Herken je dit tijdens je slaap?

Word je ’s ochtends wakker zonder echt uitgerust te zijn? Of hoor je van je partner dat je luid snurkt, soms stilvalt… en dan plots weer naar adem lijkt te happen? Voor veel mensen speelt er ’s nachts iets waar ze zich zelf niet eens bewust van zijn. Tijdens de slaap kan de ademhaling herhaaldelijk verzwakken of zelfs kort stoppen. Dit kan meerdere keren per uur gebeuren, vaak zonder dat je er wakker van wordt, maar je lichaam ervaart het wél.
Wat merk je ’s nachts?
- Luid of onregelmatig snurken
- Stiltes in de ademhaling
- Plots naar lucht happen
- Onrustig slapen of vaak draaien
- Nachtelijk zweten
En overdag?
- Je wordt moe wakker, alsof je niet geslapen hebt
- Slaperigheid overdag, zelfs in rustige momenten
- Hoofdpijn bij het opstaan
- Moeite met concentreren
- Prikkelbaarheid of een kort lontje
Veel mensen herkennen deze signalen pas wanneer iemand anders hen erop wijst, of wanneer de vermoeidheid zich opstapelt. Wat zich ’s nachts afspeelt, kan een grote invloed hebben op hoe je je overdag voelt, fysiek én mentaal.
Nachtelijke ademhalingsstilstand (apneu)
Het middenrif speelt een centrale rol bij de ademhaling. Deze koepelvormige, dwarsgestreepte spier scheidt de borstholte van de buikholte en is de grootste en de meest efficiënte spier die betrokken is bij het ademen.
Tijdens het inademen trekt het middenrif samen en beweegt het naar beneden. Hierdoor ontstaat er ruimte in de borstkas, waardoor de longen zich kunnen uitzetten en lucht wordt aangezogen. Bij het uitademen ontspant het middenrif, waardoor de lucht de longen weer verlaat, vergelijkbaar met de werking van de bronchiale spieren.
Naast zijn rol in de ademhaling ondersteunt het middenrif ook de circulatie. Door zijn ritmische beweging helpt het de hartspier (myocard) bij het aanzuigen van veneus bloed uit de systemische circulatie. De linkerhelft van het middenrif speelt hierin een grotere rol, omdat de rechterhelft minder bewegingsvrijheid heeft door de aanwezigheid van de lever eronder.
Het middenrif bestaat uit dwarsgestreept spierweefsel, ontwikkelt zich uit het nieuw mesoderm en wordt aangestuurd vanuit het hersenmerg en de motorische cortex. Voor zijn onwillekeurige functies, zoals de automatische ondersteuning van ademhaling en bloedsomloop, ontvangt het middenrif ook impulsen vanuit de hersenstam.
Daarnaast kunnen we het middenrif ook bewust gebruiken. Bij processen zoals de bevalling, stoelgang of het ledigen van de blaas wordt het middenrif actief aangespannen, waardoor er druk ontstaat in de buikholte.

Het middenrif wordt op hersenniveau door twee verschillende centra aangestuurd. De trofische functie van de spier, verantwoordelijk voor de opbouw en voeding van het weefsel, staat onder controle van het hersenmerg. De samentrekking van de spier daarentegen wordt geregeld vanuit de motorische cortex.
De aansturing verloopt kruislings: de rechterhelft van het middenrif wordt aangestuurd vanuit de linkerhersenhelft, terwijl de linkerhelft wordt aangestuurd vanuit de rechterhersenhelft. Dit weerspiegelt het algemene principe van kruislingse verbindingen tussen hersenen en organen.
Opmerking
Het middenrif is functioneel nauw verbonden met de hartspier (myocardium). De controlecentra van het middenrif bevinden zich daarom in de hersenen direct onder de relaiscentra van de hartspier.
Het biologisch conflict
Het biologisch conflict dat verband houdt met het middenrif kan worden omschreven als: “niet voldoende of diep genoeg kunnen ademen.” Dit kan zich voordoen in situaties waarin iemand letterlijk buiten adem raakt, zoals bij een zware fysieke inspanning, bijvoorbeeld sprinten, te hard lopen om een trein te halen, of ontsnappen aan een gevaarlijke situatie.
Ook een plotselinge, onverwachte schok kan dit conflict activeren, vaak verwoord als: “het ontnam me de adem.” Eveneens kunnen schrik of angst een dergelijk ademhalingsconflict uitlokken.
Daarnaast speelt het gevoel fysiek overvraagd te worden een belangrijke rol. Wanneer iemand het gevoel heeft dat er te veel van hem of haar wordt gevraagd, bijvoorbeeld door druk of stress in relatie tot een partner, kind of ouder, kan dit eveneens het middenrif beïnvloeden. Dit is vergelijkbaar met emotionele en mentale overbelastingsconflicten die in verband staan met de hartspier.
In combinatie met de hartspier wordt dit conflict vaak ervaren als buiten adem raken met de innerlijke beleving: “Dit is te veel!” Ook op overdrachtelijk niveau kan dit tot uiting komen, zoals in uitdrukkingen als: “het benauwt me,” “ik krijg geen lucht (ruimte),” of “ik moet even diep ademhalen.”
Er bestaat bovendien een nuance met het overbelastingsconflict, waarbij het middenrif functioneel gekoppeld is aan de hartspier, die eveneens tot het nieuw mesoderm behoort.
Voorbeeld
Een meisje van vijf jaar valt tijdens het spelen van de zetel. Door de schrik begint ze hevig te huilen, waardoor haar ademhaling verstoord raakt en ze het gevoel heeft niet voldoende lucht te krijgen. Dit kan worden ervaren als een conflict van “niet kunnen ademen”.
In de periode daarna komt haar lichaam in een herstelfase. De volgende nacht en dag houden haar ouders haar goed in de gaten terwijl ze rust op de zetel. Op een bepaald moment lijkt ze kort blauw aan te lopen, wat samenhangt met een tijdelijke ademstilstand tijdens een genezingscrisis van het middenrif, gepaard gaand met een kramp.
Tegelijkertijd vertoont haar linkerbeen trekkingen en lijkt haar lichaam kort te verkrampen. Dit kan worden gezien als een genezingsreactie op een motorisch conflict, aangestuurd vanuit de hersenschors, als gevolg van de val. De dag nadien zijn deze verschijnselen verdwenen en is alles weer genormaliseerd.
Praktijkvoorbeeld
Een man ervaart al langere tijd klachten van nachtelijke ademstilstand. Zijn situatie wordt gekenmerkt door een aanhoudende overbelasting, die sterk samenhangt met de scheiding van zijn partner. Hij heeft twee dochters die bij zijn ex-partner wonen en slechts af en toe bij hem verblijven. Wat de situatie bijzonder intens maakt, is dat zijn ex-partner in dezelfde buurt woont. Hierdoor wordt hij dagelijks geconfronteerd met de situatie, zonder dat hij werkelijk afstand kan nemen.
Hij ervaart een diep gevoel van machteloosheid, vooral wanneer hij merkt dat hij weinig invloed heeft op de opvoeding en de leerprestaties van zijn kinderen ziet achteruitgaan. Deze voortdurende innerlijke spanning vertaalt zich in een beleving van: “Dit is te veel… ik krijg geen lucht.” Binnen deze context kan het middenrif betrokken raken, doordat de ervaren druk en overbelasting letterlijk worden beleefd als onvoldoende ademruimte hebben.
Daarnaast speelt ook de hartspier een rol. Bij een rechtshandige man wordt de partnerzijde functioneel gekoppeld aan de linkerzijde van het lichaam (het hart is een orgaan dat 180° gedraaid is). De aanhoudende stress in relatie tot zijn ex-partner kan zich daarom ook uitdrukken als een overbelasting op de linkerhartspier.
Omdat deze situatie zich dagelijks herhaalt, het zogenaamde “op het spoor blijven trappen”, krijgt het lichaam onvoldoende ruimte om tot een volledige herstelfase te komen. Hierdoor blijven de klachten van slaapapneu zich herhalen en wordt het patroon chronisch.
Biologische zin
Achter slaapapneu ligt een biologische zin die kan worden begrepen als een vorm van de nepdoodreflex, het tijdelijk stilvallen alsof men “niet meer aanwezig” is.
In de natuur zien we dat prooidieren, wanneer ze overbelast raken of geen uitweg meer zien, in een toestand kunnen komen waarin ze zich als het ware “dood houden”. Wanneer een roofdier op dat moment wordt afgeleid, verliest het vaak zijn interesse in een prooi die niet meer beweegt of ademt.
Bij de mens speelt een gelijkaardig mechanisme op een dieper, onbewust niveau. Het onderbewuste maakt geen onderscheid tussen fysieke uitputting en mentale of emotionele overbelasting. Wanneer iets als “te veel” wordt ervaren, kan het organisme reageren met een vorm van terugtrekking.
Slaapapneu kan in dat licht worden gezien als een uitdrukking van deze biologische nepdoodreflex: een moment van stilvallen, waarin het systeem zich tijdelijk onttrekt aan de ervaren overbelasting.
De conflictactieve fase
Conflictactieve fase
Tijdens de conflictactieve fase treedt er celverlies (necrose) op in het spierweefsel van het middenrif, aangestuurd vanuit het hersenmerg. Tegelijkertijd, afhankelijk van de intensiteit en duur van het conflict, ontstaat er een toenemende verlamming van de middenrifspier, aangestuurd vanuit de motorische cortex.
Deze combinatie kan leiden tot ademhalingsproblemen die variëren van mild tot ernstig.
Bij langdurige verlamming kan het middenrif hoger komen te staan aan één zijde, wat wordt aangeduid als een hoogstaand hemidiafragma. Dit betekent dat één helft van het middenrif minder goed beweegt en in een verhoogde positie blijft staan, waardoor de long aan die kant minder ruimte krijgt om zich uit te zetten.
Of het rechter- of linker middenrif is aangedaan wordt bepaald door de handigheid van een persoon en of het conflict moeder/kind of partnergerelateerd is.
Alle organen die afkomstig zijn van het nieuw mesoderm (“luxe groep”), inclusief de lymfevaten en lymfeklieren, tonen het biologische doel aan het einde van de helingsfase. Nadat het genezingsproces is voltooid, is het orgaan of weefsel sterker dan voorheen, wat het mogelijk maakt om beter voorbereid te zijn op een conflict van dezelfde soort.
Opmerking
Dwarsgestreepte spieren behoren tot een groep weefsels die bij een biologisch conflict reageren met functioneel verlies. Dit betekent dat hun activiteit afneemt of tijdelijk uitvalt. Vergelijkbare reacties zien we ook bij andere structuren zoals de eilandcellen van de alvleesklier (alfa- en bèta-eilandcellen), het binnenoor (slakkenhuis en evenwichtsorgaan), de reukzenuwen, het netvlies en het glasachtig lichaam van het oog.
Bij een langdurige en intense conflictactiviteit kan het aanhoudende weefselverlies leiden tot een verzwakking van het middenrif. In ernstige gevallen kan dit resulteren in een scheur, ook wel een hernia diafragmatica genoemd, waarbij buikorganen zich verplaatsen naar de borstholte.
Een specifieke vorm hiervan is de hiatus hernia, waarbij een deel van de maag door een verzwakte opening in het middenrif naar boven uitpuilt in de borstkas, vergelijkbaar met een liesbreuk (inguinale hernia).
Zo’n scheur kan uitgelokt worden door verhoogde druk in de buik, bijvoorbeeld bij hoesten, zwaar tillen, trekken, duwen of hard persen tijdens de stoelgang. Omdat het middenrif een essentiële rol speelt in de ademhaling, verhoogt een verzwakte spier ook het risico op overbelasting bij fysieke inspanning.
Opvallend is dat deze verzwakking vaak lange tijd onopgemerkt blijft, terwijl het middenrif nochtans de belangrijkste ademhalingsspier van het lichaam is.
De helingsfase
Tijdens de helingsfase wordt het spierweefsel van het middenrif geleidelijk heropgebouwd. De eerder ontstane functievermindering of gedeeltelijke verlamming kan nog doorlopen tot in de eerste fase van de genezing (PCL-A).
In deze fase kunnen verschillende symptomen optreden, zoals:
- Krampen of spasmen van het middenrif
- Ademhalingsmoeilijkheden
- Slaapapneu
- Steken in de zij
- De hik (singultus)
Daarnaast kunnen er ook veranderingen optreden ter hoogte van het borstvlies, zoals een pleurale effusie.
Een exsudatieve pleurale effusie ontstaat wanneer er vocht uittreedt als gevolg van een actief herstelproces, vaak gepaard gaand met ontstekingsachtige reacties. Dit vocht bevat meer eiwitten en cellen en wijst op een lokale herstelactiviteit in het weefsel.
Een transudatieve pleurale effusie daarentegen is een meer helder en eiwitarm vocht, dat ontstaat door drukveranderingen in de circulatie, bijvoorbeeld wanneer de vochtbalans tijdelijk verstoord is.
Epileptoïde crisis
De epileptoïde crisis vormt een kort maar intens moment binnen de helingsfase. Bij het middenrif uit zich dit in plotselinge, krachtige samentrekkingen van de spier, wat zich kan uiten als krampen of spasmen, vaak gepaard gaand met ademhalingsmoeilijkheden.
Tijdens deze crisis kan slaapapneu optreden: fasen waarin de ademhaling tijdelijk stopt als gevolg van de krampachtige samentrekking van het middenrif.
Wanneer deze processen zich herhaaldelijk voordoen, door het telkens opnieuw activeren van het conflict (conflictrecidieven), kan het patroon zich ontwikkelen tot chronische slaapapneu, vergelijk met slaapapneu in relatie tot de overbelastingsconflict van de hartspier. Zie het artikel over de hartspier (myocardium) op deze website. Onderzoek dus ook of er een functionele koppeling is van het middenrif en de hartspier.
Steken in de zij
Steken in de zij, bijvoorbeeld tijdens het sporten, kort na het eten, bij te intensief lopen of wanneer men praat tijdens het joggen, kunnen worden gezien als een milde uiting van een middenrif-gerelateerde epileptoïde crisis.
Een veelvoorkomende uitlokkende factor is sporten met een volle maag. Omdat de maag en ingewanden deels verbonden zijn met het middenrif, zorgt een gevulde buik ervoor dat het middenrif naar beneden wordt getrokken. Hierdoor ontstaat een beperking in de bewegingsvrijheid van het middenrif, wat de ademhaling bemoeilijkt.
Deze mechanische beperking kan het gevoel geven van “niet voldoende kunnen ademen”, wat op zijn beurt een biologisch speciaalprogramma van het middenrif kan activeren.
Daarnaast wordt dit fenomeen vaker gezien bij mensen die fysiek actief zijn en een onvoldoende sterk ontwikkeld spierstelsel hebben, waarbij ook het middenrif relatief minder goed getraind is.
De hik (singultus)
De hik (singultus) bestaat uit plotselinge, ritmische samentrekkingen of trillingen van het middenrif. Dit ontstaat vaak in alledaagse situaties, zoals te snel eten of drinken zonder voldoende aandacht voor de ademhaling. In deze gevallen gaat het om een kortdurende, biologisch mechanische reactie, zonder dat er noodzakelijk een emotionele component aanwezig is.
Dit kan bijvoorbeeld ontstaan wanneer iemand zo intensief drinkt dat hij of zij nauwelijks nog ademt, waardoor tijdelijk een zuurstoftekort wordt ervaren. Het lichaam registreert dit als een situatie van “niet voldoende lucht krijgen”.
Een ander voorbeeld is iemand die tijdens zware fysieke inspanning voortdurend blijft praten. Door het spreken wordt het natuurlijke ademritme verstoord, waardoor er eveneens een gevoel van ademtekort kan ontstaan.
In beide situaties wordt het organisme geconfronteerd met een moment van “ik krijg niet genoeg lucht”, wat het conflict kan activeren.
De hik kan in dit kader worden begrepen als een kleine genezingscrisis van het middenrif: een kortdurende ontlading waarbij het middenrif zich ritmisch samentrekt om het evenwicht in de ademhaling te herstellen.
Wanneer de hik echter aanhoudt (langer dan 48 uur), wijst dit op een dieperliggend ademhalingsconflict. Dit vraagt medische interventie.
Slaapapneu in relatie tot de hartventrikels (sociale overbelasting)
De hartspier is functioneel sterk verbonden met het middenrif, de belangrijkste spier voor de ademhaling. In de hersenen bevinden de hersenrelais van het middenrif zich direct onder de controlecentra van de hartspier. Hierdoor gaan een hartaanval of myocardinfarct vrijwel altijd gepaard met krampen in het middenrif en ademhalingsmoeilijkheden. Dit is vooral het geval bij een infarct aan de rechterkant van het hart, omdat de wand van het rechterhart stevig verbonden is met de middenrifspier.
De Epileptoïde crisis van de hartspier treedt meestal op tijdens rust, vaak tijdens de slaap, omdat het lichaam zich dan in een vagotonische toestand bevindt. Het tweede deel van de genezingsfase, ook wel de genezingscrisis genoemd, kan zich voordoen als één enkele episode of in fasen. Dit kan zich uiten als slaapapneu, waarbij de ademhaling gedurende enkele seconden tot enkele minuten wordt onderbroken door de samentrekkingen van het middenrif. Er kunnen ook nachtelijke hoestbuien voorkomen.
Volgens de Germaanse geneeskunde is slaapapneu in essentie een reeks mini-myocardinfarcten, die gepaard gaan met korte krampen in het middenrif. Chronische slaapapneu wijst op herhaalde conflictrecidieven, waarbij conflictsporen in het onderbewuste zijn ontstaan op het moment van het oorspronkelijke overbelastingsconflict van de rechter hartventrikel. Dromen en verbeelding kunnen deze conflicten opnieuw activeren.
Slaapapneu komt ook voor wanneer de linkerhartspier is aangedaan, omdat de rechterhelft van het middenrif minder ruimte biedt door de aanwezigheid van de lever eronder. Zie het artikel op deze website over het myocardium of de ventriculaire hartspier.
De ademhaling verbeteren met ademhalingsoefeningen

Oefeningen waarbij je bewust en krachtig uitademt, kunnen het middenrif activeren en opnieuw in beweging brengen. Het gaat hierbij niet om prestatie, maar om het herstellen van een natuurlijk ademritme en het ervaren van meer ruimte in het lichaam.
Een eenvoudige oefening:
- Ga rechtop zitten of staan
- Adem rustig in via de neus
- Blaas vervolgens langzaam en krachtig uit via de mond, alsof je op een schelp of blaasinstrument blaast
- Voel hoe het middenrif actief naar boven beweegt tijdens de uitademing
- Herhaal dit gedurende enkele minuten, zonder te forceren
Je kan dit ook speelser maken door effectief te blazen op een instrument (of zelfs door te fluiten), zolang de uitademing maar bewust en gecontroleerd gebeurt.
Belangrijk
Het doel van deze oefening is niet om iets “op te lossen”, maar om het lichaam opnieuw te laten ervaren dat ademhaling ruimte kan krijgen.
Daarnaast kan het helpen om stil te staan bij de innerlijke beleving die vaak samenhangt met deze klachten:
- Waar in je leven voelt het als “te veel”?
- Waar heb je het gevoel dat je geen ruimte hebt?
- Wat “benauwt” je, letterlijk of figuurlijk?
Door hier bewust bij stil te staan, ontstaat er vaak al een eerste verschuiving. Want hoe sterk een oefening ook kan ondersteunen, zolang het lichaam blijft ervaren dat het onder druk staat, zal het patroon zich blijven herhalen.
Met dank aan: Caroline Markolin, PH.D. https: //LearningGNM.com
Arjen Lievers https://www.germaansegeneeskunde.nl/index_ziekten_gnm/
Dr. Geerd Ryke Hamer
Gerelateerde Publicaties



