Overgewicht en morbide obesitas

Er zijn mensen die constitutioneel gezien mollig zijn en daarbij kerngezond zijn. Daar is er geen sprake van overgewicht. Omgekeerd geldt ook: er zijn mensen die van nature eerder mager zijn zonder dat er sprake is van ondergewicht. Een mager of een mollig persoon kan ziek worden als er een onevenwicht ontstaat in hun constitutie.

Ongezonde mensen met overgewicht leven niet naar het leven. Hetzelfde geldt voor ongezonde magere personen. In dit artikel heb ik het over de mensen met overgewicht, waarbij je meer weegt dan je constitutionele gewicht.

Jammer genoeg zijn er vandaag de dag veel mensen en zelfs kinderen met overgewicht of morbide obesitas in onze maatschappij.

Overgewicht en obesitas volgens de Germaanse geneeskunde

Overgewicht en obesitas kennen veel verschillende oorzaken, die soms cumuleren. Eén ding staat vast, er zijn steeds toxines en afvalstoffen mee gemoeid, uitzetting van de taille, oedeem, vetopslag en psychologisch betekent het vaak ‘niet echt kunnen gronden’ of ‘je diep van binnen niet veilig voelen’.

Het heeft ook te maken met je eigen veilige plek op deze wereld niet kunnen toe-eigenen. Onderliggend kan er ook een Syndroom of actief nierverzamelbuizenprogramma werkzaam zijn. Een bestaans-, existentie-, vluchteling- of een eenzaamheidsconflict is één van de meest voorkomende oorzaken. Ook het voedingspatroon, emotioneel eten en de levensstijl zijn gecorreleerd met overgewicht.

Hieronder licht ik een aantal voorbeelden toe.

Conflict 1 – Biologisch actieve nierverzamelbuizen programma

De nierwerking begrijpen

Metaforisch gezien zijn de nieren een vergiet. Je kookt spaghetti en je voegt een beetje zout aan het kookwater toe. Als de spaghetti gaar is neem je een vergiet en je haalt de spaghetti uit het kookwater. Maar je moet het zout in het kookwater er nog uithalen. Dat is precies wat de nieren elke dag doen.

Het nierbasisweefsel haalt alles uit het bloed en sluist het door naar de nierverzamelbuizen. Deze geven alles terug aan het bloed, behalve wat er teveel is. Het gaat om urinezuur, water, creatinine, natrium, kalium, vitaminen, enzymen, hormonen, ureum, mineralen en.

Alles wat teveel is, wordt verzameld in de urine en vloeit via de nierkelk en het nierbekken richting blaas. De nieren filteren dagelijks ongeveer 180 liter bloed. 99% van het filtraat wordt geabsorbeerd door de nierverzamelbuizen en terug aan de bloedbaan afgegeven.

Opmerking: het zoutgehalte van lichaamsvloeistoffen, met name van traanvocht, bloed en vruchtwater, komt exact overeen met de isotone zoutconcentratie van zeewater, namelijk 0,9%. Dit suggereert heel duidelijk dat het organische leven in de oceaan is ontstaan.

De nierverzamelbuizen of distale tubuli, zijn meestal betrokken bij overgewicht en obesitas en behoren tot het endodermale kiemblad, aangestuurd door de hersenstam. Er zijn twee controlecentra die zich in de onmiddellijke nabijheid van de hersenrelais van de spijsverteringsorganen bevinden.

Endoderm kenmerkt zich met weefseltoename tijdens de conflictactieve fase, en weefselafname als het conflict is opgelost en je in de herstelfase gaat.

Als je overleving bedreigd wordt, ontstaat de conflictactieve fase waarbij het lichaam vocht begint vast te houden. Er ontstaat een opstapeling van water, veroorzaakt door de weefseltoename in de nierverzamelbuizen.

De urineproductie vermindert en het vocht wordt vastgehouden om de episode van ‘watertekort’ te overbruggen. Als de bedreiging op je overleving niet opgelost wordt, ontstaan er chronische conflictactieve nierverzamelbuizen. Dit is verreweg de meest voorkomende oorzaak van overgewicht en obesitas.

Met als gevolg: gewichtstoename ondanks het feit dat men weinig eet en een redelijk goede stofwisseling heeft. Er is vaak donker gekleurde urine. Uit de stoelgang wordt het vocht onttrokken met verharde feces of neiging tot verstopping.

Het biologische conflict met betrekking tot de nierverzamelbuizen

Het conflict gaat over een levensbedreigende situatie waarin je uit je omgeving bent gehaald. Dit gaat archaïsch terug naar een tijd waar het leven zich louter in de oceaan bevond. Water is dus de oorspronkelijke omgeving van alle levende organismen.

De embryo en de foetus ontwikkelen zich ook in een veilige waterzak. Mensen ervaren dit conflict letterlijk, en voelen zich ook in figuurlijke zin als een vis die op het droge. Het conflict die de nierverzamelbuizen activeert ontstaat als er sprake is van een verlatingsconflict, bestaansconflict of vluchtelingconflict.

Een verlatingsconflict is geassocieerd met een eenzaamheidsconflict zoals zich moederziel alleen voelen. Dit heeft ook te maken met het contact verliezen van onze roedel of familie. Een verlatingsconflict ontstaat meestal vlak na de geboorte als je je niet welkom voelt, mama en papa weg zijn als je in een couveuse ligt, of in een weeshuis of pleeggezin bent terechtgekomen.

Het heeft te maken met een gevoel van ongewenst, verdreven, afgewezen, geïsoleerd, genegeerd, onbegrepen en uitgesloten zijn. Kinderen ervaren dit als ze in de kinderopvang worden geplaatst of als hun ouders geen of weinig tijd doorbrengen met hun kinderen. Soms speelt ook de rivaliteit met een broertje of zusje omdat de moeder de aandacht deelt met hen, of een familielid dat is overleden en dat de aandacht van mama en papa opeist.

De psyché van een baby kan de realiteit niet vatten en verlatingsconflicten komen dan extra hard aan. Het is het verlies van een veilige en emotionele schuilplaats. Hetzelfde kan gezegd worden over ouderen die in verpleeghuizen belanden, weg van hun huis en gezin.

Een bestaansconflict is letterlijk een angst voor je leven, net zoals de vis die uit het water wordt genomen en dreigt te sterven. Deze angst wordt vaak veroorzaakt door de diagnose kanker of een negatieve prognose die wordt geassocieerd met ‘mijn leven staat op het spel’.

Voorbeeld: een man krijgt de diagnose van prostaatkanker en lijdt aan een existentieel conflict. Wachten op de spoedafdeling, in een ambulance liggen en een ziekenhuisopname, chemokuren ondergaan, chirurgie, zich niet verzorgd voelen, niet weten wat er komen gaat, een gebrek aan ondersteuning door artsen, verpleegkundigen of familieleden, het heeft allemaal een effect.

Je ligt in een vreemde angstaanjagende omgeving en deze roept ook bestaans- en verlatingsconflicten op. De angst om naar het ziekenhuis te moeten, kan het conflict al activeren.

Een bestaansconflict heeft ook betrekking op iemands levensonderhoud. Het gevoel achter het conflict is: “Ik ben alles kwijt“. Dit kan het verlies van een werkplek zijn, financiële verliezen, het verlies van een huis of het verlies van een persoon die zekerheid bood, op economisch of emotioneel gebied.

Voorbeeld: iemand heeft een bankkrediet lopen. Hij verliest zijn werk en kan zijn hypotheek niet verder afbetalen. Dit leidt tot een existentie- of bestaansconflict.

Een vluchtelingconflict wordt ervaren als in de woestijn geworpen worden, of je te voelen als een schipbreukeling, ontworteld of in ballingschap zijn. Dit gebeurt bv. als gevolg van een onverwachte overplaatsing of verhuizing, verandering van buurt, verandering van school of gedwongen worden het huis of geboorteland te moeten ontvluchten.

Voorbeeld: een 10-jarige jongen moet met zijn ouders 700 km van huis weg. Hij raakt al zijn vrienden en zijn vertrouwde omgeving kwijt en voelt zich alleen. Ook op school loopt het niet goed. Hij drinkt wel veel, maar plast te weinig. Telkens wanneer hij met vakantie op bezoek gaat naar zijn thuisbasis, kan hij beter plassen en verliest hij ook gewicht.

Op reis gaan, weg van een vertrouwd huis of geliefde kan het conflict ook veroorzaken. Luchtreizigers zijn bijzonder vatbaar voor vluchtelingconflicten. Ook kan een ongemakkelijk gevoel in een vliegtuig, zoals vliegangst, een bestaansconflict veroorzaken.

Een scheiding kan ook ervaren worden als een vluchtelingconflict. Een vrouw komt erachter dat haar echtgenoot vreemd gaat. Als hij na drie jaar nog altijd omgaat met zijn vriendin, vraagt zij de scheiding aan. Binnen het jaar komt zij 15 kg aan, dit heeft te maken met een actief vluchtelingconflict.

Ook dieren kunnen bestaans- of existentieconflicten ervaren. Een oude kat uit het asiel krijgt een nieuwe thuis. Enkele dagen later worden er nog enkele jonge katjes extra in huis genomen. De oude kat gelooft opnieuw aan de kant te worden geschoven. Door vochtopslag neemt zij in één dag tijd 0.5 kg lichaamsgewicht toe (= existentieconflict).

Voorbeelden van bestaansconflicten

Een vrouw wordt in het ziekenhuis opgenomen. Niemand heeft werkelijk tijd voor haar. Ook artsen bekommeren zich nauwelijks om haar en ze ervaart een vluchtelingconflict. Dit kan zeer ernstig zijn wanneer iemand in het ziekenhuis wordt opgenomen en zich daar helemaal verlaten voelt, in een vreemde setting.

Er groeit een tumor in de nierverzamelbuizen in de conflictactieve fase, en er is tuberculeuze afbouw in de genezingsfase.

Een 15-jarig meisje wordt tegen haar zin naar het internaat gebracht. De ouders menen het goed en willen dat ze hiermee haar leerachterstand inhaalt. Het meisje voelt zich helemaal alleen daar in den vreemde. Er speelt een conflict van zich moederziel alleen voelen. Ze wordt zwaarlijvig.

Een 41-jarige patiënt voelt zich niet geliefd door zijn moeder. Zij had een meisje gewenst en de teleurstelling was groot toen er een jongen werd geboren, met rossig haar op de koop toe. Hij moest van zijn moeder 3 maal zijn hoofd laten kaalscheren. Zij hoopte dat er dan bruine haren zouden groeien.

De patiënt vertelt ook dat hij zich door de voortdurende ruzie tussen de ouders niet geborgen voelde. Hij had te leiden onder het conflict van zich eenzaam te voelen. Later krijgt hij in het leven overgewicht (tot 110 kg). Dan valt hij weer af en ‘s nachts heeft hij vaak last van zweetbuien (= hangend conflict).

De conflictactieve fase waarbij je lichaamsgewicht toeneemt

Van zodra het conflict met betrekking tot de nierverzamelbuizen synchroon inslaat in de hersenen, de psyche en het orgaan, ontstaat er weefselvermeerdering die evenredig is aan de intensiteit en de duur van het conflict.

Het biologische doel is het sluiten van de excretiefilter om water, ureum en andere bruikbare stoffen vast te houden zodat het organisme een betere kans heeft om te overleven.

Bacteriën in het lichaam kunnen ureum omzetten in herbruikbare voedende eiwitten. Dit aangeboren waterretentieprogramma is van vitaal belang, omdat zonder water, of door het conflict uit het water te worden geworpen, alle metabolische processen ophouden te functioneren.

Als gevolg van de verhoogde functie, is er groei van een bloemkoolachtig adeno-carcinoom van het secretorische type of een vlakgroeiend adeno-carcinoom van het resorptieve type. In de conventionele geneeskunde wordt dit gediagnosticeerd als nierkanker of niercelcarcinoom. Bij langdurige conflictactiviteit kan de weefseltoename als kwaadaardig worden beschouwd.

Symptomen van deze conflictactieve fase zijn: vocht vasthouden, verminderde urineproductie. verhoogde ureum- en creatininespiegel, en verhoogde urinezuurspiegel.

Het opgehouden vocht gaat naar het vetweefsel en dit leidt tot gewichtstoename. Bij een aanhoudend bestaansconflict, vluchtelingenconflict en verlatingsconflict kan men gemakkelijk meer dan 100 kg wegen. Ondanks voldoende lichaamsbeweging, dieetvoorschriften, detoxen en zelfs vasten.

De mate van vocht vasthouden is gerelateerd aan de intensiteit en duur van het conflict. Andere signalen van waterretentie zijn wallen onder de ogen, oedeem in de polsen en enkels, gezwollen handen en voeten.

Opmerking: de Germaanse geneeskunde biedt inzicht in het toenemende aantal mensen met overgewicht, inclusief kinderen, in de Westerse wereld. Door sociale veranderingen, het uiteenvallen van de traditionele gezinsstructuur, stijgende scheidingspercentages, zuigelingen die in kinderdagverblijven worden achtergelaten, ouderen die in rusthuizen worden gestopt en de zorgwekkende economische ontwikkelingen zoals toenemende werkloosheid, slechte vooruitzichten voor de jeugd en toenemende schulden, ontstaan er bestaansconflicten, waarbij je je niet veilig meer voelt, je op de vlucht bent en je overleving in gevaar komt. Of we tegenwoordig de waterretentie die tot overgewicht leidt nuttig vinden of niet, is niet eens relevant.

Waar het om gaat is dat dit biologische speciaalprogramma zich gedurende miljoenen jaren biologisch heeft bewezen.

Het vasthouden van vocht en urine resulteert in een verminderde urine-uitscheiding. Hoe meer nierverzamelbuisjes betrokken zijn, hoe meer urine vastgehouden wordt. Tijdens de conflictactieve fase is de urine dus geconcentreerd en donkergeel.

Bij minder dan 150-400 ml urine per dag spreekt men van oligurie, bij minder dan 50 ml per dag spreekt men van anurie. Bij conflictactiviteit houdt het organisme niet alleen water vast maar ook verschillende urinesubstanties zoals urinezuur, ureum en creatine.

De waarden van deze stoffen zijn evenredig aan de mate van intensiteit en duur van het conflict samen met het aantal nierverzamelbuizen dat is beïnvloed. De theorie dat een verhoogd urinezuurgehalte gekoppeld is aan een eiwitrijk dieet klopt niet, want vegetariërs kunnen ook een hoog urinezuurgehalte hebben als zij onder een bestaansconflict lijden.

Ureum en creatinine zijn afvalproducten van het eiwitmetabolisme in het lichaam. Als je bestaan in gevaar is kan je spijsvertering niet optimaal werken en heb je minder honger. Het organisme recyclet de vastgehouden stoffen om samen met bacteriën het organisme van voeding te voorzien.

Waarom? Omdat, in biologische termen, het conflict ‘uit het water worden geworpen’ naast het gevaar van uitdroging ook de dreiging van uithongering betekent, in het bijzonder van sterven aan een eiwittekort. Voor deze noodsituatie creëerde de natuur nóg een overlevingsprogramma om toxines zoals ureum en creatinine om te zetten in voedsel, en zo het organisme te helpen de crisis te overleven.

Verhoogde ureum- en creatineniveaus zijn daarom geen ziekten (zoals uremie) of storingen (zoals nierinsufficiëntie), wat wordt beweerd door de conventionele geneeskunde. Deze dienen een biologisch doel. Het vasthouden van ureum en creatine is naast het opslaan van vocht een aangeboren reactie in het geval water en eiwitten gedurende langere tijd niet beschikbaar zijn.

Opmerking: een creatininegehalte boven de 12 mg/dl geeft aan dat de nierverzamelbuizen van beide nieren zijn betrokken. In dit geval is nierdialyse een noodzaak! Niet vanaf 4 mg/dl zoals het in de reguliere geneeskunde gebeurt.

Conflictoplossing

Het vastgehouden vocht wordt onmiddellijk vrijgelaten via de niet aangetaste nierkelken. Afhankelijk van de mate van waterretentie kan de eliminatie van urine overvloedig zijn. We verwelkomen deze urinefase met grote opluchting. De conventionele geneeskunde beschouwt dit overvloedig urineren of polyurie als abnormaal en pathologisch.

De genezingsfase of normalisering van de functie

Na de conflictoplossing verwijderen schimmels of bacteriën zoals TBC het weefsel dat niet langer nodig is om de excretiefilter te sluiten. De urine wordt troebel, omdat afval van de ontbindingsprocessen via de urine wordt afgevoerd. De urine kan ook bloed bevatten en is rijk aan eiwitten. De eliminatie van eiwitten via de urine is hoger dan normaal.

De reguliere geneeskunde heeft daar een leuke naam voor bedacht: proteïnurie of albuminurie. Vanuit de Germaanse geneeskunde weten we dat je in de genezingsfase bent. De genezingscrisis gaat gepaard met nachtelijk zweten, een sterke pijn door zwelling en rilkoorts. Renale candida onthult dat schimmels bezig zijn met het genezingsproces.

Een nierontsteking of nefritis duidt volgens de biologische wetten op een genezingsproces. Als de TBC schimmelbacteriën aanwezig zijn spreekt men van niertuberculose. Een bacteriële infectie van E.coli bacteriën wijst naar de nierkelk of het nierbekken en duidt niet op een infectie maar op een herstelproces.

Infectie bestaat alleen in overdrachtelijke zin. Via röntgenfoto’s ziet men na tuberculose rimpelige nierkelken zonder duidelijke contouren. Dit gebeurt als de helingsfase lang heeft geduurd. De reguliere artsen stellen dan de diagnose van nefrotisch syndroom. Dit syndroom herstelt zich na verloop van tijd. Wees niet bang, het lichaam geneest en weet altijd wat het doet.

Voldoende drinken tijdens de helingsfase is belangrijk om de verwijdering van de restanten van de weefselafbouw te ondersteunen.

Opmerking: de maan correspondeert sterk met vloeistoffen. Mensen met actieve nierverzamelbuizen zijn veel gevoeliger voor de volle maan dan andere. Het versterkt het oedeem bij toenemende of volle maan. Ook weerswisselingen zoals regen of depressie worden sterker ervaren.

Na recidieven vindt men min of meer misvormde nierkelken of kalkafzettingen in de nierkanalen. De reguliere geneeskunde noemt dit nefrocalcinose.

Therapie

De oplossing van dit existentieconflict is het meest urgent en komt op de eerste plaats. Het is belangrijk om eerst de conflicten en sporen te achterhalen en zo mogelijk op te lossen als het conflict nog actief is.

Neem zoutbaden met min 0.9% zoutoplossing (dit verwijst naar de zee, onze oer-thuisbasis). De concentratie van 0.9% beschrijft men als de fysiologische zoutoplossing, omdat ons bloed ook deze concentratie bevat. Zoutbaden met meer dan 0.9% zijn ook goed, want dan wordt er meer water uit het lichaam getrokken, wat in dit geval de bedoeling is.

Ook thermische baden zijn nuttig. Probeer regelmatig te transpireren via sauna, infraroodcabine of dampbaden. Drink voldoende schoon (en levend) water. Volg altijd je gevoel of instinct wat betreft de hoeveelheid. En drink vooral niet te veel wat de natuurgeneeskunde vaak voorschrijft.

Neem geen cortisone omdat dit de nierverzamelbuizen-sympathicotonie versterkt, wat nog meer tot vochtopslag en verergering van de symptomen leidt (vollemaansgezicht). Door cortisone wordt het conflict weer geactiveerd. Zorg voor een behaaglijke en gezellige inrichting, waar men zich thuis voelt.

Draag zacht ondergoed en zorg voor een gezellig warm bed, eventueel met een schapenwollen onderlaag. Gebruik bij het eten ongeraffineerd zout en gebruik niet teveel zout. Eet basische voeding, geen varkensvlees, dat bindt water. Ook een lymfedrainage is aan te raden om de uitscheiding van water te bevorderen.

Gebruik volgende affirmaties: “Er wordt voor mij gezorgd”, “Ik ben veilig en geborgen”, “Ook wanneer ik denk alleen te zijn, is er altijd iemand voor mij”.

Per ongeluk diende prof. Kopp aan een patiënt die in levensgevaar was door acuut nierfalen, een overdosis natriumbicarbonaat toe. Verrassend genoeg verbeterde de toestand van deze patiënt, hoewel men hem eigenlijk geen overlevingskans meer gaf. In de volgende jaren kon prof. Kopp (geboren in 1935) met zijn natriumbicarbonaattherapie meer dan 300 patiënten een nierdialyse besparen.

Conflict 2 – Vetweefsel met eigenwaardeinbreuk

Zich esthetisch niet goed voelen op bepaalde plaatsen in het lichaam leidt tot eigenwaardeinbreuken. Vetweefsel behoort tot het nieuw mesoderm. Na de conflictoplossing ontstaat er overmatige opbouw van vetweefsel. Het conflict recidiveert en de genezing kan zich niet doorzetten, maar blijft hangen, precies op de ervaren probleemzones. Er vormen zich extra vetlagen, sinaasappelhuid en cellulite.

Hoerdoor wordt de eigenwaardeinbreuk alleen maar versterkt. Dit betekent een groot gevaar voor vicieuze cirkels door de self fulfilling prophecy.

Voorbeelden: een vrouw heeft dikke benen en voelt zich daardoor onaantrekkelijk. Haar kind groeit op in de baarmoeder met hetzelfde gevoel van de moeder: zij is ook ontevreden over haar benen en billen en voelt zich eenzaam. Er zijn soortgelijke conflicten in het latere leven.

Conflict actief: afbouw van vetweefsel, necrose vetweefsel. Genezingsfase: herstel vetweefsel.

De natuur kent geen waardeoordeel over dik. Een dik individu is mooi en begeerlijk. Een dier wordt mager als het alleen gelaten wordt. In de hangende genezing wordt er overmatig vetweefsel bijgevormd. De biologische zin hiervan is toename van het vetweefsel en versterking van de vetlaag. Dik is mooi.

Opmerking

Men komt maar moeilijk uit het zinvol biologisch speciaalprogramma (ZBS), als men dagelijks met een gefrustreerde blik in de spiegel kijkt en zichzelf blijft veroordelen of bekritiseren. De beautywar zorgt ervoor dat mensen zich lelijk gaan voelen wanneer ze dikker zijn dan wat ze voorgespiegeld krijgen.

Complicaties: het ZBS werkt in op de aders met het ‘blok aan het been’ conflict. Wanneer de bloedtoevoer in de benen bemoeilijkt is, moet het lymfesysteem als overloopsysteem bijspringen. De capaciteitsgrens is echter snel bereikt. Vloeistof blijft stagneren in het tussenweefselruimte.

Overvoeding en een slechte voeding, een tekort aan beweging, teveel zitten of staan, een tekort aan warmte- en koudeprikkels en algemene verzwakking, zijn extra cofactoren die complicaties veroorzaken.

Altijd in combinatie met existentieconflicten en actief nierverzamelbuissyndroom. Zonder dit syndroom zijn er geen dikke benen.

Het is belangrijk om eerst het existentieconflict en eigenwaardeconflict te achterhalen en reëel op te lossen. Bijvoorbeeld door de spiegels in huis weg te halen, meer te bewegen en actief te sporten. Draag eventueel steunkousen, zorg voor een gezonde voedselinname of verminder of verander de voedselinname. Ook zwemmen, lymfedrainage en massage zijn nuttig.

Conflict 3 – Alfa- en betacellen van de pancreas (diabetes)

Bij angst-walgingsconflicten of weerstandsconflicten voor iemand, ervaart men iets walgelijks. Het weerstandsconflict is afhankelijk van de handigheid, het hormoongehalte en de voorgaande conflicten. De vrouwelijke reactie op overlast is passief terugtrekken. De mannelijke reactie is actief de weg naar voren nemen of de aanval kiezen, terwijl het vrouwelijke zich passief verstarrend en stilhoudend terugtrekt.

Door de ondersuikering, die hiervan het gevolg is, heeft men honger en wordt men dik. Het voedsel kan in deze conflictueuze toestand nooit goed verteren waardoor het lichaam dit opslaat in vetweefsel.

De alfa-eilandcellen worden vanuit de linkerkant van het diencephalon (glucagoncentrum) aangestuurd, de bèta-eilandcellen worden vanuit de rechterkant (insulinecentrum) aangestuurd. De twee hersencontrolecentra zijn precies tegenover elkaar geplaatst. De vrouwelijke reactie of anima, reageert met een passief angst-walgingsconflict, waardoor er minder glucagon wordt geproduceerd, en er dus minder suiker in het bloed is.

Dat resulteert in meer eten. Glucagon is het hormoon dat lichaamssuiker vrijmaakt voor metabolische processen. De mannelijke reactie of animus, reageert met een actief weerstandsconflict waardoor er minder insuline wordt geproduceerd, zodat de glucose in het bloed beschikbaar is voor de adrenaline om meer energie te hebben om te vechten.

De vrouwelijk reactie leidt tot overgewicht. Anima en animus hebben niets met de sekse te maken, het gaat over energie in twee polariteiten. Ook mannen kunnen vrouwelijk reageren en vrouwen kunnen mannelijk reageren.

Er ontstaat een functiebeperking van de alfacellen in de pancreas met een blijvend verminderde bloedsuiker. De reguliere geneeskunde noemt dit hypoglykemie of hyperinsulinemie, en dit leidt tot voortdurende honger door een lage bloedsuiker. Je ervaart hang naar zoet, neiging tot vreetbuien en Gewichtstoename.

Voorbeelden: iemand ervaart angst of afkeer, wordt door schrik bevangen of huivert van schrik. Er is afkeer voor chemotherapie, een stinkende wonde, een zwaargewonde of een afkeer voor de eigen verminking, veroorzaakt door een auto-ongeluk.

Je ervaart een afkeer voor bepaalde dieren zoals slangen. Een kind heeft een afkeer voor het voedsel dat het verplicht moet opeten. Een werkster moet de bevuilde mannentoiletten schoonmaken en dit leidt tot een angst-walgingsconflict. Door de ondersuikering heeft ze voortdurend honger en wordt ze dik.

Een 53-jarige moeder van twee volwassen kinderen leerde haar echtgenoot al op school kennen. Op haar zestiende ontmoette ze voor het eerst de vader van haar partner. Deze ontmoeting ervoer zij als negatief en zij is altijd een afkeer voor deze man blijven voelen.

Gelijktijdig leed zij ook aan een territorium ergernis-conflict in verband met het maagslijmvlies. Ze lijdt meerdere jaren aan boulemie. Opmerking: een boulemie-constellatie = angst-walgingsconflict + territorium ergenisconflict.

Het weefsel van alfa- en betacellen, de eilandjes van Langerhans, behoort tot het ectodermale kiemblad. Op de eilandcellen van Langerhans is er geen weefselafname maar functieverlies. Conflictactief: functieverlies van de alfa-cellen die het hormoon glucagon produceren. Met als gevolg: lichaamssuiker of glycogeen wordt niet in voedende glucose omgezet.

Symptomen: hypoglycemie, drang naar zoet, koud zweet, rillen, bleke huid, het gevoel van slappe benen, concentratie- en bewustzijnsstoornissen en eventueel hoofdpijn. Tijdens de genezingsfase is er een langzame normalisering van de bloedsuikerspiegel. Genezingscrisis: tijdelijke sterke daling van de bloedsuikerspiegel. Dit kan gevaarlijk zijn en een medisch toezicht is belangrijk. Daarna is er een langzame stijging in het glucosegehalte.

Therapie: conflict en sporen achterhalen en zo mogelijk reëel oplossen. In acute situatie: glucose innemen, indien mogelijk via de mond als druivensuiker of vruchtensap, of intraveneus.

Conflict 4 – Verhongeringsconflict met betrekking tot de lever

Een verhongeringsconflict in de vroege kinderjaren leidt later tot een gebrek aan gevoel van verzadiging. Er is angst om de basisbehoeften, zoals voedsel, te verliezen waardoor de overleving in het gedrang komt, ook in figuratieve zin.

Er is angst om te verhongeren of te weinig eten te hebben, of om de baan of partner die voor het inkomen zorgt te verliezen. Bij het eten voelt men niet wanneer men genoeg heeft. Men gaat onbewust hamsteren door te blijven eten voor het geval er magere tijden aanbreken.

Het leverbasisweefsel is van endodermale afkomst. Tijdens de conflictactieve fase is er weefseltoename, en er is weefselafname tijdens de genezingsfase, vaak in combinatie met het nierverzamelbuizensyndroom.

Voorbeelden

Het verhongeringsconflict is gekoppeld aan de lever en aan de archaïsche angst om onvoldoende voedsel of bestaansmiddelen te hebben. Het hoeft daarbij niet om werkelijke verhongering te gaan. Doorslaggevend is de subjectieve beleving: “Straks heb ik niets meer om van te leven”, “Hoe moet ik nu aan voedsel komen?”

Een verhongeringsconflict kan bijvoorbeeld ontstaan na een diagnose van darmkanker. Een patiënt kan de diagnose zo interpreteren dat de darm straks geen voedsel meer zal kunnen opnemen en daardoor de angst ontwikkelen om te verhongeren. Tijdens de conflictactieve fase is er een toename van leverweefsel. Na de oplossing van het conflict wordt dit weefsel, wanneer de daarvoor benodigde mycobacteriën aanwezig zijn, tuberculeus afgebouwd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zegt een moeder tegen haar zesjarige dochtertje: “Je moet je pap opeten, want anders kunnen we straks de kist al bestellen”. Voor een jong kind kunnen dergelijke woorden bijzonder bedreigend binnenkomen. Voedsel wordt rechtstreeks verbonden met overleven en doodgaan. Het kind kan hierdoor een verhongerings- of existentieconflict beleven: “Als ik niet voldoende eet, ga ik dood”.

Wanneer perioden van voedseltekort, angst en tijdelijke geruststelling elkaar voortdurend afwisselen, kan ook het conflict telkens opnieuw geactiveerd en opgelost worden. We spreken dan van een recidiverend conflict. In de genezingsfase ontstaan dikwijls levercysten.

Een moeder moet vanwege haar werk regelmatig langere tijd van huis zijn en is daardoor genoodzaakt haar baby telkens een poos alleen achter te laten. Hoewel zij zelf geen tekort aan voedsel heeft, kan zij de situatie beleven vanuit de bestaanszekerheid van haar kind: “Wie zorgt voor mijn baby wanneer ik er niet ben? Krijgt mijn kind wel wat het nodig heeft?”. De moeder beleeft het existentie- of verhongeringsconflict plaatsvervangend voor haar kind. Het biologische thema ligt dan niet zozeer in haar eigen voedselvoorziening, maar in haar angst dat haar kind niet voldoende verzorgd of gevoed zal worden.

Een patiënte die een kleine onderneming heeft, ligt in het ziekenhuis. Tijdens haar opname krijgt zij te horen dat de verhuurder de huurprijs van haar bedrijfsruimte aanzienlijk wil verhogen, ondanks een eerder gemaakte overeenkomst. Voor haar gaat het niet alleen om een hogere rekening. Onmiddellijk ontstaat de gedachte: “Als dit doorgaat, kan ik mijn zaak misschien niet meer betalen. Hoe moet ik dan nog in mijn levensonderhoud voorzien?”. De bedreiging van haar onderneming wordt daarmee beleefd als een bedreiging van haar bestaanszekerheid. Dit past bij een existentie- of verhongeringsconflict: de archaïsche angst dat de middelen om zichzelf van het noodzakelijke te voorzien, dreigen weg te vallen.

Deze voorbeelden laten zien dat het begrip verhongering ruimer wordt gebruikt dan letterlijk ‘geen voedsel hebben’. Het centrale thema is de subjectief beleefde bedreiging van de bestaans- of voedselvoorziening. De ene persoon vreest letterlijk onvoldoende voedsel te krijgen, een andere vreest dat haar kind niet verzorgd zal worden, terwijl bij een ondernemer het verlies van inkomen dezelfde archaïsche betekenis kan krijgen: “Heb ik straks nog voldoende om van te leven?”.

Conflictactieve fase

Tijdens de conflictactieve fase is er een functieverhoging of groei van een tumor, een adeno-carcinoom van het secretorische of resorptieve type. Verhoging van het enzym cholinesterase in het bloed met als gevolg een verhoogde stofwisseling in de lever. Een solitaire levertumor ontstaat wanneer men aan een plaatsvervangend verhongeringsconflict lijdt.

Het kan ook dat je het existentieconflict van een ander, geliefd persoon overdrachtelijk overneemt. Er ontstaan meerdere tumoren wanneer het jezelf betreft. Vetlever is waarschijnlijk gekoppeld aan een ZBS van de alfacellen. Er is een ophoping van vet in de levercellen, wat overeen kan komen met de biologische zin te overleven bij de dreiging van je bestaan. Mogelijk is alleen het suikerrelais voor de vette lever verantwoordelijk.

Wat is de biologische zin hiervan? Met meer levercellen van het resorptieve type kan de voeding beter verwerkt en opgenomen worden. Met meer levercellen van het secretorische type kan er meer gal geproduceerd worden waardoor de voeding beter verteert. Beide tumoren helpen om het verhongeren te verhinderen en het bestaan veilig te stellen.

Tijdens de genezingsfase is er een normalisering van de functie: er treedt een tuberculeus-verkazende afbouw van de tumor op door schimmels en schimmelbacteriën. De symptomen hierbij zijn leverzwelling, pijn, nachtelijk zweten en koorts. Als er geen bacteriën voorhanden zijn, worden de tumoren ingekapseld en geïsoleerd van de stofwisseling. De genezingscrisis veroorzaakt rilkoorts en sterke pijn.

Opmerking: een lever adeno-carcinoom komt het meest voor in de hongergebieden van Afrika, daar is er een reële kans op verhongering en angst. In het welvarende Westen is het meestal een gevolg van een kankerdiagnose (= iatrogeen) of een typisch gevolg van verhongeringsconflicten in de vroege kinderjaren: er is geen verzadigingsgevoel en dat leidt tot overgewicht.

Therapie: conflict en sporen achterhalen en zo goed mogelijk oplossen als het conflict nog actief bezig is. De volgende affirmaties helpen: “Ik zal leven”, “Mijn Bestaan is veilig”, “Ik heb genoeg te eten”, “God begeleidt mij door al mijn moeilijkheden”.

Conflict 5 – Schildklierbasisweefsel: te traag zijn

Hier is er een brokconflict betrokken van te langzaam zijn, zie ook het artikel over de schildklier op deze website. De rechterschildklier is betrokken: dan kan men iets goeds niet te pakken krijgen omdat men te langzaam is. De linkerschildklier is betrokken: dan kan men iets slechts niet kwijtraken omdat men te langzaam is. Kortom, het heeft steeds te maken met te langzaam zijn.

De conflictactieve fase gaat gepaard met een overactieve schildklier, vaak met een hangende genezing. Er is een verminderde productie van thyroxine en dit leidt tot een onderfunctie van de schildklier. De reguliere geneeskunde verklaart dit als volgt: er is een vertraging van de stofwisseling, er wordt minder energie verbruikt, en dit leid tot gewichtstoename.

Volgende symptomen kunnen opduiken: ontwikkelingsvertraging in de groeifase, zwakte, gebrek aan energie, vermoeidheid, gevoelig voor koude, gebrek aan eetlust, verstopping, droge opgezwollen huid, myxoedeem, diepliggende ogen, enoftalmie, verminderde zweetproductie, verlangzaming van pols en reflexen, lagere bloeddruk, oppervlakkig ademhaling, gewichtstoename of hogere cholesterolspiegels in het bloed.

In de fases van een hangende genezing is er een overmatige afbouw van de schildkliertumor, met een daling van de thyroxinewaarde onder de normale waarde wat leidt tot een schildklieronderfunctie.

Opmerking: in de genezingsfase van elk ZBS daalt tijdelijk de thyroxinewaarde.

Therapie: conflict en sporen achterhalen zodat aan de hangende genezing een einde komt. Thyroxine als medicatie toevoegen wanneer de thyroxineproductie ondanks de conflictoplossing niet opnieuw op gang komt. Wanneer men hier te vroeg mee begint, vermindert het schildklierweefsel de productie van thyroxine nog meer, zodat er geen weg meer terug is. Een levenslange inname van schildklierhormonen is dan noodzakelijk.

Conflict 6 – Bijnierschors, verkeerde keuze gemaakt

Dit conflict heeft te maken met op het foute pad terechtgekomen zijn, de verkeerde keuze hebben gemaakt, op het verkeerde paard gewed hebben, de verkeerde beslissing hebben genomen, zich op glad ijs bevinden of in verkeerde handen zijn gevallen. Voor meer diepgang, zie het artikel over de bijnieren op deze website.

Bij een hangende genezing is er een aanhoudende verhoogde cortisolproductie: dit leidt tot een overfunctie van de bijnieren. In de reguliere geneeskunde spreekt men van morbus cushing, of vetophoping op de romp. Dit zijn dezelfde symptomen als bij blijvende cortisone-inname, of met betrekking tot aldosteron (hyperaldosteronisme, syndroom van Conn).

Een voortdurend verhoogde cortisolspiegel lijkt op een langdurige cortisonetherapie, met als symptomen een hoge bloeddruk, vollemaansgezicht, stierennek, stamobesitas, dikke buik, verhoogde bloedsuiker, spieratrofie, cushingsyndroom of morbus cushing.

Een voortdurend verhoogde aldosteronspiegel met als symptomen een hoge bloeddruk, een daling van de kaliumspiegels, hypokaliëmie metspierzwakte, eventueel hartritmestoornissen, voortdurend dorst hebben, polydipsie en een voortdurende drang om te urineren (= polyurie), voornamelijk tijdens de nacht. Dit is het syndroom van Conn.

In de genezingsfase is er herstel van het weefsel met een verhoogde productie van cortisol of aldosteron. Bij een hangende genezing is er morbus cushing of een overschot aan cortisol, Conn-syndroom of een overschot aan aldosteron. Opmerking: bij elk ZBS stijgt in de actieve fase tijdelijk de cortisolwaarde. Waarschijnlijk zijn er bij het cushingsyndroom met oedeem, ook nog actieve nierverzamelbuizen.

Het is belangrijk om het conflict en de sporen te achterhalen en zo mogelijk op te lossen, zodat aan de hangende genezing een einde kan komen. De volgende affirmaties kunnen helpen: “Ik ben opnieuw op koers en kan mijn tempo hervatten”, “God leidt mij op mijn weg”, “Alles is weer goed”.

Andere factoren die tot overgewicht kunnen leiden

Tekort aan beweging: wanneer energietoevoer, eten en energieafbouw door beweging niet in evenwicht zijn, wordt het overschot in de vorm van vet opgeslagen. Er wordt niet voldaan aan de behoefte van het lichaam voor voldoende beweging, sport of gymnastiek.

Onevenwichtige voeding: arme, dode, industrieel goedkope voeding, geraffineerde voeding, suiker, margarine, frisdrank enz. maken dik en ziek. Het is belangrijk om de voeding om te schakelen naar levende, met liefde bereide voeding.

Aspartaam: met deze nul-calorieën-zoetstof willen mensen slank blijven. Aspartaam wordt ingezet als voer om dieren vet te mesten. Deze stof maakt hongerig, en veroorzaakt bovendien hersen- en zenuwschade. Men kan dus beter stevia gebruiken.

Low-fat diëten: mensen maken de vergissing dat men hierdoor dunner zou worden. Hoogwaardige vetten, boter en kokosolie, en koudgeperste oliën zijn gezond en maken niet dik.

Nevenwerking medicijnen: bepaalde medicatie zoals cortisone, antidepressiva, bepaalde kalmeringsmiddelen, neuroleptica, “de pil”, chemische anticonceptie, bloeddrukverlagers, bètablokkers, insuline enz. Hebben als bijwerking gewichtstoename. Het is belangrijk om deze medicatie zoveel mogelijk te beperken, en het nut en risico tegen elkaar af te wegen. Medicijnen staan in de top 3 van doodsoorzaken (= iatrogene doodsoorzaak).

De houding tegenover het eigen lichaam moet veranderen Door het dik zijn zendt men vaak gevoelens van ontevredenheid tot haat uit naar eigen lichaamsweefsels. Deze houding gaat vaak generaties terug, er is sprake van een familiepatroon.

Zo zegt de moeder telkens weer: “Oh, wat heb ik dikke billen”. De dochter neemt dit patroon over en materialiseert een overeenkomstige realiteit, namelijk dikke billen. Wanneer de rondingen na de puberteit of in de zwangerschap uitgesprokener worden, denkt men: “Oh mijn God, nu ben ik als mijn moeder!”. Daardoor start een speciaalprogramma voor de betrokken vetcellen. De energietoevoer en stofwisseling worden geblokkeerd (= vicieuze cirkel).

Het is ook belangrijk om oude gedachtenpatronen te herkennen en overboord te gooien. Hiervoor kan men bijvoorbeeld EFT of emotional freedom techniques gebruiken. De nieuwe gedachten dagelijks herhalen zodat ze in het onderbewuste verankerd raken.

Probeer eens dit dagelijks ochtendritueel: naakt voor de spiegel gaan staan en je lichaam met mildheid beschouwen en zegenen. En zeggen: “Ik dank je, lichaam, dat je zo’n mooie omhulling voor mijn ziel bent”, “Dank je dat ik mag leven”, “Je bent mooi, precies zoals je bent”, “Jij en ik blijven gezond tot het laatste uur”. Daarna het lichaam met Goddelijk licht omhullen.

Met dank aan: Caroline Markolin, PH.D. https: //LearningGNM.com

Arjen Lievers https://www.germaansegeneeskunde.nl/index_ziekten_gnm/

Dr. Geerd Ryke Hamer

Ayurvedische kijk op overgewicht

1. De dikke darm functioneert niet goed

Er ontstaat een structurele verandering in de dikke darm als gevolg van overbelasting, zie ook het artikel over darmkanker. De darmen zetten uit door buitensporige hoeveelheden afvalstoffen, verdroogde slijmresten, toxines die vastzitten tussen de darmvlokken en uitstulpingen, als gevolg van teveel eten dat niet goed is verteerd. Het gevolg is dat de gezondheid van andere organen negatief wordt beïnvloed, zoals de lever en de bijnieren, en er verschillende stofwisselingsproblemen ontstaan. Dit geldt ook voor kinderen.

De spijsvertering kan niet goed werken, omdat men geen tijd heeft om echt te genieten van het eten. Je kauwt onvoldoende, de voeding is onvoldoende door het speeksel bevochtigd en fijngemalen. Maagsappen kunnen onvoldoende in de voedselbrij doorsijpelen. De voeding verteert onvoldoende in de maag en de dunne darm, waardoor de dikke darm onvoldoende verteerd voedsel ontvangt.

Onverteerd of onvoldoende verteerd voedsel ondergaat een chemisch proces dat vergisting en verrotting heet en eigenlijk afval is geworden, met een verstoorde darmflora tot gevolg. Er is overgroei van bepaalde organismen om dit afval op te ruimen. Het is de biologische taak van bacteriën om afval op te ruimen. Het excrement van bacteriën is giftig, dringt het lichaam binnen en belast de ontgiftingsorganen van het lichaam.

Het lichaam isoleert gifstoffen in vetweefsel om te overleven.

Net zoals ziekte is overgewicht en obesitas ook een overlevingsmechanisme van het lichaam. Het lichaam beschermt zich tegen schadelijke stoffen door extra vetweefsel aan te maken. Met overgewicht of obesitas doet het lichaam dus niets verkeerds, het is om te overleven.

Andere bronnen van schadelijke giftige stoffen zijn: E-nummers en alle additieven die in industrieel bewerkt voedsel zitten, milieuvervuiling, zware metalen, statines, medicijnen. Vanuit het standpunt van het lichaam zijn al deze stoffen lichaamsvreemd, het lichaam herkent ze niet als voeding: het kan deze bijgevolg ook niet metaboliseren. Dat verstoort de stofwisseling met overgewicht tot gevolg.

2. Synthetische zoetstoffen en lightproducten

Synthetische suikers en lightproducten zijn echte dikmakers. Ze worden ook gebruikt in de veeteelt. Je bedriegt je eigen lichaam als je deze zaken consumeert. Zoals aspartaam, hiermee hou je je lichaam voor de gek Aspartaam smaakt zoet, maar het is geen suiker, het zijn lichaamsvreemde eiwitmoleculen die bovendien giftig zijn voor het zenuwweefsel.

De hersenen geven door de zoete waarneming een signaal aan de pancreas om extra insuline aan te maken. De lever stopt met glucose af te geven aan het bloed.

Maar er komt geen suiker in het lichaam en het bloed binnen. Alleen maar lichaamsvreemde stoffen die de spijsvertering en de darmflora verstoren. De bloedsuikerspiegel daalt snel en dat kan gevaarlijk zijn. De lichaamsweefsels geven het signaal ‘ik heb honger’ naar de hersenen, en je krijgt een onbeheersbare drang om koolhydraten te consumeren.

Logisch dat er stofwisselingsproblemen ontstaan en dat gezonde lichaamscellen honger hebben terwijl de kilo’s erbij komen.

3. Bewerkte oliën en geharde vetten

De consumptie van bewerkte oliën, frituurolie en margarine die je in elke supermarkt kan kopen is een verdoken factor die stofwisselingsproblemen veroorzaakt. Deze industrieel bewerkte vetstoffen verteren slecht en creëren verstoppingen in het darmstelsel, maar ook op de celmembranen.

De natuur voorziet weinig onverzadigde vetten of oliën in onze voeding, de reden is dat onverzadigde vetten moeilijker verteren dan verzadigde vetten. Bedenk: als je een soeplepel zonnebloemolie wil, heb je de zaden van tien grote bloemen nodig. Hetzelfde geldt voor maïs, ongeveer 15 kolven voor één soeplepel maïsolie. En door de industriële bewerking zijn deze oliën dan nog eens aangetast door verhitting en chemische bewerking. Deze stoffen zijn lichaamsvreemd, het lichaam herkent deze niet als voeding. Omegavetzuren veranderen dan ook nog eens in transvetten.

Alle bewerkte oliën zijn uiterst giftig voor het lichaam. Biologisch bewerkte oliën van eerste koude persing kun je met mate blijven consumeren. Dat is wel gezond, het lichaam herkent deze oliën als echte voeding. Olijfolie mag je in iets grotere hoeveelheden consumeren. Het is belangrijk om oliën nooit te verhitten, want de hitte tast de olie aan, met oxidatie van de omegavetzuren, waardoor deze lichaamsvreemd en giftig worden.

4. Geraffineerde suikers en zetmelen

Geraffineerde suikers en zetmelen zijn ontdaan van hun voedende mantelstoffen. Het zijn lege calorieën geworden. Het lichaam kan lege calorieën niet omzetten tot voedend glycogeen of lichaamssuiker. Voedende natuursuikers zoals honing of kokosbloemsuiker kan het lichaam wel goed metaboliseren. Geraffineerde suikers zijn zwaar belastend voor de alvleesklier, ze veroorzaken sterke schommelingen in de bloedsuikerspiegel en de werking van de lever. De lever zal deze omzetten in vet.

Geraffineerde suiker is ook sterk verzurend en giftig voor het lichaam. Geraffineerde zetmelen kunnen niet omgezet worden in glycogeen en worden puur glucose dat in vet wordt omgezet. Geleidelijk aan komen de kilootjes erbij. Gewichtstoename geeft een extra uitputting op de alvleesklier die meer hormonen moet produceren om het extra lichaamsgewicht te voorzien van hormonen voor de stofwisseling.

5. De leugen dat verzadigde vetten je dik maken

Gezonde verzadigde vetten zoals geklaarde boter of niet-ontgeurde kokosolie hebben een antioxidatieve werking en stimuleren het vetmetabolisme. Hoe actiever het vetmetabolisme, hoe beter het lichaam zich kan ontgiften. Verzadigde vetten zorgen voor de juiste verhouding antioxidanten en vrije radicalen zodat het ontgiftingssysteem van het lichaam optimaal kan functioneren.

Het jarenlange tekort aan goede verzadigde vetten is een belangrijke factor van onze epidemie van overgewicht en obesitas. Verzadigd vet op lichaamstemperatuur is zeer vloeibaar en geeft geen verstoppingen in het lichaam. Verzadigde vetten leveren vaatbeschermende polyfenolen en het voorkomt ontstekingen op de binnenkant van de bloedvaten en de darmen.

Verzadigd vet beschermt de omegavetzuren tegen oxidatie. De omegavetzuren zijn belangrijk voor het zuurstoftransport in het lichaam en een goede stofwisseling.

Door jarenlange tekorten aan gezonde verzadigde vetten in onze eetcultuur is het lichaam overgegaan op een uiterst traag vetmetabolisme om de noodzakelijke verzadigde vetten te sparen. Het lichaam heeft verzadigd vet nodig om het hersen- en zenuwweefsel te beschermen en vochtig te houden.

Zenuwweefsel wordt niet rechtstreeks gevoed door het bloed, verzadigd vet neemt de voedende stoffen op uit het bloed en transporteert dit doorheen de bloedhersenbarrière en de myelineschede om het zenuwweefsel te voeden. Veel artsen en onze medische wereld weten dit niet.

Door volop gezonde verzadigde vetten te eten, kan men het vetmetabolisme activeren. De ontgifting zal beter werken waardoor je kilootjes verliest. Je lichaam zuiveren en ontgiften doe je elke dag door specerijen en goede gezonde verzadigde vetten te consumeren.

Af en toe een detox of een zuivering door een streng dieet werkt dus niet en creëert het jojo-effect. Het is contraproductief en verzwakt de spijsvertering.

6. Foutieve eetgewoonten

Onze eetgewoonten zijn tegenwoordig niet echt bevorderend voor de gezondheid van ons lichaam. Denk maar aan de grote maaltijden die ‘s avonds worden gegeten. Volgens het dag- en nachtritme neemt de werking van de spijsvertering af naar de avond toe. Serotonine stimuleert overdag de afgifte van spijsverteringssappen en -enzymen.

In de namiddag start het proces waarbij de pijnappelklier de serotonine omzet in melatonine. Dat impliceert dat de hoeveelheid spijsverteringsenzymen begint af te nemen. Eet je ‘s avonds een zware maaltijd, dan kan deze niet goed verteren door tekort aan voldoende spijsverteringsenzymen.

Dit onverteerd voedsel ondergaat tijdens de nacht een chemisch proces dat vergisting of verrotting heet. De dikke darm ontvangt onverteerd voedsel en de problemen beginnen zoals uitgelegd in punt 1. De grote maaltijd wordt beter op het middaguur gegeten, er is dan veel serotonine die de productie van enzymen en spijsverteringssappen stimuleert.

‘s Avonds is een lichte maaltijd meer dan voldoende. Heb je honger voor het slapengaan, dan zijn 1 of 2 happen goede voeding voldoende. Gewoon om te voorkomen dat de bloedsuikerspiegel tijdens de nacht teveel zou dalen waardoor je wakker wordt. Eten terwijl de voorgaande maaltijd nog niet verteerd is, is nefast voor de goede werking van de spijsvertering. Eten als de maag leeg is, da’s een gouden raad.

De bourgondische maaltijden van kerstavond en oudejaarsavond of bij feesten resulteren in een voorjaarsmoeheid met gebrek aan energie. Veel mensen hebben last van voorjaarsmoeheid. Het is toch beter om overdag te feesten en ‘s nachts in je bed te liggen.

Maak er de gewoonte van om elke dag op dezelfde uren te eten, te gaan slapen en op te staan. Slapen rond 10.00 uur is ideaal, de uren voor twaalf tellen dubbel. De gehele hormoonhuishouding is afhankelijk van het dag- en nachtritme. Respecteer dit dag- en nachtritme, je lichaam zal jou dankbaar zijn en je belonen met een goede gezondheid.

7. Een eenzijdig voedingspatroon

Een eenzijdig voedingspatroon is niet bevorderlijk voor de spijsvertering en het metabolisme. We eten te weinig verschillende kleuren, denk maar aan het geel van een banaan, het oranje van een pompoen en het rood van een tomaat en het groen van bladgroenten, het blauw van ons eigen inheems fruit, enz. De kleuren bevatten lichtfotonen met specifieke informatie voor het lichaam.

Dit geldt ook voor de smaken. Er zijn zes smaken: zoet, bitter, wrang, zuur, scherp en zout. We hebben een eetcultuur ontwikkeld met nadruk op veel zoet, zout en een beetje zuur. De smaken bitter, wrang en scherp ontbreken vaak.

Deze drie smaken hebben de eigenschap en informatie om het lichaam te ontgiften en te zuiveren, een belangrijke voorwaarde om te herstellen en te vermageren. Gelukkig zijn er veel specerijen die deze smaken rijkelijk aanvullen in onze maaltijden.

Gebruik daarom royaal specerijen in je eetcultuur. Specerijen zijn veel goedkoper dan medicijnen en werken effectiever omdat ze het lichaam helpen reinigen en de spijsvertering stimuleren. Specerijen zijn de smaakmakers in de keuken. Het lichaam wil van binnen proper zijn, dan pas kan het lichaam ook gezond worden. Specerijen helpen hierbij.

8. Verkeerde voedselcombinaties

Yoghurt met fruit bijvoorbeeld, veroorzaakt veel toxines die in het lichaam worden opgeslagen. Een gouden regel: eet fruit steeds los van de maaltijd, of kook het mee in je bereiding. Wees je ervan bewust dat koemelk en zuivel ook niet bevorderlijk zijn voor je gezondheid en gecombineerd met andere voeding spijsverteringsproblemen veroorzaken.

Iemand die emotioneel in evenwicht is, zal er niet veel last van ondervinden, maar als je lijdt aan biologische conflicten die de spijsvertering verzwakken, je hebt overgewicht of obesitas, dan kan ik je aanbevelen om met de 8 bovenstaande punten toch best wat rekening te houden.

Overgewicht veroorzaakt ook een extra belasting voor het hart en andere organen

Emoties

Emotioneel heeft overgewicht veeleer te maken met jezelf te vergelijken met een ander en je eigen intrinsieke eigenschappen niet naar waarde te erkennen.

Zoals eerder gezegd, zijn er veel mensen die een mollige constitutie hebben. Deze mogen best niet vermageren omwille van het uiterlijk. Elk lichaam is gezond wanneer het opgroeit vanuit liefde naar jezelf toe.

Niet om een andere persoon te behagen en noch uit de begeerte om te beantwoorden aan een of ander schoonheidsideaal zoals het typische westerse model dat bij veel mensen als een prototype in het onderbewustzijn is opgeslagen.

Mensen die veel eten zonder een echt gevoel van honger te hebben, creëren overgewicht. Zij eten als compensatie, het geeft een behaaglijker gevoel in de hersenen. Het is een emotionele pijn waarbij je er niet toekomt jezelf naar waarde te schatten en tot een actieve zelfverwerkelijking te komen. Energieën gaan inwaarts slaan en worden gecompenseerd door emotioneel te eten.

Het is vulling in plaats van zelfvervulling. Je miskent je eigen schoonheid en je eigen rijkdom. Deze zelf-miskenning gaat gepaard met een oerverdriet. Bijgevolg leef je op de frequentie van verdriet en je eigen inhoud van zelf-miskenning of van boosheid.

Onbewust trek je als een magneet situaties aan die je nog verdrietiger en bozer maken, met als gevolg dat je jezelf nog minderwaardiger gaat voelen. Dit resulteert in onvoldoende energie waardoor je gemakkelijker naar ongezonde voeding en suikers grijpt. Het zijn vicieuze cirkels, en het is belangrijk om ze te doorbreken.

De eerste stap die je kan doen is ademhalingsoefeningen doen om terug diep in de buik te ademen. De energieën zullen dan beter stromen. Een diepe buikademhaling is de natuurlijke manier om te ademen en de spijsvertering te verbeteren.

De buikademhaling stimuleert de darmtransit en brengt je beter in contact met je lichaam zodat je sneller de signalen van je lichaam kan waarnemen. Door het hectische van onze tijd hebben we het ademen met de buik afgeleerd. Het is belangrijk om de buikademhaling weer aan te leren.

Teveel drinken tijdens het eten verstoort de spijsvertering

Als je teveel drinkt tijdens de maaltijd, worden de spijsverteringsenzymen teveel verdund en verliezen ze hun werking. Het voedsel in de maag en de twaalfvingerige darm verteert dan niet goed. Je kan het ook zo zien: als je gaat poetsen, voeg je een bepaald volume detergent toe in een bepaalde hoeveelheid water.

Wanneer er teveel water is voor het volume detergent, dan verliest het detergent zijn werkingskracht. Dit geldt dus ook voor de spijsverteringsenzymen bij de spijsvertering.

Mijn advies is een half uur voor het eten wat drinken, de maag maakt zich dan leeg voordat het etenstijd is. Wacht minimaal 90 minuten tot twee uur na de maaltijd om te drinken. De enige uitzondering om tijdens de maaltijd te drinken is als de voeding te droog is, denk maar bijvoorbeeld aan een broodmaaltijd.

Wat met brood?

De zetmelen van ons brood zijn geraffineerd en worden in ons lichaam omgezet in glucose. Onze tarwe is door de jaren heen zo veredeld dat het geen voedingsstoffen meer bevat die meehelpen om deze zetmelen goed te verteren. Hoe kan een veredelde tarweplant, die steeds grotere aren en meer graankorrels moet produceren, deze graankorrels nog voorzien van voldoende nutriënten?

Het zetmeel uit onze veredelde tarwe heeft dezelfde waarde als geraffineerde suiker, het zijn dus echte dikmakers.

Als je kijkt naar de oorspronkelijke tarwe of kamut, dan heeft deze nog geen kwart opbrengst per hectare dan onze huidige tarwe. Kamut is daarentegen zeer voedzaam en de zetmelen ervan verteren goed. Het heeft voedingswaarde zonder het risico op overgewicht.

Gebruik ook boter of een andere verzadigde vetsoort, dit stimuleert de vertering van koolhydraten en verbetert de resorptie van mineralen en vitaminen. Het was niet voor niets dat onze voorouders veel boter op hun boterham smeerden. Veredelde tarwe (door de lege calorieën) heeft de eigenschap om de opname van mineralen, sporenelementen en vitaminen, vooral vitamine B1, te verminderen.

Bovendien kan het ook enzymen in de maag blokkeren die verantwoordelijk zijn voor de vertering van eiwitten.

Elke graansoort heeft specifieke enzymremmers die de zaden beschermen tegen opeten. Veel diersoorten hebben specifieke aanpassingen om deze enzymblokkers te neutraliseren: een koe heeft vier magen, vogels hebben een krop in de keel, enz.

Voor mensen is het aan te bevelen om granen te koken, ongekookte muesli bijvoorbeeld is echt niet goed voor de darmen. Het kookproces vernietigt veel enzymblokkers die in de granen zitten. Mijn advies, vermijd tarwe en kies voor alternatieve graansoorten zoals spelt, kamut, rogge, boekweit, haver, bij voorkeur biologisch gekweekt. Deze graansoorten zijn wel voedend voor het lichaam.

Eet gekookte granen, muesli of brood met voldoende verzadigd vet. Dan keert je lichaam vanzelf naar een evenwichtige stofwisseling en oorspronkelijk constitutioneel lichaamsgewicht terug.

Bron: Dr. Andreas Moritz

Gepubliceerd op 16/10/2026

Daniël Derweduwen

Delen:

 

Gerelateerde Publicaties

 

  • Sclerodermie: wanneer de huid en het bindweefsel verhardenSclerodermie is een verzamelnaam voor een groep aandoeningen waarbij verharding en verdikking van de huid en het bindweefsel op de voorgrond staan. De naam is afkomstig uit het Grieks: skleros betekent “hard” en derma betekent “huid”. Letterlijk kunnen we sclerodermie dus vertalen als “harde huid”.Binnen de reguliere geneeskunde wordt sclerodermie beschouwd als een chronische auto-immuunziekte. Men gaat ervan uit dat het immuunsysteem ontregeld raakt en ontstekingsprocessen veroorzaakt, waarbij onder andere de kleine bloedvaten en het omliggende weefsel betrokken kunnen zijn. Tegelijk worden bepaalde bindweefselcellen, de fibroblasten, overmatig actief. Zij produceren meer collageen dan [...]

    By Published On: 05/10/2026
  • Wratten, kleine huiduitstulpingen met een bijzonder verhaal Wratten zijn harde knobbeltjes op de huid. Ze voelen vaak ruw en bobbelig aan en kunnen sterk verschillen in grootte en vorm. Sommige zijn vrijwel vlak, terwijl andere duidelijk boven de huid uitsteken en door hun onregelmatige oppervlak een beetje op een heel kleine bloemkool lijken. Wratten komen vooral voor op de handen, vingers en voeten, maar kunnen in principe op verschillende plaatsen van het lichaam ontstaan. Soms verschijnt er maar één wrat, soms ontstaan er meerdere bij elkaar. Een gewone wrat doet meestal geen pijn. Dat kan anders zijn wanneer een wrat [...]

    By Published On: 04/09/2026
  • Constipatie en diarreeOnze stoelgang verschilt sterk van persoon tot persoon. Sommige mensen hebben drie keer per dag ontlasting, terwijl anderen slechts drie keer per week naar het toilet gaan. Beide kunnen volkomen normaal zijn, zolang dit past binnen het gebruikelijke patroon van die persoon.Wanneer de stoelgang moeilijker verloopt of duidelijk minder vaak voorkomt dan men gewend is, spreken we van verstopping, ook wel constipatie of obstipatie genoemd. Constipatie kan plotseling ontstaan en van korte duur zijn, maar kan ook gedurende langere tijd aanwezig blijven.Constipatie vanuit de Germaanse GeneeskundeConstipatie heeft te maken met het thema van een ‘onverteerbare brok’ die niet [...]

    By Published On: 29/08/2026