De grote vergissing van de medische wetenschap over hersentumoren.

Vandaag behandelen we een iets technischer onderwerp, maar wel belangrijk om het proces van kanker- of tumorgroei te begrijpen. Het is algemeen bekend dat hersen- en zenuwweefsel zich niet of zeer langzaam regenereert. Volgens Dr. Hamer vermeerderen hersencellen (weefsel) zich na de geboorte niet meer. Daarom kunnen hersentumoren ook niet bestaan. Dit is een groot verschil met andere weefsels in het lichaam, waarvan de vernieuwing op regelmatige wijze plaatsvindt.

Er zijn zelfs weefsels in het lichaam die zich om de 3 à 4 dagen vernieuwen, zoals bijvoorbeeld het maagslijmvlies. Dus nogmaals, hoe zouden er dan hersentumoren kunnen ontstaan? Een andere logische verklaring hiervoor (die de medische wetenschap echter niet wil horen) zijn de Hamerse haarden in de hersenen.

Een Hamerse haard is een soort waterzak (oedeem) die ontstaat zodra er een conflict is opgelost, met concentrische ringen waardoor de elektrische bedrading van het gliaweefsel of bindweefsel van de hersenen even wordt onderbroken. Een Hamerse haard ontstaat bij een conflictinslag die synchroon verloopt in de psyche, de hersenen en het weefsel of orgaan.

Hoe groter de omvang van de Hamerse haard, des te groter is de tumor/kanker of necrose/ulceratie in het weefsel of orgaan. Met andere woorden, des te groter zijn de veranderingen in de weefsels. Als het conflict (trauma) zeer intens is, groeit de tumor in het lichaam sneller of wordt de necrose in sommige weefsels/organen groter, of vindt osteolyse plaats in het botweefsel. Ook zijn de veranderingen sterker in weefsels die geen mitotische weefseltoename ondergaan.

Dit hangt af van het kiemblad waaruit het orgaan of weefsel is ontstaan. In het kort: Endoderm = tumorvorming of kanker, oud mesoderm = hetzelfde, nieuw mesoderm = necrose en ectoderm = ulceratie van de weefsels of orgaan. Dit wordt altijd gecoördineerd door de hersenen. Dit heeft echt niets te maken met kwaadaardigheid, waarmee het medische systeem ons angst wil aanjagen.

Precies tijdens de inslag van een conflictschok of trauma ontstaat er een tijdelijke zwelling van de hersenen (oedeem), die fungeert als een soort waterzak in een gebied van de hersenen van waaruit de kanker, tumor, ulceratie of necrose en hun definitieve genezingsprocessen worden gecoördineerd.

Deze hersenzwelling (oedeem) kan ook problemen veroorzaken als het conflict lang heeft geduurd of als het hersenoedeem zich op een zeer ongunstige plaats bevindt. Ook speelt de begrenzing van de Hamerse haard een rol, of deze intra- of scherp begrensd is, perifocaal of onscherp begrensd oedeem heeft. Perifocaal betekent rondom een haard of centrum.

Tijdens de conflictschok of traumatische inslag wordt ook je bestaan of existentie bedreigd, wat kan leiden tot activatie van het nierverzamelbuizensyndroom. Wat betekent dit? De nierverzamelbuizen sluiten zich om al het vocht vast te houden, met als archaïsch overlevingsdoel. Echter, dit heeft een versterkend effect op het oedeem in de hersenen en het oedeem in het corresponderende orgaan of weefsel.

Een gelijktijdig nierverzamelbuizen-waterretentie-conflict wordt in de Germaanse geneeskunde “het syndroom” genoemd. Hierdoor wordt de Hamerse haard groter, wat een “ruimtevragend proces” is, en zal zich ruimte verschaffen door het omliggende hersenweefsel plat te drukken. Dit gebeurt ook in het corresponderende orgaan of weefsel in het lichaam.

Tijdens de conflictactieve fase zal de Hamerse haard scherp begrensd zijn, met duidelijk gemarkeerde ringen. Dit veroorzaakt verwarring of desoriëntatie in de geest, waarbij de persoon op het verkeerde been is gezet. Wanneer het conflict wordt opgelost, zal de Hamerse haard er gezwollen uitzien en donker kleuren op de CCT-scan. Dr. Hamer noemt dit proces “geoedematiseerd”.

Het genezingsproces begint, en aan het einde van de genezingsfase wordt het zogenoemde gliaweefsel, ofwel onschadelijk hersenbindweefsel, gevormd met als doel het herstel van de Hamerse haard. Het gliaweefsel wordt bedraad voor stroomimpulsen. Tijdens het hoogtepunt, ook wel de epicrisis genoemd, wordt het oedeem uitgeperst.

Dit veroorzaakt het rillen, de behoefte om te plassen en het gevoel van kou dat we ervaren tijdens de epicrisissen van de genezingsprocessen van vele aandoeningen, zoals bijvoorbeeld bij griep.

De medische wetenschap ziet dit fenomeen als een ziekte en bestrijdt het op die manier, maar nu begrijp je dat dit eigenlijk misdadig is omdat het juist genezing of herstel is. De onwetendheid van de medische wetenschap hierover is frappant.

De heldere verdichting van het gliaweefsel in de Hamerse haard, die goed zichtbaar is op een computertomografie of CT-scan door het gebruik van een jodiumhoudend contrastmiddel, is eigenlijk een reparatie van het organisme aan de Hamerse haard. Dit is dus geen reden om bang te zijn of te schrikken. Angst belemmert de genezing, en de medische wereld is gespecialiseerd in het aanwakkeren van angst bij mensen.

In feite is de Hamerse haard na genezing een onschadelijk litteken als gevolg van de verwarring of desoriëntatie die de ziekte in de geest veroorzaakt, waarbij gliaweefselvorming of gliaweefselringen ontstaan. Helaas wordt dit nog altijd foutief gezien als hersentumoren, zoals glioma, glioblastoom, oligodendroglioom, astrocytoom, en helaas leidt dit vaak tot het lijden van de patiënt door chirurgische verwijdering.

Een operatie is alleen gerechtvaardigd als cruciale delen van de hersenen, zoals kliertjes, worden weggedrukt door de Hamerse haard die op een ongelegen plaats zit. Tot zover dit technische stukje om de Germaanse geneeskunde beter te begrijpen.

Bestaan hersentumoren?

Het antwoord hierop is niet zo eenvoudig. Er zijn inderdaad vragen gerezen over de geldigheid van de celtheorie van Rudolf Virchow, vooral gezien het feit dat hij later in zijn leven twijfels uitte en zijn standpunt herzag. In de Germaanse geneeskunde wordt gesproken over weefsels die ontspruiten uit vier verschillende kiembladen, een concept dat ook wordt benadrukt in de ayurveda met de term ‘Dhatu’s’, wat ‘weefsels’ betekent in het Sanskriet. Deze benaderingen benadrukken de complexiteit en de veelzijdige aard van weefselvorming in het lichaam. Precies zoals Gunther Enderlein (1872 – 1968) het ook stelde.

Het is begrijpelijk dat er twijfels ontstaan over de methoden en aannames van de oncologie, vooral wanneer er sprake is van situaties zoals leverkanker die zich uitzaait naar de hersenen. Het is inderdaad een intrigerende vraag hoe dit mogelijk is, gezien de bescherming van het hersenweefsel door de bloed-hersenbarrière. Het hersenweefsel is het enige weefsel in het lichaam dat niet rechtstreeks gevoed wordt door het bloed.

De bloed-hersenbarrière fungeert als een beschermend rooster dat de meeste stoffen buitenhoudt en slechts een beperkt aantal stoffen toelaat tot het hersenweefsel. Daardoor kan je brein beschermd worden tegen giftige stoffen. Deze barrière wordt doorgaans omzeild door gezonde verzadigde vetten, die specifieke voedingsstoffen en zuurstof doorlaten die nodig zijn voor het functioneren van het hersenweefsel.

Het is inderdaad een intrigerende vraag hoe kankercellen, die veel groter zijn dan bacteriën, door de bloed-hersenbarrière zouden kunnen dringen volgens de reguliere uitzaaiingstheorie. Bacteriën die zo klein zijn, zijn niet in staat om door deze bloed-hersenbarrière heen te dringen.

Hersenweefsel bestaat hoofdzakelijk uit bindweefsel (gliaweefsel), met slechts ongeveer 10% zenuwweefsel als elektrische bedrading. De reguliere zienswijze beschouwt hersentumoren als “weefselwoekeringen” in de hersenen, maar in werkelijkheid gaat het altijd om veranderingen in het hersenbindweefsel, nooit om woekerende zenuwweefsels. Zenuwweefsel kan zich na de geboorte niet of nauwelijks meer delen. Dit besef alleen al haalt de dramatiek van de diagnose hersentumor weg.

In de Germaanse geneeskunde wordt een meer plausibele verklaring geboden die ook psychologische relevantie omvat. Dat betekent dat het intuïtief juist aanvoelt. Volgens deze benadering slaat een shock of trauma synchroon in op drie niveaus tegelijkertijd: het weefsel (orgaan), de psyche (mind), en de hersenen. Het trauma of de shock heeft dus impact op zowel de fysiologie als de psychologie, waarbij de neurologie als verbindende schakel fungeert. Elke shock heeft dus effect op het hersenweefsel.

Het is inderdaad opmerkelijk hoe CT-scans de plek in de hersenen kunnen tonen waar de inslag heeft plaatsgevonden door middel van concentrische cirkels, die bekend staan als de Hamerse Haard (HH). Deze diagnostische informatie (hersenoedeemvorming) is van onschatbare waarde bij het traceren van trauma’s of shocks en hun sporen, waardoor een holistische en angstvrije benadering van behandeling mogelijk wordt, wat op zijn beurt de natuurlijke genezing stimuleert.

Deze concentrische cirkels, die na conflictoplossing worden beschermd door een soort waterzak, bieden inzicht in de aard van het trauma en de daaropvolgende genezingsprocessen in het lichaam. Het hersenweefsel dat hierdoor wordt beïnvloed, ondergaat veranderingen door oedeem, wat resulteert in de groei van de Hamerse haard, maar niet noodzakelijk wijst op de aanwezigheid van een hersentumor.

Het is inderdaad van groot belang om ziekten op een andere, meer holistische manier te bekijken en te behandelen, vrij van angst en paniek. Dit bevordert op natuurlijke wijze het genezingsproces. Het ontstaan van oedeem in de hersenen duidt erop dat het lichaam al in de genezingsfase is beland, wat een positief teken is.

Helaas gebruikt de reguliere geneeskunde vaak angstaanjagende termen zoals “uitzaaiingen” en “hersentumoren”, wat nieuwe conflicten kan veroorzaken en het genezingsproces kan belemmeren.

Het is zeker de moeite waard om de negatieve lading van het woord “tumor” te verwijderen, omdat woorden met een “O” vaak een donkere connotatie hebbenn diabolisch en neigen naar een zware energie. Het is belangrijk om te begrijpen dat het gliaweefsel in de hersenen een normaal weefsel is dat groeit en zich ontwikkelt, en dat de vulling van de holte met water ook een natuurlijk fenomeen is.

Even recapituleren:

Bij alle ‘tumoren’ van het nieuw mesoderm en het ectoderm verdwijnt eerst het weefsel wanneer iemand zich in een conflictactieve fase bevindt. Dit fenomeen is waarneembaar bij intraductale borstkanker, de testis, eierstokken, en zelfs in de hersenen. Zodra het conflict is opgelost, moet dit weefsel weer worden aangevuld, en eigenlijk zouden we dat dan beter herstelweefsel noemen in plaats van kanker. Bij tumoren gevormd uit het endoderm en het oud mesoderm neemt daarentegen het weefsel toe tijdens de periode dat men conflictactief is in de geest. In feite zouden we dat beter hulpweefsel noemen, wat de feitelijke doelstelling is van kanker.

Het is belangrijk om te begrijpen dat bij verschillende soorten tumoren het weefsel op verschillende manieren reageert tijdens de conflictactieve fase en de genezingsfase. Het benoemen van deze processen als “herstelweefsel” of “hulpweefsel” in plaats van “tumor” draagt bij aan een positievere benadering van de situatie.

Deze nieuwe termen hebben een veel positievere connotatie en kunnen bijdragen aan het cultiveren van zelfvertrouwen, wat op zijn beurt een tegengif is voor angst en de weg vrijmaakt voor echte genezing. Het is belangrijk om de kracht van taal te erkennen en woorden te gebruiken die een gevoel van hoop en vertrouwen bevorderen.

Bijvoorbeeld, longblaasjes die toenemen om beter zuurstof te kunnen opnemen hebben wel degelijk een functie, die helpt je te overleven. Zodra het conflict is opgelost, wordt dit “hulpweefsel” echter afgebroken door bacteriën en schimmels. De zware lading van het woord “tumor” zou verdwijnen als we spreken van herstelweefsel of hulpweefsel. Deze nieuwe begrippen hebben een veel positievere connotatie, waardoor je meer zelfvertrouwen kunt opbouwen. Zelfvertrouwen is het tegengif voor angst, en dat opent de weg naar echte genezing.

Hersenen: CT-scan

In de hersenen bevindt zich gliaweefsel, het bindweefsel, dat daadwerkelijk verandert na een schokinslag. Wat gebeurt er in de hersenen wanneer het conflict is opgelost? Op de plaats van de schokinslag ontstaat oedeem. Op de CT-scan ontstaat dan een zwarte holte, met een zeer lage dichtheid van gliaweefsel.

Dit komt doordat CT-scans röntgenstralen gebruiken, en waar veel water aanwezig is – waar de dichtheid van het gliaweefsel dus laag is – zullen de stralen terugkaatsen of doorgelaten worden vanwege de lage weerstand. Dit resulteert in een zwarte weergave op de foto. Dit fenomeen is zichtbaar tijdens het eerste deel van de herstelfase nadat het conflict is opgelost.

Tijdens het hoogtepunt van de genezing, dat we de epicrisis noemen, wordt het water uit het oedeem geduwd en zal de persoon moeten plassen. Daarom wordt de epicrisis ook wel de koudefase genoemd tijdens de warme helingsfase.

Tijdens het uitdrijven van vocht uit de hersenen kan functieverlies optreden, waarbij je plotseling niet meer kunt spreken of je evenwicht verliest. Ook kunnen barstende hoofdpijn en andere ongemakken optreden. Maar hoe onplezierig het ook is, het betekent dat je in de herstelfase bent beland. Zodra de stress push plaatsvindt tijdens de epicrisis, begint het gliaweefsel zich te herstellen.

Het gliaweefsel en de elektrische bedrading herstellen zich geleidelijk, wat zichtbaar is op de CT-scan als een witachtige vlek. Het groeit vanaf de buitenranden van het oorspronkelijke gat (met een lage densiteit van gliaweefsel) naar binnen toe. De scherpe randen van de Hamerse Haard worden steeds vager en onscherper. Dit proces is zichtbaar op progressieve CT-scans, waarbij de frequenties nieuwe energetische paden creëren doorheen het gliaweefsel. Dit is dus een energetisch proces, aangestuurd door de subjectiviteit van de geest (de psyche), precies zoals Dr. Bruce Lipton het ook beschrijft.

Het gliaweefsel in de hersenen is wel degelijk een weefsel dat na inslag van een schok is veranderd, er zijn concentrische cirkels waarneembaar die na conflictoplossing met water worden gevuld.

De celtheorie

Ik heb ernstige twijfels over de celtheorie; het is opnieuw een voorbeeld van dualisme, van binnen en buiten. Weefsels kennen echter geen duidelijke grenzen van binnen en buiten, en zelfs geen begin en einde. Hoe definieer je eigenlijk een weefsel? Het lijkt eigenlijk geen duidelijke definitie te hebben. Daarom heeft het ook een vaag suffix soul, het is een weefsel, zoals in oneindigheid en onduidelijkheid. In taalgebruik kunnen we merken dat transcendentale noties altijd vaag zijn; het zijn zelfs geen concrete concepten. Gezondheid is ook zo’n transcendentale notie. Ze kunnen niet helderder zijn omdat ze geen begin of einde hebben.

Als we naar verschillende soorten weefsels kijken, wordt het idee van grenzen nog vager. Botweefsel lijkt duidelijker afgebakend, terwijl bindweefsel minder duidelijk is en vetweefsel nog minder. Het is dus moeilijk om precies te bepalen waar een weefsel begint of eindigt. Je zou zelfs kunnen stellen dat het astrale lichaam of de aura ook een vorm van weefsel is.

Het is belangrijk om onze geest open te stellen en alles te zien als een continuüm van densiteit, een scala aan gradaties waarbij oneindigheid het hoogste punt is en een punt het laagste. Zelfs het punt en de oneindigheid zijn uiteindelijk één. Hoewel dit misschien abstract lijkt, is het cruciaal om holistisch te denken.

Voor mij is het duidelijk dat de densiteit van spirituele energie inderdaad de vorming van weefsels beïnvloedt. De subjectiviteit van de geest bepaalt dus hoe het lichaam wordt gevormd, inclusief ziekte en gezondheid. Kanker of tumoren zijn daarop geen uitzondering.

Als het conflict is opgelost, gaat het lichaam altijd de genezingsfase in. Daarom hebben kanker en tumoren een doel; ze ontstaan niet zomaar. Tijdens de piek, die de epicrisis wordt genoemd, wordt het vocht uitgeduwd. Dit gebied, beschermd door water, stuurt tijdens de eerste fase van de genezing de ontsteking aan van het corresponderende weefsel of orgaan.

Tijdens het uitduwen van het vocht kan er functieverlies optreden, zoals plotseling niet meer kunnen spreken of evenwichtsproblemen krijgen. Ook barstende hoofdpijn kan voorkomen. Maar nogmaals, hoe onaangenaam ook, dit wijst op de herstelfase.

Er zijn al miljoenen mensen (en dieren) geweest die kanker en tumoren hebben gehad en volledig zijn genezen door remissie, vaak zonder zelfs te weten dat ze kanker hadden. Hier hebben oncologen geen antwoord op. Gelukkig hebben we de Germaanse geneeskunde, waar wel een antwoord op wordt geboden. Dank aan Brecht Arnaert, Dr. Lanka, Ayurveda en de Germaanse geneeskunde.

Nieuwe inzichten

Het is niet juist om te zeggen dat hersencellen niet groeien. Probeer het concept van de cel zoveel mogelijk te vermijden en spreek over weefsels. Van Dr. Lanka heb ik geleerd dat de indruk van een cel is dat cellen niet bestaan. Deze indruk ontstaat doordat ze worden bekeken onder een elektronenmicroscoop, waarbij het dubbele membraan van de celwand een optische illusie lijkt te creëren, een refractiepatroon.

Volgens Lanka bestaan alleen de celkernen. Deze celkernen hebben een membraan waarin het DNA zit. Deze celkernen zweven door het lichaamsvocht, dat zich tussen de weefsels van onze spieren bevindt. Dit is van cruciaal belang. Daarom is het hele verhaal van receptoren op cellen en vergelijkbare concepten eigenlijk fictie.

Wat ik wil benadrukken is dat in de hersenen gliaweefsel aanwezig is, wat bindweefsel is, en dit bindweefsel groeit wel degelijk. Anders zouden we geen groei kunnen waarnemen in de hersenen. Hoewel dit geen zenuwcellen zijn, begin ik me af te vragen of zenuwcellen eigenlijk wel bestaan. Er heerst zoveel fictie in de microbiologie, omdat het zo’n klein domein is en omdat er weinig echt diepgaand onderzoek naar wordt gedaan, waardoor men vrijwel alles kan beweren.

Het is opvallend dat zowel de Chinese geneeskunde als de Ayurveda ook spreken over weefsels in plaats van cellen.

Mijn serieuze twijfels over cellen komen voort uit het feit dat ze een voorbeeld zijn van dualisme, met het concept van binnen en buiten. Echter, weefsels kennen geen dergelijke dualiteit. Ze hebben zelfs geen duidelijke definitie. Dit is waarom ze ook een onduidelijke suffix hebben: ‘soul’. Weefsel is een concept dat niet eenvoudig te definiëren valt.

Net zoals woorden als “oneindig-heid” en “onduidelijk-heid” aangeven, zijn transcendentale noties inherent vaag. Het zijn zelfs geen duidelijke concepten, maar eerder vage noties die geen begin of einde hebben. Neem bijvoorbeeld botweefsel, dat is duidelijk afgebakend met een begin en einde. Bindweefsel is al minder duidelijk afgebakend, en vetweefsel nog minder. Het is moeilijk om precies te bepalen waar een bepaald weefsel begint of eindigt.

Je zou zelfs kunnen stellen dat het astrale lichaam of de aura ook als een soort weefsel kan worden beschouwd. Om dit te begrijpen, moet je je geest wijd openen en alles zien als een continuüm van densiteit, een continuüm van gradaties. Aan de ene kant heb je de hoogste gradatie, oneindigheid, en aan de andere kant het laagste punt. Zelfs het punt en de oneindigheid zijn in wezen één.

Ik begrijp dat dit heel abstract klinkt, maar het is belangrijk om vanuit een holistisch perspectief te denken.

In de hersenen wordt het oedeem zichtbaar op een CT-scan als een zwarte holte. Dit komt doordat CT-scans röntgenstralen gebruiken, en gebieden met water, waar de densiteit laag is, laten de stralen door of weerkaatsen ze met minder weerstand, waardoor ze er zwart uitzien. Zodra de stresspiek tijdens de epicrisis plaatsvindt, begint het gliaweefsel zich te herstellen. Ik zeg dus nooit meer “gliacellen”, omdat ik nu moet aannemen dat cellen niet bestaan. Dat is een behoorlijke mentale uitdaging.

Dr. Lanka heeft hier een artikel over gepubliceerd. Het gliaweefsel groeit dan terug en vult de volledige holte op. Omdat dit weefsel een hogere densiteit heeft dan het oorspronkelijke weefsel, lijkt het alsof de holte is gevuld. Het is echter belangrijk op te merken dat het geen echt gat is dat zwart is; het is gewoon weefsel met een lagere dichtheid. Dit moet ik nog verifiëren.

Als je zou zeggen dat er een holte is die gevuld is met water, is dat niet zo’n probleem. Maar wat wel problematisch is, is beweren dat zenuwcellen de enige cellen zijn die niet groeien en zich niet repliceren. Ten eerste moeten we serieus twijfelen aan het concept van cellen, en ten tweede gaat het niet om die zenuwcellen, maar om het gliaweefsel, en dat groeit wel degelijk.

Wanneer het gliaweefsel teruggroeit, wordt dit op de CT-scan wit, en het groeit vanaf de buitenranden van de voormalige holte naar binnen toe. Dan zie je dat de rand die eerder scherp was vanwege de inslag, steeds onscherper wordt. Dit is zichtbaar op progressieve CT-scans. En trouwens, het is ook niet juist dat het algoritme werd aangepast.

Ik ben bekend geraakt met Ilse Deborah Lakens, die wordt beschouwd als de beste GNM-therapeute ter wereld, en zij blijft nog steeds CT-scans lezen, zelfs tot op de dag van vandaag. Misschien zijn de concentrische kringen van de Hamerse Haard niet meer zo duidelijk zichtbaar op moderne scans. Dat kan waar zijn, laten we dat maar open laten, het is misschien ook niet de kern van het probleem in dit bericht.

De essentie van het probleem in je bericht zou kunnen zijn dat het lijkt alsof het gaat over de zenuwcellen, terwijl het eigenlijk om het gliaweefsel gaat dat teruggroeit en waarop de bedrading plaatsvindt. We moeten het idee van zenuwcellen achterwege laten, omdat het te materialistisch is. In plaats daarvan moeten we begrijpen dat frequenties, de energetische banen, zich opnieuw door dat gliaweefsel laten bewegen. Het is dus een energetisch proces.

Ik moet nog dieper ingaan op het hele concept van cellen. De celtheorie stamt uit 1846 en is bedacht door Rudolf Virchow, die later zijn eigen theorie heeft herroepen. Dit zijn zeer belangrijke zaken. De uitvinder van de celtheorie heeft zijn eigen ontdekking in twijfel getrokken. Dit alles vond plaats in de 19e eeuw, die wordt beschouwd als de meest destructieve eeuw voor de wetenschap, het absolute dieptepunt van de moderniteit. Het is dan ook geen toeval dat dit tijdperk werd gevolgd door de Eerste Wereldoorlog, omdat er geen lager bewustzijnsniveau denkbaar was dan in de 19e eeuw. Daarom was er in die tijd ook zoveel interesse in spiritisme en een grote behoefte aan spiritualiteit, zij het op een nogal primitieve manier, omdat het tijdperk gedomineerd werd door een materialistische jungle.

Ik zou me vooral concentreren op de hersenen, aangezien die het moeilijkst zijn. Het gliaweefsel is het enige weefsel dat die holte vult en het groeit wel degelijk. In plaats van te zeggen dat tumoren niet bestaan, zouden we eigenlijk moeten streven naar het verwijderen van de negatieve lading van het woord ’tumor’. Woorden met een “O” hebben vaak een donkere connotatie, die neigt naar zware energie. Daarom zou ik het liever herstelweefsel noemen.

Alle extra weefsels van het endoderm en het oud mesoderm noem ik hulpweefsel, omdat ze groeien tijdens de conflict-actieve fase en vervolgens worden verwijderd door schimmels en bacteriën tijdens de herstelfase.

Bij tumoren van het nieuw mesoderm en het ectoderm verdwijnt eerst het weefsel en moet dat dus worden aangevuld. Eigenlijk zouden we dat beter herstelweefsel noemen. Als we nu eens tumoren van het endoderm en oud mesoderm hulpweefsel noemen, zoals extra longblaasjes die helpen, en als we het weefsel van het nieuw mesoderm en ectoderm dat in de herstelfase komt gewoonweg herstelweefsel noemen, dan krijgen we al een veel positievere kijk op wat er gebeurt.

Het biologische nut van het nieuw mesoderm ligt dus in de herstelfase. Maar daar gaat het verder dan alleen herstel. Als ik zou zeggen “herstelweefsel”, dan dek ik eigenlijk niet de volledige lading. Dat zou wel gelden voor de ectodermale weefsels, maar voor de nieuw mesodermale weefsels is er eigenlijk nog een extra laagje bovenop. Het wordt niet alleen hersteld, maar ook verstevigd. Dit verstevigingsweefsel is vooral duidelijk in de tumoren en moeten we daarom dit weefsel “verstevigingsweefsel” noemen.

Dus, we hebben hulpweefsel in de conflictactieve fase van endodermale en oud mesodermale programma’s, en herstelweefsel in nieuw mesodermale en ectodermale programma’s. In nieuw mesodermale programma’s komt er bovenop het herstelweefsel nog eens verstevigingsweefsel. Het is dat verstevigingsweefsel dat men ook tumoren pleegt te noemen. En als het dan gaat over de hersenen, daar heb je geen verstevigingsweefsel, daar heb je gewoon herstelweefsel dat dan de ruimte, het oedeem, vult.

Het is een energetisch proces waarbij de zenuwbanen eigenlijk als het ware worden ingeslepen in het gliaweefsel. Ik denk dat daar echt iets bijzonders aan ten grondslag ligt. Ik weet het niet zeker, maar ik voel gewoon aan dat het zo is. We onderschatten vaak het belang van het energetische aspect. Laat me een voorbeeld geven. Momenteel ben ik bezig met onderzoek naar DNA.

Het basisidee is dat DNA fungeert als een soort opslagplaats, een bibliotheek van instructies in de celkern. Het is werkelijk verbazingwekkend als je erover nadenkt. Het bevat blauwdrukken voor proteïnen. De celkernen en stukjes DNA worden gekopieerd naar RNA, dat vervolgens naar de ribosomen gaat. De ribosomen gebruiken deze plannen om proteïnen te produceren.

De proteïne-fabriekjes, dat is het idee. Maar Dr. Lanka zegt dat 80% van het DNA niet eens codeert voor proteïnen. Men noemt dit dan junk-DNA. In plaats van te zeggen: “Hey, we begrijpen niet wat 80% van dit DNA doet”, richt men zich op de kleine minderheid waarvan men denkt dat men begrijpt wat het doet, en geeft men deze de hoofdfunctie. Wat de werkelijke hoofdfunctie van het DNA is, als het al bestaat, dat weten we dus niet.

Wat Dr. Lanka zegt, is dat proteïnen gewoon verschijnen, zonder dat we weten waar ze vandaan komen. In mijn optiek is dat ook weer een manifestatie van het energetische in de materie. Je zou het kunnen beschouwen als een emanatie. Het is wonderbaarlijk als je er zo over nadenkt, want als we naar het hele grote gaan, dan is het hele universum, alle materie, ook geëmaneerd uit de oneindigheid. Ik noem dat een halve oneindigheid, vanaf ons lichaam naar de buitenste oneindigheid toe. Maar als je naar de binnenkant gaat, daar is ook alles oneindig klein. Het kleinste deeltje bestaat niet. Dus vanuit die innerlijke oneindigheid, dat is de andere helft van de oneindigheid.

Het concept van half-oneindigheid is inderdaad intrigerend en kan in veel gevallen een oplossing bieden waar traditionele logica tekortschiet. Het is inderdaad een concept dat moeilijk logisch te bevatten is, omdat het zich bevindt tussen eindigheid en oneindigheid, twee uitersten die we gewend zijn te begrijpen. Toch lijkt half-oneindigheid de grondslag van het leven te zijn, en het is fascinerend om te zien hoe dit concept in verschillende contexten van toepassing kan zijn.

Wat betreft het verschijnen van proteïnen vanuit het schijnbare niets, het herinnert ons eraan dat ‘niets’ eigenlijk niet bestaat. Er is altijd iets, zelfs als het voor ons niet direct waarneembaar is. Het lijkt erop dat er een diepere, onbegrepen bron van creatie is die onze traditionele wetenschappelijke begrippen overstijgt. Dit opent nieuwe perspectieven en nodigt uit tot een diepgaandere verkenning van de mysteries van het universum.

Met dank aan Brecht Arnaert

Gepubliceerd op 24/07/2024

Daniël Derweduwen

Delen:

 

Gerelateerde Publicaties

 

  • Voor veel mensen wordt de Germaanse geneeskunde als zweverig beschouwd. Het woord 'zweverig' wordt vaak gebruikt om te verwijzen naar iets dat ongrijpbaar of abstract is, met betrekking tot overtuigingen die niet stevig zijn geworteld in wetenschappelijke feiten. Gelukkig heeft de Germaanse geneeskunde een solide empirisch-wetenschappelijke basis. Ze kan alle ziekten verklaren en zelfs voorspellen, mits men de natuurlijke biologische wetmatigheden volgt. Mensen met een dualistisch gedachtegoed, die absoluut niet dom zijn, uiten vaak dat de Germaanse geneeskunde zweverig en gevaarlijk is. Met andere woorden, zij begrijpen het concept niet en gebruiken het label "zweverigheid" als een manier om de [...]

    By Published On: 16/04/2024
  • De tuberculose schimmelbacteriën Tuberculosebacteriën hebben een symbiotische relatie met het menselijke organisme en vervullen een vitale rol in het in stand houden van lichaamsweefsels die onmisbaar zijn voor onze overleving. Microben behoren tot de eerste levensvormen. De placenta, die de zich ontwikkelende foetus met de baarmoeder verbindt, is niet steriel, zoals eerder werd aangenomen, maar herbergt een rijke verzameling aan bacteriën. Bacteriën ondersteunen het genezingsproces al in het organisme van de foetus! “Al meer dan een eeuw gaan wetenschappers ervan uit dat baby’s na negen maanden in een steriele baarmoeder, kiemvrij, ter wereld komen. Nieuwe studies weerspreken dat: bacteriën verblijven [...]

    By Published On: 16/04/2024
  • Vergeetachtigheid Het is inderdaad van groot belang om vanuit een biologisch perspectief naar vergeetachtigheid te kijken, niet alleen bij ouderen maar ook bij kinderen. Bij ouderen kan vergeetachtigheid veroorzaakt worden door chronisch actieve of terugkerende scheidingsconflicten, zoals het verlies van een levenspartner of de overgang naar een rusthuis waarbij dierbare bezittingen plotseling weg zijn. Dit kan leiden tot beperkingen in het korte termijngeheugen en problemen met denkvermogen, de dag plannen en dagelijkse taken. Vanuit een biologisch oogpunt heeft vergeetachtigheid een doel: het vergeten van traumatische ervaringen of scheidingen om verdere emotionele pijn te voorkomen. Zelf heb ik bijvoorbeeld gewelddadige mishandeling [...]

    By Published On: 12/03/2024