Hepatitis en geelzucht

Ontwikkeling en functie van de galwegen

De galwegen vertakken zich in de lever als een fijn, boomachtig netwerk. De ductus hepaticus (grote leverkanaal) voegt zich samen met de ductus cysticus (de afvoergang van de galblaas) en vormt zo de ductus choledochus (grote galweg). Deze mondt eerst uit in de alvleeskliergang, waarna het geheel samen de twaalfvingerige darm bereikt, het eerste deel van de dunne darm.

De lever produceert gal, die tijdelijk wordt opgeslagen in de galblaas. Vandaar stroomt de gal naar de pancreas en de darm, waar zij een onmisbare rol speelt bij de vertering, vooral van vetten. Daarnaast helpt gal het lichaam om afvalstoffen uit te scheiden die door de lever uit het bloed gefilterd zijn.

De binnenzijde van de galwegen is bekleed met plaveiselepitheel. Dit weefsel is afkomstig van het ectoderm, en staat daarom onder aansturing van de hersenschors.

Oorsprong van de term ‘hepatitis’

Het woord hepatitis is samengesteld uit twee Griekse woorden: hēpar (ἧπαρ) wat ‘lever’ betekent, en -itis (-ῖτις) dat verwijst naar ‘ontsteking’. Letterlijk betekent hepatitis dus ‘ontsteking van de lever’.

Hersen­niveau

De epitheelbekleding van de galwegen wordt aangestuurd vanuit de rechter temporale kwab, meer bepaald uit een gebied van de post-sensorische cortex. Het controlecentrum ligt precies tegenover het hersenrelais van het oppervlakkige rectumslijmvlies.

Opmerkelijk is dat de galwegen, galblaas, maag (kleine kromming), maagpoort, Bulbus duodeni en alvleeskliergangen hetzelfde hersenrelais delen. Daarmee hebben zij ook hetzelfde biologische conflict. Welke van deze organen door een DHS of Dirk Hamer syndroom wordt beïnvloed, is in wezen willekeurig. Dit is de inslag van het trauma of de schok dat zich tegelijkertijd in zowel de psyche, hersenen als organen en weefsels manifesteert. Een intens conflict kan zelfs meerdere van deze organen gelijktijdig raken.

Biologisch conflict

Het biologisch conflict dat verband houdt met de galwegen is een mannelijk territoriumergernisconflict (gevecht in het territorium) of vrouwelijk identiteitsconflict (waar hoor ik thuis) afhankelijk van iemands geslacht, handigheid en hormoonstatus.

Een territoriumergernis heeft betrekking op een frustratie of voortdurende irritatie binnen de omgeving die men als zijn of haar domein ervaart. Dit kan letterlijk het huis, de werkplek, tuin of parkeerplaats zijn, of figuurlijk derelatie, positie of rol. Je ergert je groen en geel, en bent geïrriteerd of geprovoceerd.

Een man van 45 krijgt voortdurend ruzie met zijn buurman over een stuk grond waar de erfgrens niet duidelijk is. Elke keer als de buurman zijn vuilnisbak op “zijn” terrein zet, voelt de man een prikkelende ergernis rond zijn territorium. Het conflict draait niet zozeer om de vuilnisbak zelf, maar om het gevoel: “Hij dringt mijn domein binnen, dit is míjn plek!” Dit onopgeloste conflict kan effect hebben op het hersenrelais van de galwegen.

Andere typische voorbeelden zijn een aanhoudend geschil op de werkvloer, irritante geluiden van buren, ruzies op school of op de speelplaats, een gevecht om een parkeerplaats, oorlogen of politieke spanningen in het grotere territorium of de wereld.

Bij een identiteitsconflict gaat het om de vraag: “Waar hoor ik thuis? Wie ben ik? Wat is mijn plaats?” Het is een innerlijke strijd om erbij te horen, erkend te worden, of een duidelijke rol te hebben.

Een vrouw van 38 leeft al jaren samen met haar partner, maar hij weigert om te trouwen of zich officieel te verbinden. Wanneer er op een familiefeest een stamboom wordt getoond en zij daar niet op vermeld staat, voelt zij zich diep geraakt. Haar plaats als partner en als vrouw wordt niet erkend. Dit gevoel van “Ik hoor er niet bij” of “Ik heb geen vaste plek” raakt haar identiteit, wat het corresponderende hersenrelais en dus de galwegen kan inschakelen.

Andere typische voorbeelden zijn een kind dat van school moet wisselen en zich niet kan aanpassen aan de nieuwe klas, een werknemer die zich overbodig voelt op de werkvloer, een weduwe die zich verloren voelt zonder de rol van echtgenote, een jongere die zich afvraagt of hij/zij bij de familie of gemeenschap past.

Conflictactieve fase

Tijdens de conflictactieve fase (CA) ontstaan ulcera (zweren) in het plaveiselepitheel van de intra- en extrahepatische galwegen en de galblaas.

Het biologisch speciaalprogramma van de galwegen volgt het strot-slijmvliessensibiliteitsschema met hyperesthesie (overgevoeligheid/pijn) in de conflictactieve fase en tijdens de Epileptoïde crisis. En met hypesthesie (gevoelloosheid) in de helingsfase.

Dit resulteert in milde tot ernstige pijn, afhankelijk van de intensiteit van het conflict. De ontwikkeling van ulcera op de bekleding van de galwegen, is evenredig met de duur en hevigheid van de conflictactiviteit.

Biologisch doel

Het weefselverlies dient om het lumen van de galgangen te verwijden. Hierdoor kan gal gemakkelijker doorstromen naar de darm, wat de spijsvertering en vetverwerking bevordert. Dit geeft het organisme meer energie en kracht om het conflict op te lossen.

Afhankelijk van de intensiteit van het territoriumergernis- of identiteitsconflict kunnen één of meerdere galgangen betrokken zijn.


De helingsfase (PCL-A en PCL-B)

Na de conflictactieve fase begint de helingsfase. Tijdens het eerste deel (PCL-A) wordt het eerdere weefselverlies in de galwegen en de galblaas gecompenseerd door weefselvermeerdering. In de conventionele geneeskunde wordt dit vaak ten onrechte gediagnosticeerd als leverkanker (in tegenstelling tot leverkanker van het leverparenchym). Vanuit de Vijf biologische wetten is deze celtoename echter geen kwaadaardige woekering, maar een herstelproces waarbij de epitheelbekleding wordt aangevuld.

Symptomen in de helingsfase

  • Zwelling door oedeem (vochtophoping), met drukpijn die de hele helingsfase kan aanhouden. Deze pijn in de PCL-A en PCL-B is niet sensorisch van aard.
  • Buikpijn, die verergert bij gelijktijdige waterretentie door het Syndroom (actief verlatings- of bestaansconflict). Het is belangrijk om dit conflict eerst op te lossen.
  • Galwegobstructie door zwelling, waardoor geelzucht (icterus) kan ontstaan. Dit uit zich in een gele huid, gele sclera (gelig wit van het oog), donkere urine en lichtgekleurde ontlasting (door tekort aan bilirubine).

Geelzucht bij pasgeborenen wordt in de reguliere geneeskunde verklaard als een “onrijpe lever”. Als dit echter correct was, waarom wordt dan niet elke baby geboren met geelzucht? Vanuit GNM is dit het gevolg van een territoriumergernisconflict dat al intra-uterien of rond de geboorte is opgelopen, bijvoorbeeld door stress tijdens de bevalling of een conflict namens de moeder. Een foetus kan ook lijden aan een territoriumergernisconflict met of namens de moeder. Stress in de verloskamer, een zware bevalling of de manier waarop de pasgeborene wordt behandeld bij de geboorte kan een territoriumergernisconflict oproepen. Wanneer de baby zich weer veilig voelt, treedt de helingsfase in en ontstaat geelzucht.

Hepatitis ontstaat wanneer dit genezingsproces gepaard gaat met ontstekingsreacties.

  • Acute hepatitis: een genezingsfase die opnieuw wordt opgeroepen door een spoor dat werd ingesteld toen het oorspronkelijke territoriumergernisconflict plaatsvond.
  • Chronische hepatitis: een hangende genezing door voortdurende conflictrecidieven.
  • Icterische hepatitis: geelzucht bij een blokkade van meerdere galwegen of de ductus hepaticus.

De conventionele geneeskunde beweert dat hepatitis wordt veroorzaakt door hepatitisvirussen (A, B, C, D, E). Maar zoals aangetoond in de publicatie van Torsten Engelbrecht en Claus Köhnlein is het nog nooit iemand gelukt om een overeenkomstige virusstructuur in het bloedserum van zogenaamde hepatitis C-patiënten te detecteren. Net als bij HIV is het isoleren van het virus nodig voor een duidelijke identificatie, wat nog nooit is gelukt (zie p.155). Kort gezegd is geen van de vermeende hepatitisvirussen, of welk virus dan ook, ooit wetenschappelijk geverifieerd (details worden gepresenteerd in “Virus Mania GNM DVD”). Dit stelt serieuze vraagtekens bij de rechtvaardiging van de vaccinatie van pasgeborenen en het opleggen van immunisatie aan reizigers, die van nature hepatitis ontwikkelen nadat ze hun territoriumergernisconflict hebben opgelost, wanneer ze weg zijn van de ergernisomgeving.

Epileptoïde crisis

Halverwege de helingsfase vindt de Epileptoïde crisis plaats. Bij hepatitis presenteert die zich als:

  • acute, scherpe pijn en krampen (leverkoliek),
  • absence of kort bewustzijnsverlies (soms verkeerd benoemd als levercoma),
  • ernstige hypoglykemie door verhoogd glucoseverbruik van hersencellen en verminderde glucagonafgifte van de eilandcellen.

Een gevaarlijke ondersuikering kan levensbedreigend zijn en verklaart waarom patiënten met geelzucht en extreem lage bloedsuikerwaarden vroeger vaak verloren werden geacht.

Kenmerkend is dat de Epi meestal optreedt wanneer leverwaarden zoals Gamma-GT, alkalische fosfatase en bilirubine opnieuw beginnen te dalen. Dit markeert het kritieke omslagpunt van de genezing.

Na de Epi gaat het proces verder in PCL-B: het oedeem neemt af, de zwelling verdwijnt, de galwegen openen zich opnieuw en de orgaanfunctie normaliseert.

Complicaties en chronische trajecten

Hepatitis in combinatie met het Syndroom, dat wil zeggen met waterretentie als gevolg van een actief verlatingsconflict of bestaansconflict waarbij de nierverzamelbuizen betrokken zijn, veroorzaakt een vergroting van de lever (hepatomegalie) met acute pijn veroorzaakt door de spanning van het leverkapsel en een sterke stijging van de leverwaarden. Vaak is het omringende dwarsgestreept spierweefsel betrokken wanneer we een epileptoïde (sensorische pijn + absence) en epileptische (motorisch, tonisch en/of clonische spasmen) crisis hebben met Galkolieken, vooral in de grote galbuis (ductus choledochus).

Door overmatig vocht vast te houden kan een kritieke situatie ontstaan, omdat het extra vocht ook wordt opgeslagen in het hersenoedeem dat zich parallel aan het oedeem op het helende orgaan ontwikkelt. Vanwege de grote hersendruk kan een persoon in (lever)coma raken en sterven.

Levercirrose is het gevolg van een voortdurende terugval in de territoriumergernisconflicten. Als gevolg van de steeds terugkerende herstelprocessen in de galwegen wordt de plaveiselepitheellaag geleidelijk vervangen door littekenweefsel (in PCL-B). In de loop van de tijd brengt dit de functie van de lever ernstig in gevaar. Dus zonder het onderliggende conflict aan te pakken, kan deze toestand fataal worden. Ongeveer 50% van de patiënten met levercirrose ontwikkelt ook ascites of een waterbuik. Volgens de conventionele geneeskunde wordt de vloeistof in de buik veroorzaakt door een hoge bloeddruk in de poortader van de lever (dezelfde theorie wordt toegepast op slokdarmspataderen). Als deze theorie geldig is, waarom komt cirrotische ascites dan niet in 100% van de gevallen voor? Gebaseerd op de kennis van GNM houdt het vocht in de buikholte in dat de persoon tegelijkertijd een territoriumergernisconflict en een verlatingsconflict of bestaansconflict doormaakt. Een bestaansconflict kan ook worden veroorzaakt door de diagnoseschok, aangezien levercirrose doorgaans een slechte prognose heeft.

  1. Een jarenlange CA-fase waarbij intrahepatische galkanalen geleidelijk littekenachtig samentrekken en ondoordringbaar worden, veroorzaken een littekenachtige obstructie.
  2. In het geval van talrijke recidieven in het territoriumergernisgebied ontstaat er een littekenachtige obstructie door de genezingsfase, en spreken we van een recidiverende hepatitis.

Cirrotisch komt van cirrhosis (uit het Grieks kirrhos = geelachtig, geelbruin).

→ Het verwijst naar levercirrose, waarbij het leverweefsel geleidelijk vervangen wordt door littekenweefsel. De term “cirrhosis” werd oorspronkelijk gekozen vanwege de geelbruine kleur van de verharde lever.

Ascites komt van het Griekse askos (ἀσκός) = zak, blaas.

→ Medische term voor een vochtophoping in de buikholte, letterlijk een waterzak in de buik.

Cirrotische ascites betekent dus: vochtophoping in de buikholte, veroorzaakt door levercirrose.

Belangrijk: levercirrose is geen gevolg van alcoholgebruik. Er zijn alcoholisten zonder cirrose en geheelonthouders mét cirrose. Alcohol en territoriumergernisconflicten gaan wel vaak samen, wat het misverstand in de reguliere geneeskunde heeft gevoed.

Samenvatting

  • In de CA-fase: ulceratie van galwegen → pijn → biologisch doel: betere galstroom.
  • In de PCL-A: weefselvermeerdering → zwelling, geelzucht mogelijk.
  • In de Epi: leverkoliek, absence, hypoglykemie, daling leverwaarden.
  • In de PCL-B: herstel en normalisatie.
  • Bij recidieven → risico op levercirrose.

Therapie

  • Een continue glucose-inname is cruciaal om de hypoglykemie tijdens de helingsfase op te vangen. Bij een absence (kort bewustzijnsverlies) kan dit zo nodig via een maagsonde toegediend worden.
  • Indien er een indicatie is voor een intraveneus infuus, moet men voorzichtig zijn bij aanwezigheid van het Syndroom met waterretentie. Extra vocht kan leiden tot hepatomegalie (vergrote lever) en verhoogde druk in het hersenoedeem.

Natuurlijke ondersteuning bij hepatitis

Binnen een holistische benadering kan men het herstelproces ondersteunen met lever- en galwegvriendelijke planten en natuurlijke remedies. Deze middelen nemen het conflict niet weg, maar kunnen wel verlichting geven en de regeneratie bevorderen:

  • Mariadistel (Silybum marianum)
    Bekend om de werkzame stof silymarine. Dit ondersteunt de levercellen bij herstel, bevordert galafvoer en werkt antioxidatief.
  • Paardenbloem (Taraxacum officinale)
    Wortel en blad stimuleren de galstroom en ondersteunen de spijsvertering. Helpt bij een stagnatiegevoel in de lever en galwegen.
  • Artisjok (Cynara scolymus)
    Bevat cynarine, een stof die de galproductie stimuleert en vetvertering vergemakkelijkt.
  • Kurkuma (Curcuma longa)
    Ontstekingsremmend, galdrijvend en leverbeschermend. Dit wordt vaak gebruikt in combinatie met zwarte peper (verhoogt de opname).
  • Zoethoutwortel (Glycyrrhiza glabra)
    Traditioneel gebruikt bij leverontstekingen. Let op bij hoge bloeddruk (kan vochtretentie verergeren).
  • Bitterstoffen (bv. gentiaan, alsem, duizendguldenkruid)
    Bevorderen galstroom en spijsverteringsvuur, vooral zinvol bij geelzuchtachtige klachten.
  • Drink veel water in de ochtend en de voormiddag, maar niet tijdens het eten om te voorkomen dat de spijsverteringsenzymen te veel worden verdund.
  • Gebruik veel bittere specerijen zoals kurkuma, lange peper en rozemarijn. Daarnaast is venkel en saffraan zeer waardevol voor de lever. Saffraan is rijk aan vitamine B12.
  • Thee van alsem, weegbree, mariadistel, venkel, agrimonie, duizendguldenkruid, paardenbloem (wortel), cichorei en klitwortel is nuttig.

Daarnaast is rust, warmte en voldoende slaap essentieel, omdat de lever vooral ’s nachts (tussen 01u–03u in de orgaanklok) actief herstelt. De volgende affirmaties zijn belangrijk: “De ergernis ligt achter mij” of “Volgende keer zal ik van het begin berusten”.

Ayurvedische ondersteuning bij hepatitis

  • Kutki (Picrorhiza kurroa)
    Bekend als één van de krachtigste hepatoprotectiva in de Ayurveda.
    → Werkt sterk galdrijvend, ondersteunt detoxificatie en regeneratie van levercellen.
  • Bhumyamalaki (Phyllanthus niruri)
    Traditioneel ingezet bij geelzucht en hepatitis.
    → Bevordert gezonde leverenzymwaarden en wordt vaak gegeven bij chronische leverklachten.
  • Kalmegh (Andrographis paniculata)
    Een bittere plant die zowel de lever als de galwegen stimuleert.
    → Wordt gezien als “koning van bitters”, werkt sterk ontstekingsremmend en versterkt de processen van de homeostase.
  • Guduchi (Tinospora cordifolia)
    Een krachtig rasayana (verjongend kruid).
    → Ondersteunt herstel bij chronische uitputting en versterkt de vitaliteit van de lever.
  • Triphala (mengsel van Haritaki, Amalaki, Bibhitaki)
    → Reguleert de spijsvertering, bevordert eliminatie en ondersteunt de lever via een zachte detox.
  • Amla (Emblica officinalis)
    Rijk aan vitamine C en antioxidanten.
    → Ondersteunt leverregeneratie, werkt verjongend en verkoelend bij ontsteking.

Koppeling met de biologische zin (GNM)

Vanuit de Germaanse Geneeskunde is hepatitis geen fout, maar een helingsfase van de galwegen na een territoriumergernis- of identiteitsconflict. Ayurvedische kruiden zoals kutki, bhumyamalaki en mariadistel werken ondersteunend door de regeneratie en galdoorstroming te harmoniseren, waardoor de natuurlijke helingsdynamiek soepeler verloopt.

De verzorging van de lever en de galwegen

De lever is een orgaan dat 24 uur per dag actief is, met een hogere intensiteit tijdens de nachturen. Het is zeer belangrijk om het dag- en nachtritme te respecteren om de detoxificatie te stimuleren. De grootste productie van gal vindt overdag plaats. Naarmate de avond vordert, vermindert de productie van gal volgens het dag- en nachtritme.

Vermindering en geleidelijk stoppen met chemische medicatie (onder begeleiding van je arts), alcohol, drugs en geraffineerde producten zoals suiker en oliën is essentieel. Het is belangrijk om een dagelijkse routine te volgen, waarbij de grootste maaltijd rond het middaguur wordt genuttigd en een lichte maaltijd ’s avonds. Te laat en te veel eten in de avonduren belemmert een optimale vertering, waardoor koolhydraten kunnen vergisten en eiwitten een chemisch rottingsproces kunnen ondergaan. Dit heeft een verergerend effect op de lever.

Overweeg een lever- en galreiniging zoals beschreven door dr. Andreas Moritz: “De ongelooflijke lever- en galblaaszuivering” ISBN 9789079872220. Laat je ondersteunen door een goede therapeut of arts die hiermee bekend is.

Met dank aan: Caroline Markolin, PH.D. https: //LearningGNM.com

Arjen Lievers https://www.germaansegeneeskunde.nl/index_ziekten_gnm/

Dr. Geerd Ryke Hamer

Gepubliceerd op 28/08/2026

Daniël Derweduwen

Delen:

 

Gerelateerde Publicaties

 

  • Cellulitis en celluliteCelluliteHet zijn wee verschillende aandoeningen en twee verschillende biologische processen. Wie de woorden cellulite en cellulitis naast elkaar ziet staan, zou gemakkelijk kunnen denken dat het om twee benamingen voor hetzelfde verschijnsel gaat. Toch verwijzen ze naar twee heel verschillende processen.Cellulite kennen we vooral als de zogenaamde sinaasappelhuid: de huid krijgt een bobbelige structuur met kleine putjes en verhevenheden, meestal ter hoogte van de dijen, billen en heupen. Cellulite is op zichzelf geen ontsteking en ook geen ziekte. Het verschijnsel ontstaat door de manier waarop huid, onderhuids vetweefsel en bindweefsel ten opzichte van elkaar georganiseerd zijn.Cellulitis daarentegen is [...]

    By Published On: 27/08/2026
  • Acromegalie: Wanneer het lichaam blijft groeienAcromegalie is een aandoening die te maken heeft met een overmatige werking van het groeihormoon en waarbij de hypofyse een centrale rol speelt.Maar om acromegalie goed te kunnen begrijpen, moeten we eerst even kijken naar dit bijzondere kleine orgaantje en naar de bijzondere samenwerking tussen de hypothalamus en de hypofyse. Twee kleine structuren diep in onze hersenen die samen een belangrijke schakel vormen tussen het zenuwstelsel en het hormonale systeem.De hypofyse is een endocriene klier, wat betekent dat zij haar hormonen rechtstreeks aan het bloed afgeeft. Ze bevindt zich aan de basis van de hersenen, [...]

    By Published On: 24/08/2026
  • De megalomane constellatieWat is megalomanie?Megalomanie, ook wel grootheidsdenken of grootheidswaan genoemd, verwijst naar een sterk overdreven gevoel van eigenwaarde en belangrijkheid. Iemand ervaart zichzelf als uitzonderlijk, superieur of bijzonder machtig en kan een onrealistisch geloof ontwikkelen in zijn eigen talenten, kennis, invloed, status of vermogens.Kenmerkend is dat het beeld dat iemand van zichzelf heeft niet meer in verhouding staat tot de werkelijkheid. De persoon kan ervan overtuigd zijn méér te weten, méér te kunnen of belangrijker te zijn dan anderen. In uitgesproken vormen kan dit uitgroeien tot het gevoel voorbestemd te zijn voor een uitzonderlijke taak, over bijzondere gaven te [...]

    By Published On: 24/08/2026