Eczeem

Eczeem is een overkoepelende term voor uiteenlopende huidaandoeningen waarbij de huid droog, jeukend, rood of geïrriteerd kan aanvoelen. Het gaat dus niet om één enkele aandoening, maar om verschillende uitingsvormen van eenzelfde dynamiek. Veel voorkomende varianten zijn contacteczeem, dyshidrose (dyshidrotisch eczeem) en discoid eczeem.
Dyshidrose / Dyshidrotisch eczeem
- Dyshidrosis komt uit het Grieks: dys- = slecht, moeilijk + hidros = zweet.
- Oorspronkelijk dacht men dat dit type eczeem te maken had met een stoornis in de zweetklieren van de handpalmen en voetzolen. Vandaar de naam.
- Klinisch kenmerkt het zich door kleine, met vocht gevulde blaasjes (vesikels) op handpalmen, vingers of voetzolen. Deze kunnen hevig jeuken en later indrogen of barsten.
- Tegenwoordig weet men dat het niet werkelijk een zweetstoornis is, maar de naam is blijven bestaan.
Discoid eczema (ook: Nummulair eczeem)
- Het woord discoid betekent “schijfvormig” of “rond als een munt” (discus = schijf).
- Dit eczeem presenteert zich als ronde of ovale plekken (plaques) op de huid, vaak scherp begrensd, rood, schilferend en jeukend.
- Omdat de plekken op muntstukken lijken, spreekt men ook van nummulair eczeem (nummus = munt).
- Het komt vaak voor op de armen, benen of romp en kan chronisch terugkerend zijn omdat men op een spoor trapt. (allergisch eczeem).
Functie van de opperhuid
De opperhuid (epidermis) vormt de beschermende bedekking van de onderliggende lederhuid (dermis of corium). Zij speelt een belangrijke rol in de zintuiglijke waarneming, zoals aanraking, druk en temperatuur.
Het grootste deel van de cellen in de opperhuid zijn keratinocyten (keratinevormende cellen). Deze ontstaan in de diepste laag van de opperhuid, het stratum basale, waar zich ook pigmentcellen (melanocyten) bevinden. Hoewel melanocyten in mindere mate in de epidermis aanwezig zijn, komt het grootste deel ervan voor in de lederhuid.
Vanuit het stratum basale bewegen de keratinocyten langzaam omhoog door de stekelcellenlaag (stratum spinosum) en de korrellaag (stratum granulosum) tot ze de hoornlaag (stratum corneum) bereiken. Aan het huidoppervlak sterven de cellen af en laten ze los, terwijl nieuwe cellen van onderuit voortdurend worden aangevoerd.
Keratine is het belangrijkste bestanddeel van deze cellen en vormt eveneens de bouwstof van haren en nagels. Histologisch bestaat de opperhuid uit verhoornd plaveiselepitheel. Ontwikkelingsmatig is zij afkomstig uit het ectoderm en staat daardoor onder aansturing van de hersenschors.
De opperhuid staat onder controle van de sensorische cortex, een deel van de hersenschors. Daarbij geldt een kruislings verband: de huid van de rechter lichaamshelft wordt aangestuurd vanuit de linker sensorische cortex, terwijl de huid van de linker lichaamshelft wordt aangestuurd vanuit de rechter hemisfeer. Dit principe wordt duidelijk weergegeven in de GNM-diagrammen van de sensorische homunculus, waar de relatie tussen hersengebieden en lichaamsoppervlak zichtbaar wordt.

Het biologische conflict van de opperhuid
Het conflict dat verbonden is met de opperhuid (epidermis) is een scheidingsconflict – ervaren als het verlies van fysiek contact. Dit kan zowel betrekking hebben op het verlangen naar nabijheid als op de wens juist van iemand of iets gescheiden te zijn.
Bij pasgeborenen en kinderen:
- Direct na de geboorte kan een baby het conflict lijden wanneer hij van de moeder wordt gescheiden, bijvoorbeeld door plaatsing in een couveuse of bij adoptie.
- Een scheidingsconflict kan zelfs al in de baarmoeder optreden, bijvoorbeeld tijdens een echografie: het ultrasone geluid overstemt de hartslag van de moeder, wat voor de foetus traumatisch is. Elke echo kan het conflict opnieuw triggeren (zie ook Syndroom van Down).
- Voor een baby is de moeder de belangrijkste hechtingsfiguur. Haar aanwezigheid beschermt het kind tegen conflictschokken. Wanneer een DHS plaatsvindt terwijl de moeder afwezig is, ervaart het kind vaak een scheidings- of schrikangst-/territoriumangst-conflict.
- Kinderen lijden een scheidingsconflict bij: uitgescholden, gestraft of misbruikt worden, de geboorte van een broertje of zusje dat meer aandacht krijgt, echtscheiding van de ouders, het niet mogen zien van vriendjes, het kwijtraken van een knuffel, teddybeer, huisdier of ander geliefd object, het terugkeren van de moeder naar werk of opvangsituaties (kinderopvang, school, oppas).
Bij volwassenen en ouderen:
- Jongvolwassenen of volwassenen kunnen een scheidingsconflict ervaren bij een dreiging van relatieverlies, een moeilijke lange-afstands- of weekendrelatie, of de angst dat een geliefde kan weggaan of sterven.
- Afgewezen of buitengesloten worden, bijvoorbeeld door een meningsverschil, kan eveneens het conflict oproepen.
- Ouderen lijden vaak een scheidingsconflict wanneer zij gescheiden worden van hun “roedel”: opname in een verpleeghuis of het verlies van een partner.
Bij dieren:
Ook dieren beleven scheidingsconflicten, bijvoorbeeld wanneer hun baasje vertrekt, overlijdt of hen in een kennel achterlaat.
De “andere kant” van scheiding:
Het conflict kan eveneens slaan op het gescheiden wíllen zijn van iemand of iets, maar dat niet kunnen (letterlijk of figuurlijk), zoals bij: een bemoeizuchtige ouder, echtgenoot of leraar, een dominante baas of collega, een opdringerige schoolvriend.
Dit komt overeen met een aanrakingsconflict waarbij men niet aangeraakt wil worden (vergelijk met de myelineschede).
Voorwerpen en huidcontact:
Een scheidingsconflict kan ook betrekking hebben op iets dat dicht bij de huid aanwezig is:
- kleding, schoenen, strakke kousen, natte luiers of nat beddengoed
- gezichtsmasker, zuurstofmasker, helm of hoed.
Ook het niet langer kunnen aanraken van iets dierbaars kan een scheidingsconflict zijn:
- een muziekinstrument, toetsenbord, tennisracket, golfclub of stuur
- een verlovingsring of een geliefd kussen.
Opmerking: het verlies van een huis of woonplaats is geen scheidingsconflict (dat betreft niet de huid), maar een territoriumverlies-conflict.
Het zinvol biologisch speciaalprogramma van de opperhuid volgt het buitenste huid sensibiliteit schema. met hypesthesie in de conflictactieve fase en de Epileptoïde Crisis en hyperesthesie in de helingsfase.
De conflictactieve fase
Tijdens de conflictactieve fase ontstaan er in de opperhuid kleine ulceraties (weefselafnames) precies op de plek die met de scheiding in verband staat. Deze micro-ulceraties zijn met het blote oog meestal niet zichtbaar.
Wanneer het conflict echter langer aanhoudt, worden de volgende verschijnselen merkbaar:
- de huid wordt droog, ruw, schilferig, bleek en koud (door verminderde doorbloeding)
- bij voortschrijdend weefselverlies ontstaan huidkloven (fissuren), die kunnen bloeden (bv. mondhoekeczeem)
- bij intens en langdurig conflict kunnen de scheurvormige ulceraties uitgroeien tot open wonden in het aangetaste gebied.
Omdat epidermale cellen verdwijnen, vermindert ook de gevoeligheid van de huid. Dit kan zich uiten als:
- hypesthesie (verminderd gevoel, vergelijkbaar met het botvlies)
- bij zeer ernstige scheidingsconflicten zelfs als sensorische verlamming (volledig gevoelloos).
Een typisch symptoom tijdens de conflictactieve fase is kortetermijngeheugenverlies. Dit dient biologisch als een tijdelijke bescherming: het “vergeten” van degene die van de huid werd gerukt, door het geheugen te blokkeren.
- In de dierenwereld zien we dit bij moederkatten die hun te vroeg weggenomen kittens niet meer herkennen.
- Bij mensen reikt dit geheugenverlies vaak tot in de eerste helingsfase (PCL-A).
Bij kinderen kan dit zich uiten als leermoeilijkheden en aandachtsproblemen (wat in de reguliere geneeskunde wordt aangeduid als Attention Deficit Disorder, ADD).
Bij volwassenen kunnen langdurige en intensieve scheidingsconflicten bijdragen aan de ontwikkeling van dementie.
De genezingsfase
In de eerste helingsfase (PCL-A) wordt het zwerende huidgebied hersteld door de aanmaak van nieuwe cellen. Daarbij treden typische helingssymptomen op: zwelling en roodheid, warmte en ontstekingsreactie, jeuk en verhoogde gevoeligheid bij aanraking (hyperesthesie), kleine, met vocht gevulde blaren (oedeemvorming).
Tijdens de Epileptoïde Crisis (het biologische keerpunt) bereikt de genezingsreactie haar hoogtepunt.
In de tweede helingsfase (PCL-B) drogen de blaren op, de zwelling neemt af en de huid herstelt zich tot de normale toestand, mits er geen terugval in het conflict plaatsvindt.
Opmerking: Alle Epileptoïde Crises die worden aangestuurd vanuit de sensorische, post-sensorische of pre-motorisch sensorische cortex gaan gepaard met een ontregelde bloedcirculatie, duizeligheid, korte bewustzijnsstoornissen of een volledig bewustzijnsverlies (flauwvallen of “absence”), afhankelijk van de intensiteit van het conflict. Een ander kenmerkend symptoom is een lage bloedsuikerspiegel, die wordt veroorzaakt door het overmatige gebruik van glucose door de hersencellen.
De locatie van de huiduitslag
De plaats waar huiduitslag verschijnt, geeft aanwijzingen over de aard van het scheidingsconflict:
- Ongewenste scheiding:
– Bijvoorbeeld het niet kunnen of mogen omhelzen of vasthouden van een geliefd persoon of huisdier.
– Uitslag verschijnt dan meestal aan de binnenkant van de armen, handen, vingers of benen. - Gescheiden willen zijn:
– Wanneer men juist van iemand af wil, maar dit niet kan.
– Dit uit zich doorgaans aan de buitenkant van de armen, ellebogen, handen, benen, knieën, scheenbenen of enkels – lichaamsdelen die figuurlijk worden gebruikt om iemand weg te duwen of te schoppen. - Andere lichaamsgebieden:
– Hoofdhuid of gezicht: scheiding die met zien of herkennen te maken heeft.
– Borst en buik: conflict rondom nabijheid, veiligheid of voeding.
– Uitwendige geslachtsorganen: conflicten rond intimiteit en seksualiteit.
– Tenen en voeten: “niet willen of kunnen blijven” of juist “niet willen weggaan” van een bepaalde plaats.
– Rug: gevoel van de rug toegekeerd krijgen, zich afgewezen of buitengesloten voelen. - Gegeneraliseerde uitslag (exantheem):
– Betekent een algemeen scheidingsconflict dat de persoon als geheel raakt.
Of een uitslag aan de linker- of rechterzijde verschijnt, wordt bepaald door de handigheid (rechts- of linkshandig) en of het conflict moeder/kind- of partnergerelateerd is.
Terugkerende en chronische huiduitslag
Wanneer de uitslag steeds terugkomt, is er sprake van herhaalde terugval in het conflict, vaak door een conflictspoor dat werd gelegd bij het eerste scheidingsmoment. Bij een hangende genezing blijft de huidconditie bestaan totdat alle sporen zijn opgelost.
Het SYNDROOM (een gelijktijdig actief verlatings- of bestaansconflict) versterkt de huidreacties en kan de uitslag verergeren.
Wanneer huiduitslag steeds opnieuw optreedt, is dit vaak het gevolg van het trappen op een conflictspoor (vergelijkbaar met wat in de reguliere geneeskunde allergieën wordt genoemd).
Contacteczeem / allergische contactdermatitis: Uitslag op de handen of vingers.
Het conflictspoor wordt geactiveerd door een bepaalde stof of aanraking, zoals: een specifieke vrucht of groente, een sieraad (ring, ketting), een verzorgingsproduct of parfum
dierlijke haren (huisdier).
- Warmte-uitslag / polymorfe lichtuitbarsting. Wordt veroorzaakt door een zon-spoor dat gekoppeld is aan een scheidingsconflict.
Dyshidrose (dyshidrotisch eczeem) Zie foto hieronder.
– Gekenmerkt door kleine, met vocht gevulde blaasjes.
– Komt voor op de handpalmen, vingerzijden, tenen of voetzolen.
– Geeft vaak intense jeuk en kan door terugvallen chronisch worden.

Topische corticosteroïden (zie cortisonen), die bij inflammatoire huidaandoeningen worden gebruikt, onderbreken de helingsfase. Dit is de reden waarom de uitslag, kort nadat de toediening wordt stopgezet, weer terugkeert.
Natuurlijke ondersteuning bij eczeem
Rust en ontspanning
Stress en emotionele spanning voeden terugvallen in het conflict. Ontspanning, meditatie en lichaamswerk (bv. zachte yoga, ademhalingsoefeningen) helpen het zenuwstelsel tot rust te brengen.
Huidverzorging
- Houd de huid gehydrateerd met natuurlijke oliën (kokosolie, jojoba, amandelolie).
- Vermijd agressieve zepen en parfums; gebruik zachte, ongeparfumeerde reinigers.
- Een havermout- of kamillebad kalmeert jeuk en roodheid.
Warmte en kou
- Vermijd oververhitting, zweten of overmatige zonblootstelling (dit kan als spoor werken).
- Koude kompressen of aloë vera-gel geven vaak directe verlichting bij jeuk.
Voeding
- Eet eenvoudig en onbewerkt; beperk suiker en industrieel bewerkte producten.
- Voeg omega-3 vetzuren toe (lijnzaad, walnoten, vette vis) ter ondersteuning van huidherstel.
- Kruidentheeën zoals brandnetel, paardenbloem of kamille werken zacht ontlastend en kalmerend.
Natuurlijke middelen
- Calendula- of goudsbloemzalf ondersteunt bij roodheid en kloofjes.
- Sheaboter of bijenwascrème beschermt een droge, ruwe huid.
- Tea tree olie (verdund!) kan ontsmettend werken bij open plekjes, mits goed verdragen.
Spiegeling in de omgeving
Let op conflictsporen (bv. bepaalde geuren, sieraden, verzorgingsproducten, voeding). Door deze triggers te vermijden krijgt de huid meer rust om te genezen.
GNM-inzicht: Deze natuurlijke maatregelen zijn enkel ondersteunend. Werkelijke heling ontstaat wanneer het onderliggende scheidingsconflict wordt herkend en opgelost. Eczeem is in die zin een zichtbaar teken van een biologisch zinvol proces, dat de huid herstelt nadat het conflict doorleefd of opgelost is.
Met dank aan: Caroline Markolin, PH.D. https: //LearningGNM.com
Arjen Lievers https://www.germaansegeneeskunde.nl/index_ziekten_gnm/
Dr. Geerd Ryke Hamer
Gerelateerde Publicaties



