Keelpijn -keelontsteking

Keelholte en strottenhoofd
Het slijmvlies van de mond- en keelholte is bekleed met plaveiselepitheel, afkomstig uit het ectoderm en daarom onder controle van de hersenschors. Een uitzondering vormen de amandelen, die geen ectodermaal oppervlakkig slijmvliesweefsel hebben.
De keelholte (farynx) is een gespierde buis van ongeveer 13 centimeter lengte en vormt het kruispunt tussen de luchtwegen en het spijsverteringskanaal. Haar functies zijn veelzijdig: ze geleidt voedsel en vloeistoffen naar de slokdarm, en lucht naar strottenhoofd en longen. Daarnaast bevochtigt en verwarmt de keelholte de ingeademde lucht, helpt zij bij het afsluiten van de ademwegen tijdens het slikken, en speelt ze een rol in stemvorming en spraak.
Tijdens het slikken trekken de keelspieren reflexmatig samen. Hierdoor wordt het voedsel naar de slokdarm geleid terwijl de ademwegen tijdelijk worden afgesloten. Om te voorkomen dat slikmateriaal in de luchtpijp terechtkomt, treden twee beschermingsreflexen op: de stembanden sluiten zich en het strotklepje (epiglottis of huig) klapt naar beneden. Daardoor kan het sliksel veilig naar de slokdarm passeren. Deze reflexen verklaren waarom men niet kan ademen tijdens het slikken.
Het strottenhoofd (larynx) bevindt zich tussen de keelholte en de luchtpijp. Het bevat de stembanden, die door luchttrilling geluid produceren. De opgewekte toon wordt vervolgens versterkt en gekleurd in de resonantieholten van keel en neus, wat onze stem haar unieke klank geeft.
Biologisch conflict van de keelholte en het oppervlakkige slijmvlies van de keel
Het biologische conflict dat overeenkomt met de keel en het oppervlakkige slijmvlies van de keelholte komt overeen met het thema “een brok niet willen inslikken”. Net als bij het conflict van het bovenste tweederde deel van de slokdarm, gaat het om iets dat men weigert te accepteren of dat letterlijk en figuurlijk “moeilijk te slikken” is.
Voorbeeld:
Een jonge vrouw krijgt onverwachts te horen dat haar partner haar bedriegt. Tijdens het gesprek voelt ze alsof er “een brok in haar keel blijft steken”. Ze kan de waarheid niet aannemen en de woorden blijven als het ware hangen. Enkele dagen later ontwikkelt ze keelpijn en moeite met slikken, het biologische programma van de keel is in werking getreden.
Conflictactieve fase
Tijdens de conflictactieve fase treedt er ulceratie op van het epitheel dat de keelholte en keel bekleedt. De mate en duur van dit celverlies is recht evenredig met de intensiteit en de lengte van het conflict. Het biologische doel van deze ulceratie is functioneel: door het slijmvlies tijdelijk uit te dunnen wordt het lumen van de keelholte verwijd, waardoor het organisme beter in staat is de ongewenste “brok” te elimineren.
Klinisch uit zich dit proces in een zere, krassende keel. Welke zijde van de keel is aangedaan, hangt af van de handigheid van de persoon en de vraag of het conflict betrekking heeft op de moeder/kind-relatie of op een partner. Wanneer het conflict met een situatie samenhangt, worden beide zijden van de keel betrokken.

Het Biologische Speciaalprogramma van het oppervlakkig slijmvlies van de keelholte en keel volgt het STROTSLIJMVLIES SENSIBILITEIT SCHEMA met hyperesthesie in de conflictactieve fase en de Epileptoïde Crisis en hypesthesie in de helingsfase.
Helingsfase (PCL-A en PCL-B)
In het eerste deel van de helingsfase (PCL-A) wordt het tijdens de conflictactieve fase verloren gegane weefsel aangevuld door celvermeerdering. Daarbij treden typische helingssymptomen op, zoals zwelling door oedeemvorming (vochtophoping), slikproblemen door een verdikte en opgezwollen keel, en pijn. Deze pijn is in zowel PCL-A als PCL-B niet sensorisch van aard, maar ontstaat door de druk van de zwelling.

Wanneer er gelijktijdig sprake is van waterretentie door het SYNDROOM, neemt de zwelling toe, wat de pijn aanzienlijk kan verergeren. Als de genezingsreactie gepaard gaat met een ontstekingsproces, spreekt men van een keelontsteking, vaak vergezeld van koorts.
Een keelontsteking duidt erop dat het helingsproces wordt ondersteund door streptokokkenbacteriën. Dit is vooral het geval wanneer de ulceratie tijdens de conflictactieve fase diep in het epitheelweefsel heeft doorgedrongen.
Opmerking: Alle Epileptoïde Crises die worden aangestuurd vanuit de sensorische, post-sensorische of premotorisch-sensorische cortex gaan gepaard met een ontregelde bloedcirculatie, duizeligheid, kortstondige bewustzijnsstoornissen of zelfs een volledig bewustzijnsverlies (flauwvallen of “absence”), afhankelijk van de intensiteit van het conflict. Een bijkomend kenmerk is een lage bloedsuikerspiegel, veroorzaakt door het verhoogde glucoseverbruik van de betrokken hersencellen.
Anatomische situatie:
Nasopharynx – neuskeelholte: Strotslijmvlies sensibiliteitschema.
Bovenste deel van de keelholte, achter de neusholte en boven het zachte gehemelte. Geleidt ingeademde lucht van neus naar keel en luchtpijp.
Oropharynx – mondkeelholte: Strotslijmvlies sensibiliteitschema.
Middelste deel van de keelholte, achter de mondholte. Kruispunt waar lucht en voedsel passeren.
Laryngopharynx – strottenhoofd-keelholte (ook: hypopharynx): Buitenste huid sensibiliteitschema.
Onderste deel van de keelholte, achter het strottenhoofd. Vormt de overgang naar slokdarm (voedsel) en luchtpijp (ademhaling).
Natuurlijke ondersteuning bij keelpijn
Keelpijn ontstaat vaak tijdens de helingsfase van een “niet willen slikken”-conflict, waarbij zwelling, druk en ontstekingsverschijnselen optreden. Naast het oplossen van het onderliggende conflict kunnen ook natuurlijke middelen de keel verzachten en verlichting bieden.
Planten en natuurlijke middelen:
- Heemstwortel en -blad (Althaea officinalis)
Werkt verzachtend en slijmvliesbeschermend. De slijmstoffen vormen een laagje op het geïrriteerde keelslijmvlies, waardoor de pijn vermindert. Ideaal als thee of siroop. - Kaneel, tijm, salieblad en venkel
Aromatische kruiden met verwarmende, ontsmettende en slijmoplossende eigenschappen. Tijm en salie zijn klassiek bij keelpijn, vaak toegepast als thee of gorgeldrank. Venkel verlicht irritatie en ondersteunt een vlotte ademhaling. - IJzerkruid (Verbena officinalis)
Werkt licht ontstekingsremmend, ontspannend en ondersteunt het herstel van de keel. - Lapachothee (Tabebuia impetiginosa, ook Pau d’Arco)
Bekend om zijn weerstandversterkende en ontgiftende werking. Wordt vaak ingezet bij terugkerende keel- en luchtwegklachten. - Kamille (Matricaria chamomilla)
Kalmerend en ontstekingsremmend. Een warme kamillethee of inhalatie verzacht de pijn en ondersteunt genezing. - Smalle weegbree (Plantago lanceolata)
Heeft een sterke verzachtende en ontstekingsremmende werking op slijmvliezen. Helpt ook bij droge prikkelhoest die vaak samengaat met keelirritatie. - Propolis
Harsachtige stof van bijen, rijk aan antioxidanten en natuurlijke antibacteriële stoffen. Werkt als bescherming en bevordert genezing van geïrriteerde slijmvliezen. - Afrikaanse Umckaloabo (Pelargonium sidoides, wortel)
Traditioneel gebruikt bij luchtwegklachten. Ondersteunt de doorbloeding en helpt bij herstel van de slijmvliezen in keel en bronchiën.
Algemene tips om keelpijn te verzachten
- Warme dranken zoals kruidenthee met honing verzachten het slijmvlies en verlichten pijn.
- Gorgelen met een lauwe oplossing van salie, kamille of zout water kan het herstel ondersteunen.
- Rust en warmte: stemrust, zachte sjaal en vermijden van droge lucht helpen het herstel.
- Voldoende drinken voorkomt uitdroging van het slijmvlies en houdt de keel vochtig.
Bewust ademen door de neus in plaats van door de mond voorkomt extra irritatie. - Met dank aan: Caroline Markolin, PH.D. https: //LearningGNM.com
Arjen Lievers https://www.germaansegeneeskunde.nl/index_ziekten_gnm/
Dr. Geerd Ryke Hamer
Gerelateerde Publicaties



