Wat is maagkanker?
Maagkanker is een vorm van kanker die in de grote kromming van de maag ontstaat. De medische term hiervoor is maagcarcinoom. Het gaat om een bloemkoolachtige tumor van het secretorische type met als doel meer verteringssappen te produceren om zo beter te kunnen verteren. Maagkanker kan verschillende klachten geven, zoals het gevoel hebben dat het eten niet goed zakt of bij het eten van een kleine hoeveelheid, het gevoel hebben helemaal verzadigd te zijn. Het kan ook gepaard gaan met zuurbranden of maagpijn, misselijk worden bij etensgeuren, vermoeidheid, duizeligheid of een voortdurend licht gevoel in het hoofd.
Maagkanker komt voor in de grote kromming of het middelste oppervlak van de maag, die tot het endodermale kiemblad behoort. Het maagslijmvlies van de grote kromming bestaat uit cilinderepitheel. De kleine kromming van de maag strekt zich uit van de slokdarmsluitspier tot het maagportier en dit slijmvlies bestaat uit plaveiselepitheel, wat tot het ectodermale kiemblad behoort (zie ook het artikel over maagzweren en maagontstekingen).

Functie van de maag
Via de maagmond of de slokdarmsluitspier komt de spijsbrij uit de slokdarm in de maag terecht. De maag vormt de verbinding tussen de slokdarm en het darmkanaal en de bovenkant van de maag ligt tegen het middenrif. De spijsbrij zakt via de maagportiersluitspier naar de twaalfvingerige darm. De grote kromming van de maag bevat maagslijmvliesklieren van het secretoire type die maagzuur en verteringssappen produceren om de vertering van het voedsel mogelijk te maken. Er wordt voornamelijk pepsine en zoutzuur geproduceerd om de eiwitten uit het voedsel te verteren. De slokdarmsluitspier voorkomt dat de maaginhoud terugvloeit in de slokdarm.
De maag, met uitzondering van de kleine kromming, en de twaalfvingerige darm, met uitzondering van de Bulbus duodeni, bestaan uit intestinaal cilinderepitheel, dat afkomstig is van het endoderm, en worden bijgevolg aangestuurd vanuit de hersenstam. Volgens Dr. Hamer ligt er boven de kleine kromming en de Bulbus duodeni dwarsgestreept spierweefsel. Op de grote kromming van de maag liggen gladde spieren die eveneens tot het endodermale kiemblad behoren.
De controlecentra van de maag en de twaalfvingerige darm zijn ordelijk gerangschikt in de ringvorm van de hersenstam. Het hersenrelais in de hersenstam stuurt de organen van het spijsverteringsstelsel aan. Het relais of controlecentrum van de maag bevindt zich tussen het relais van de slokdarm en de lever. Het relais van de twaalfvingerige darm bevindt zich tussen het relais van de dunne darm en de alvleesklier.

Het biologische conflict met betrekking tot maagkanker
De conflictnuance bij endodermale weefsels gaat altijd over een brok. Met betrekking tot de maag is de brok gerelateerd aan voeding, zoals een reële voedingsbrok niet kunnen verteren. Dit komt bij dieren vaak voor. Bij de mens kan het conflict ook betrekking hebben op elke situatie of omstandigheid die men figuurlijk gesproken niet kan verteren. Het onderbewustzijn van de mens kan geen onderscheid maken of de brok over reële voeding gaat of over een figuurlijke situatie.
Het conflict heeft te maken met iets niet kunnen verteren of mentaal niet kunnen verwerken. Bijvoorbeeld een ergernis ten opzichte van een buur, vriend, baas, collega of schoonmoeder. Er ligt als het ware een steen op de maag.
Je kan je elke dag opnieuw ergeren aan een bepaalde situatie zoals een toegezegde loonsverhoging die je toch niet krijgt; of omdat een familielid dat in hetzelfde huis woont, aanvoelt als een infiltrant; of de situatie waarbij je iets sterk onder de waarde moet verkopen omdat je dringend geld nodig hebt.
Een 45-jarige gehuwde vrouw met twee kinderen werkt in een sociale inrichting als bewegingstherapeute. Deze baan is voor de vrouw erg onbevredigend en voortdurend vraagt zij zich af wat de zin van haar werk is. Dat veroorzaakt een ergernis in haar territorium. Wanneer ze een andere baan vindt die haar wel voldoening schenkt, komt ze in de genezingsfase met nachtelijk zweten en maagpijn.
De conflictactieve fase

Zodra het zinvol biologisch programma is opgestart na de conflictsituatie ontstaat er een verhoging van de functie. Dit is evenredig aan de duur en intensiteit van het conflict. Meestal gaat het om een bloemkoolachtige tumor van het secretorische type. De biologische zin is om de vastzittende brok met meer verteringssappen beter te kunnen verteren en te absorberen. Dit alles staat in het teken van het oplossen van een conflictsituatie.
Indien het conflict langdurig is of blijft hangen, ontwikkelt zich in de maag of twaalfvingerige darm een vlakgroeiende adenoca van het absorptieve type om de brok beter te kunnen opnemen. Dit wordt door de reguliere geneeskunde een maagwandverdikking, slijmvlieshyperplasie of duodenale kanker genoemd, als gevolg van de aanhoudende weefselvermeerdering. Als de mate van de celdeling een bepaalde grens overschrijdt, beschouwt de conventionele geneeskunde de kanker als ‘kwaadaardig’; onder die limiet wordt de tumor als ‘goedaardig’ beschouwd of gediagnosticeerd als een poliep.
Soms kan er een gedeeltelijke verlamming ontstaan van de endodermale maagspieren. Dit is gekoppeld aan het niet kunnen passeren van een onverteerbare brok en noemt men gastroparese. Tijdens de conflictactieve fase vertraagt de peristaltiek van de maag. Dit veroorzaakt maagkrampen en misselijkheid. Ook de beweeglijkheid van de buikspieren wordt hierdoor ingeperkt.
De helingsfase
De genezingsfase begint van zodra er een conflictoplossing heeft plaatsgevonden, met een normalisering van de functie tot gevolg. Schimmels en mycobacteriën zullen dankzij een tuberculeuze verkazende afbouw het extra hulpweefsel, dat niet langer meer nodig is, afbreken. Schimmels en TBC-bacteriën zijn maagzuurbestendig. Typische helingssymptomen zijn: buikpijn, maagpijn, misselijkheid en indigestie.
Er kan zich tijdens de genezingsfase een maag- of duodenale candida voordoen die chronisch wordt indien het individu zich in een hangende genezing bevindt vanwege voortdurende recidieven. Indien de schimmelbacteriën niet meer voorhanden zijn wegens antibioticamisbruik blijft het extra kankerweefsel achter en wordt dit ingekapseld door bindweefsel. In de reguliere geneeskunde wordt dit gediagnosticeerd als een ‘goedaardige kanker’ of als een maag- of duodenale poliep.
Een ingekapselde tumor kan jarenlang klachtenvrij blijven als er genoeg plaats is voor de ‘spijsbrij’ en de doorgang open is. De epicrisis van de helingsfase gaat gepaard met nachtelijk zweten, rilkoorts en braken. Tijdens het braken kan het braaksel bloed bevatten afkomstig van de bloedvaten in de tumor.
Opmerking: het eten van bedorven voedsel veroorzaakt ook maagklachten en overgeven. Als slecht voedsel echter kan worden uitgesloten als oorzaak, is braken een teken dat het ‘onverteerbare brokconflict’ is opgelost en dat de brok wordt uitgedreven, zelfs zonder hulp van microben.
Er is diagnostisch bewijs dat zuurremmers alleen werken bij een zinvol biologisch speciaalprogramma van het ectodermale oppervlakkige maagslijmvlies, maar niet bij een ZBS van het dieperliggende endodermale maagslijmvlies.
Een maagbloeding is in feite een genezingsfase van een adenoca: verkazende afbouw van de tumor door schimmels en bacteriën. Typische symptomen zijn bloeding, braken, koorts, nachtelijk zweten en een sterke bloeding tijdens de epicrisis, wat gepaard gaat met hyperperistaltiek. Soms is het hierbij nodig om een bloedtransfusie te geven.
Therapie:
Het is belangrijk om het conflict en de bijhorende sporen zo goed mogelijk op te lossen.
Opletten met bloedverdunnende medicatie: de bloeding tijdens de genezingsfase kan gevaarlijk worden.
Volgende affirmaties zijn nuttig: ‘Ik sluit vrede met mezelf en mijn familie’, ‘Wat gebeurd is, is in orde: het heeft zin!’
Het is aan te raden om veel te kauwen, tot wel 40 x per hap zodat verteringssappen en -enzymen gemakkelijker in de spijsbrij kunnen binnendringen. Probeer echt te genieten met extra aandacht. Drink thee van duizendguldenkruid, alsem, majoraan, anijs en bosbesblaadjes.
De maag is goed te behandelen met massage, reflexzone-massage en acupunctuur.
Ondersteuning bij maagkanker
Allium sativum: look
Brassica oleracea var. italica: broccoli
Chlorella pyrenoidosa: Chlorella
Curcuma xanthorrhiza: Javaanse gember
Lentinula edodes: Shiitake
Linum usitatissimum: lijnzaadolie
Nasturtium officinalis: Witte waterkers
Solanum lycopersicum: Tomaat
Spirulina platensis: Spirulina
Trifolium pratense: rode klaver
Met dank aan: Caroline Markolin https: //LearningGNM.com Arjen Lievers https://www.germaansegeneeskunde.nl/index_ziekten_gnm/ voor diepgang in de Germaanse geneeskunde.
Björn Eybl, zielsoorzaken van ziekte: ISBN: 978-3-85052-299-1 Ik kan dit boek aanbevelen om zelfstudie te doen.
Dr. Geerd Ryke Hamer
Gerelateerde Publicaties



