonde spijsvertering en enzymatische activiteit voor het algehele welzijn van het lichaam. Pancreasenzymen werken samen met het lichaamseigen interferon. Daarom is het belangrijk dat een kind koorts kan krijgen bij kinderziekten om deze stof te kunnen aanmaken, samen met interleukine 1 en 2 zijn dit de beste medicijnen voor een goed herstel.
Gerelateerde Publicaties



